Advies van de persoonlijke coach van Martin Lukes, director Special Projects bij a-b glöbâl in Londen: "Zoek even een plekje waar je dit rustig in je eentje kunt lezen. (...) Maak je hoofd leeg en focus. Ik wil dat je je voorstelt dat je naar de begrafenis gaat van iemand van wie je heel veel houdt. (...) Vervolgens wil ik dat je je voorstelt dat je langzaam naar voren loopt en een blik in de kist werpt. Daar lig... jijzelf! (...) Nu wil ik dat je je voorstelt dat je het programmaboekje oppakt en leest dat er vier mensen zullen spreken. (...) Elk van hen zal eerlijk spreken over de rol die jij in hun ...

Advies van de persoonlijke coach van Martin Lukes, director Special Projects bij a-b glöbâl in Londen: "Zoek even een plekje waar je dit rustig in je eentje kunt lezen. (...) Maak je hoofd leeg en focus. Ik wil dat je je voorstelt dat je naar de begrafenis gaat van iemand van wie je heel veel houdt. (...) Vervolgens wil ik dat je je voorstelt dat je langzaam naar voren loopt en een blik in de kist werpt. Daar lig... jijzelf! (...) Nu wil ik dat je je voorstelt dat je het programmaboekje oppakt en leest dat er vier mensen zullen spreken. (...) Elk van hen zal eerlijk spreken over de rol die jij in hun leven hebt gespeeld. (...) Wat zouden deze vier mensen over je zeggen?"De passage plukten we van bladzijde 203 uit Martin Lukes: wie heeft m'n BlackBerry?, een stekelige satire met even hilarische als hallucinant herkenbare taferelen rond een ambitieuze Britse manager in een fictief concern. Van fictie naar feit blijkt niet zo'n grote stap. Op bladzijde 81 van De zeven eigenschappen van effectief leiderschap, de miljoenenseller van managementgoeroe Stephen Covey, lezen we: "Zoek alstublieft een plek waar u de eerstvolgende pagina's ongestoord kunt lezen. Maak uw geest vrij voor alles wat nu de revue passeert. (...) Stel u voor dat u naar de begrafenis gaat van iemand van wie u veel gehouden heeft. (...) U loopt naar voren en kijkt in de kist. Plotseling ziet u uzelf. Dit is uw begrafenis. (...) U kijkt in een blaadje dat voor u ligt en ziet dat er vier mensen een speech zullen houden. (...) Wat zou u willen dat deze mensen over u gingen zeggen?" Beide morbide passages monden uit in een oefening: schrijf op wat u hoopt dat deze mensen (een familielid, een goede vriend, een collega en een verenigingslid) over u zullen zeggen? Lucy Kellaway, de auteur van Martin Lukes: wie heeft m'n BlackBerry?, weet waarover ze het heeft. Als scalpelscherpe columniste in de Financial Times snijdt ze wel eens vaker vilein door businessboeken, coachingtrends of managementmodes. Nu brengt ze een mailbundel (de hedendaagse versie van een brievenroman) uit, waarin we manager Martin Lukes een jaar volgen. Alles wordt duidelijk, ook al lezen we alleen de verzonden mails. Alleen van de coach lezen we ook het in-bakje. Dat advies is een opeenstapeling van kromtaal en baarlijke onzin, maar Kellaway heeft al die nonsens uit managementboeken gehaald, zoals de begrafenisopdracht van Stephen Covey. Iedereen krijgt ervan langs, zoals marketeers die een waanzinnig dure naamsverandering doen uitlopen op de waanzinnige naam a-b glöbâl. Lach niet, hun uitleg klinkt als de motivering die we hoorden toen partijnamen als CD&V en sp.a geïntroduceerd werden. Het wordt dus lachen. Maar wat als de schok der herkenning u overvalt? Dan declameert u trots de mantra van Martins coach: "Falen bestaat niet, alles is feedback." Uiteraard ontslaat u dan ook uw persoonlijke coach. En u omarmt gauw een andere - die dezelfde onzin uitkraamt. Lucy Kellaway, Martin Lukes: wie heeft m'n BlackBerry? Van Halewyck, 407 blz., 18,50 euro.Luc De Decker