De Vlamingen nemen vaker de fiets dan vroeger. In 2016 namen ze voor 15,5 procent van hun verplaatsingen een gewone of een elektrische fiets. In 2015 was dat nog maar 12,4 procent. Dat blijkt uit het Onderzoek VerplaatsingsGedrag (OVG), dat de dagelijkse verplaatsingen van de Vlamingen meet sinds 1994. We gebruiken de fiets ook steeds vaker voor het woon-werkverkeer. In 2016 kreeg één op de tien werknemers een fietsvergoeding, volgens de hr-dienstverlener SD Worx, die 600.000 contracten bestudeerde van meer dan 18.000 Belgische privébedrijven. Tussen 2008 en 2016 is het aantal werknemers met een fietsvergoeding toegenomen met 16 procent.
...

De Vlamingen nemen vaker de fiets dan vroeger. In 2016 namen ze voor 15,5 procent van hun verplaatsingen een gewone of een elektrische fiets. In 2015 was dat nog maar 12,4 procent. Dat blijkt uit het Onderzoek VerplaatsingsGedrag (OVG), dat de dagelijkse verplaatsingen van de Vlamingen meet sinds 1994. We gebruiken de fiets ook steeds vaker voor het woon-werkverkeer. In 2016 kreeg één op de tien werknemers een fietsvergoeding, volgens de hr-dienstverlener SD Worx, die 600.000 contracten bestudeerde van meer dan 18.000 Belgische privébedrijven. Tussen 2008 en 2016 is het aantal werknemers met een fietsvergoeding toegenomen met 16 procent. Vorig jaar versnelde volgens experts de stijging van het aantal fietsende werknemers, maar SD Worx kan dat nog niet staven met cijfers over 2017. Niet elke fietser springt ook elke dag op zijn fiets en niet elke werkgever keert een fietsvergoeding uit. De cijfers onderschatten dus wellicht het aandeel van de fiets in het woon-werkverkeer. "Vooral de speed pedelecs, de snelle elektrische fietsen, komen snel op", zegt Johan De Mulder, adviseur fietsen voor bedrijven en overheden en medezaakvoerder van B2Bike. Hij legt uit dat twee dingen de vlotte verkoop van speed pedelecs in de weg stonden: de onduidelijkheid over het verkeersreglement en de ongunstige fiscaliteit. Die problemen zijn sinds dit jaar opgelost. Sinds 1 oktober 2016 mogen snelle elektrische fietsen met een ondersteuning tot 45 kilometer per uur op het fietspad rijden, zolang dat geen gemengd fiets- en voetpad is. Als de toegelaten snelheid op de weg hoger is dan 50 kilometer per uur, moeten de snelle e-bikes gebruikmaken van het fietspad. Een helm is verplicht, net zoals een verzekering burgerlijke aansprakelijkheid motorvoertuigen. Vanaf eind dit jaar is ook een nummerplaat nodig. Sinds dit aanslagjaar valt de speed pedelec ook onder de fiscale definitie van een fiets. Dat betekent dat wie zich op een snelle e-bike van en naar het werk verplaatst, recht heeft op dezelfde fietsvergoeding als een gewone fietser. De toekenning van de vergoeding is niet gekoppeld aan het type fiets. Het maakt dus niet uit of u naar het werk rijdt met een gewone fiets, een racefiets, een mountainbike of een elektrische fiets. Als de fietsvergoeding niet meer dan 0,23 euro per kilometer bedraagt, is die voor de werknemer volledig fiscaal vrijgesteld. Ook voor de werkgever zijn die vergoedingen voor 100 procent aftrekbaar als professionele kosten, zonder dat er sociale lasten aan verbonden zijn. De werkgever beslist of hij een fietsvergoeding toekent en welk bedrag hij geeft. Betaalt de werkgever bijvoorbeeld 0,25 euro per kilometer, dan is daarvan 0,02 euro belastbaar als beroepsinkomsten. Stel dat u elke dag 5 kilometer naar uw werk fietst en dat u een vergoeding van 0,23 euro per kilometer krijgt. U ontvangt dan jaarlijks 0,23 euro x 5 kilometer x 2 (heen en terug) x 220 werkdagen = 506 euro. Dat bedrag hoeft u niet te vermelden op uw belastingaangifte, behalve als u meer dan 0,23 euro per kilometer krijgt. Om ook de werkgever een extra duw in de rug te geven, heeft de overheid investeringen in fietsen naar het werk voor 120 procent aftrekbaar gemaakt. Dat geldt evenzeer voor de aankoop van bedrijfsfietsen en voor de installatie van fietsenstallingen, kleedruimtes en douches. U hoeft niet per se de kortste weg te nemen: langer en veiliger mag ook. De werkgever moet wel met zekerheid kunnen bepalen hoeveel verplaatsingen u doet. Om het gebruik van de fiets aan te tonen, gelden bewijsmiddelen zoals tickets van een bewaakte fietsenstalling, een vermoeden of een getuigenis. De registratie van het aantal gefietste kilometers is niet wettelijk geregeld. Vaak wordt een papieren aangifteformulier gebruikt of een digitale registratie, gekoppeld aan een elektronische toegangscontrole of een elektronische fietskalender, zoals die van Bike to Work. De fietsvergoeding is ook fiscaal vrijgesteld als u slechts een deel van uw woon-werkverplaatsingen met de fiets aflegt, en het andere deel bijvoorbeeld met het openbaar vervoer. Het maakt niet uit of u uw eigen fiets gebruikt of een fiets die uw werkgever ter beschikking stelt. Als u een bedrijfsfiets aangeboden wordt, ziet de fiscus dat niet als een belastbaar voordeel van alle aard. Ook dat is een belangrijk voordeel ten opzichte van de bedrijfswagen. Als u als werknemer uw beroepskosten bewijst - en dus niet kiest voor de forfaitaire belastingaftrek - mag u uw fietsverplaatsingen voor het woon-werkverkeer eveneens inbrengen a rato van 0,23 euro per afgelegde kilometer. "Dat is meer dan de 0,15 euro die geldt voor andere vervoersmiddelen", zegt Jef Wellens, fiscalist bij Wolters Kluwer. "Bovendien geldt dat verhoogde bedrag ook voor wie een bedrijfsfiets ter beschikking heeft." "Voor de meeste belastingplichtigen is het forfaitaire bedrag dat de fiscus hanteert groter dan de reële bewezen beroepskosten", merkt Wellens op. "Vandaag is dat forfait vastgesteld op 4720 euro. Je moet dus al heel wat woon-werkkilometers afleggen om dat bedrag te overstijgen." Als u uw werkelijke beroepskosten bewijst en niet boven het wettelijk forfait uitkomt, trekt de fiscus het aangegeven bedrag automatisch op naar het forfaitaire bedrag. "Een degelijke elektrische fiets vind je vanaf 2600 euro", zegt De Mulder. "Voor een speed pedelec moet je minstens 4000 euro neertellen, maar de meeste bedrijven kiezen voor een investering van ongeveer 5000 euro om meteen een betere snelle elektrische fiets aan hun werknemers ter beschikking te stellen." Het frame van een snelle elektrische fiets is zwaarder en er zit vaak een dubbele accu verwerkt in de fiets, wat de meerprijs verklaart. Reken nog op enkele honderden euro's aan accessoires. De Mulder somt op: "Een veilige helm voor een pedelec heb je vanaf 60 euro. Je moet ook zeker fatsoenlijke regenkledij aanschaffen, een fluohesje, een fietsslot, en eventueel een mooie fietstas waarmee je van je fiets recht het kantoor binnen durft te stappen." De elektriciteit die uit uw stopcontact komt om de elektrische fiets te laden, kost ongeveer 25 cent per kilowattuur. Dat betekent dat u 25 cent betaalt als u een uur lang 1000 watt verbruikt. Stel dat u 300 wattuur nodig hebt om een lege fietsbatterij op te laden en dat er 25 procent rendementsverlies is tijdens het laden, dan hebt u dus eigenlijk 400 wattuur nodig. Dat zou neerkomen op 10 cent per laadbeurt, wat verwaarloosbaar is tegenover de brandstofkosten van een wagen. Als uw batterij na 60 kilometer volledig leeg is en u rijdt bijvoorbeeld 15 kilometer naar uw werk en 15 kilometer terug, dan zou u om de twee dagen uw batterij volledig moeten opladen. In een volledig jaar met 220 werkdagen komt dat neer op 11 euro. Daarnaast kunnen er nog andere kosten wegvallen, die de werknemers die met de auto naar het werk komen wel hebben. Wie zelf betaalt voor een parkeerplaats, kan zich die kosten besparen. Werkgevers in Brussel hebben sinds de invoering van strengere regels slechts recht op een parkeerplaats per 200 vierkante meter kantoorruimte, op de extra parkeerplaatsen wordt een stevige belasting geheven. Het zou dus best kunnen dat uw werkgever u dankbaar is dat u uw parkeerplaats inlevert. Sommige werkgevers plaatsen daar zelfs een vergoeding tegenover.