Kauri, een organisatie die ondernemers en NGO's dichter bij elkaar wil brengen, bezorgt de minister van Ontwikkelingssamenwerking Marc Verwilghen (VLD) morgen, 24 oktober, een lijstje met aanbevelingen om het ondernemerschap in ontwikkelingslanden te stimuleren. Hoe wil de minister het bedrijfsleven betrekken bij zijn beleid?
...

Kauri, een organisatie die ondernemers en NGO's dichter bij elkaar wil brengen, bezorgt de minister van Ontwikkelingssamenwerking Marc Verwilghen (VLD) morgen, 24 oktober, een lijstje met aanbevelingen om het ondernemerschap in ontwikkelingslanden te stimuleren. Hoe wil de minister het bedrijfsleven betrekken bij zijn beleid? "Dat kan op twee manieren. Ten eerste kunnen we kleine bedrijven in ontwikkelingslanden, waarvan het merendeel nog in de zogenaamde informele economie opereert, helpen de overgang te maken naar wat men de 'volkseconomie' noemt, zodat ze met de nodige rechtszekerheid kunnen functioneren. Ten tweede kunnen onze bedrijven bijdragen door bijvoorbeeld de basisinfrastructuur te bouwen in samenwerking met de Wereldbank en andere ontwikkelingsbanken. Een ander voorbeeld zijn onze farmaceutische bedrijven die hun producten goedkoper ter beschikking stellen om epidemieën te bestrijden." MARC VERWILGHEN (MINISTER ONTWIKKELINGSSAMENWERKING). "Ik vrees dat dit mechanisme te zwaar zal uitvallen door bureaucratische procedures die voor de bedrijfswereld onaanvaardbaar zijn. Bovendien zouden zulke regels afdwingbaar moeten zijn op een hoger niveau dan alleen het Belgische. Anders komen onze bedrijven in een moeilijke en kwetsbare concurrentiepositie terecht." VERWILGHEN. "In de eerste plaats moet het betrokken land dat doen, Congo in dit geval. Maar dat is vaak illusoir vanwege de zwakke staatsstructuren. We hebben hier de neiging om te vragen dat deze landen snel zouden evolueren naar democratie en een rechtsorde, maar daar gaan jaren overheen." VERWILGHEN. "In kleine staten is dat makkelijker. Onze Hoge Raad voor Justitie kan bijdragen om het proces in Congo te versnellen. Voorts kan men terugvallen op bestaande buitengerechtelijke arbitragemechanismen. Ideaal zou zijn dat er een internationaal gerechtshof komt om ethische gedragscodes voor bedrijven afdwingbaar te maken, maar we weten hoe utopisch dat nu nog is." VERWILGHEN. "De Congolezen vragen ons dat de Belgische havens expertise zouden leveren om voor de haven van Matadi een rehabilitatieplan op te stellen. Moeten we dat afwijzen vanwege ons Abos-trauma en de schandalen uit het verleden? Nee toch. Er bestaan concrete Oeso-richtlijnen die we aan zulke initiatieven kunnen koppelen en inmiddels hebben we bij de Belgische TechnischeCoöperatie ( BTC), de opvolger van het Abos, controlemechanismen ingebouwd voor bilaterale hulp." E.B.