In België breiden de supermarktketens vooral uit met kleinere buurtsupermarkten, vaak via franchising. De winkel wordt uitgebaat door een zelfstandige die het gros van de investeringen en de kosten op zich neemt. Maar door de toegenomen concurrentie van Aldi, Lidl en Albert Heijn, moeten zelfstandige winkeliers vaak tegen lagere marges werken.
...

In België breiden de supermarktketens vooral uit met kleinere buurtsupermarkten, vaak via franchising. De winkel wordt uitgebaat door een zelfstandige die het gros van de investeringen en de kosten op zich neemt. Maar door de toegenomen concurrentie van Aldi, Lidl en Albert Heijn, moeten zelfstandige winkeliers vaak tegen lagere marges werken. Buurtsuper.be, een organisatie van Unizo die zich inzet voor de belangen van zelfstandig uitgebate supermarkten, overhandigde vorige week een open brief aan federaal minister Kris Peeters om de zwakke positie van zelfstandige uitbaters aan te kaarten. "De jongste jaren signaleren zelfstandige handelaars almaar meer problemen bij het starten of vernieuwen van franchisecontracten", zegt Luc Ardies van Buurtsuper.be. De open brief moet politici herinneren aan het belang van franchising in de retail." "Franchising is geen randfenomeen", benadrukt Ardies. "Delhaize en Carrefour halen meer dan de helft van hun omzet uit winkels van aangesloten zelfstandige handelaars. Meer dan een derde van de omzet van de sector komt voort uit franchising. Dat gaat over een duizendtal ondernemers. Vaak zijn zij van de tweede, de derde of zelfs de vierde generatie. De retailsector heeft die kennis en die ondernemingszin broodnodig. Maar de grote supermarktketens permitteren zich de jongste jaren wel heel veel in de franchisecontracten. In de voedingsdistributie zijn we gelukkig nog ver van de zogenoemde wurgcontracten van de brouwerijen. Maar het is tijd dat de politiek ingrijpt vooraleer ook de situatie in de retail ontspoort en vooraleer een pak familiebedrijven er de brui aan geeft." LUC ARDIES. "De markt is volledig verzadigd. Er is enorm veel concurrentie. Naast prijsconcurrentie, proberen de grote ketens ook zo goed mogelijk hun verkooppunten, hun deel van de markt af te schermen. Ketens schrijven bijvoorbeeld een niet-concurrentiebeding in de contracten. De zelfstandige handelaar moet dan een periode wachten om met een andere keten in zee te gaan na het aflopen van zijn franchisingcontract. Slechts weinig zelfstandigen kunnen zo'n periode financieel overbruggen. De concurrentie wordt daardoor belemmerd en er zijn nog andere clausules die de vrijheid tot ondernemen inperken." ARDIES. "In de praktijk gebeurt dat niet. Vaak zit een ondernemer in een zwakke onderhandelingspositie bij de vernieuwing van het contract. Bij de start van de samenwerking heeft hij zware investeringen gedaan die meestal net afgeschreven zijn. Dan kan de handelaar moeilijk bij een keten vertrekken of is het moeilijk te onderhandelen over clausules die de ondernemer voor zeer lange tijd aan de keten bindt. "Ondernemers die eigenaar zijn van hun winkelvastgoed zitten in een iets betere positie, maar zij raken vaak ook moeilijk af van zo'n belemmerende clausules. Ketens proberen hen vaak te paaien met een gunstiger leverancierskrediet of andere commerciële voorwaarden. Maar die wegen niet op tegen het negatieve effect van de andere clausules op langere termijn. Overigens proberen de grote ketens almaar meer het vastgoed in eigen beheer te houden of worden huurcontracten rechtstreeks afgesloten met de keten zelf." ARDIES. "Tien jaar geleden zijn er al stappen gedaan om de relatie tussen zelfstandige ondernemers en hun franchisegevers evenwichtiger te maken, door minister Sabine Laruelle. Het wordt tijd dat die wet een update krijgt en dat er ook beter wordt toegezien op het naleven van de afspraken." STIJN FOCKEDEY