De auteur is advocaat en hoofdredacteur van Fiscoloog. www.fiscoloog.be
...

De auteur is advocaat en hoofdredacteur van Fiscoloog. www.fiscoloog.be Een factuur geldt vanaf volgend jaar niet langer als een 'subsidiaire' oorzaak van opeisbaarheid van de btw. Dat heeft in de praktijk belangrijke consequenties. Stel dat ik een schoenwinkel uitbaat. Op de prijs die ik voor de verkoop van mijn schoenen vraag, moet ik btw aanrekenen. Die btw moet ik vervolgens afdragen aan de schatkist. Doe ik dat niet, dan schiet de administratieve molen in actie om mij alsnog tot betaling van de btw te verplichten. Maar die molen kan pas beginnen te draaien zodra de fiscus juridisch gezien het recht heeft de btw op te eisen. In het vakjargon luidt het dat een 'oorzaak van opeisbaarheid' van de btw plaatsgevonden moet hebben. Bij een levering van goederen is de btw hoe dan ook opeisbaar zodra de levering zich heeft voorgedaan. Toegepast op mijn schoenwinkel: zodra ik een paar schoenen verkoop, is de btw opeisbaar. Dat impliceert onder meer dat ik die btw binnen een bepaalde termijn in mijn btw-aangifte moet opnemen, en aan de schatkist moet betalen. Of de koper de prijs heeft betaald, heeft geen enkel belang. Het loutere feit van de levering van de schoenen maakt dat de btw opeisbaar wordt. Bij dienstenprestaties geldt hetzelfde. De opeisbaarheid van de btw valt samen met het voltooien van de dienst. Zodra de dienstprestatie voltooid is, is de btw opeisbaar. Ongeacht of de prijs op dat ogenblik betaald is, en ook ongeacht of die prijs al dan niet gefactureerd is. Zelfs als er nooit een factuur volgt, en de dienst in het zwart gepresteerd is, is de btw nog opeisbaar. Die twee oorzaken van opeisbaarheid van de btw -- de levering van goederen, of het voltooien van een dienstenprestatie -- noemt men de 'hoofdoorzaken' van de opeisbaarheid van de btw. Dat betekent dat de btw uiterlijk op dat moment opeisbaar wordt. Naast die hoofdoorzaken zijn er ook 'subsidiaire' oorzaken van opeisbaarheid van de btw. Die hebben tot gevolg dat de btw, of een deel ervan, al vroeger opeisbaar kan worden. Oorspronkelijk waren er drie subsidiaire oorzaken van opeisbaarheid van de btw: het feit dat de prijs geheel of gedeeltelijk werd betaald, vooraleer de levering of de dienstenprestatie plaatsvond; het feit dat de prijs of een gedeelte ervan vooraf gefactureerd werd; en het feit dat er zich vooraf een contractueel vastgelegde vervaldatum voordeed voor de betaling van de prijs of een deel ervan. De btw werd dan opeisbaar op het gedeelte van de prijs dat vóór de levering of de dienst betaald of gefactureerd werd, of waarvoor zich een contractuele vervaldatum voor betaling had voorgedaan. Die laatste subsidiaire oorzaak werd jaren geleden al geschrapt. Er bleven toen nog twee over: de facturering en de betaling van de prijs, of van een gedeelte ervan. Vanaf begin volgend jaar blijft er nog maar één subsidiaire oorzaak van opeisbaarheid over: het feit dat de prijs of een gedeelte ervan wordt betaald, vooraleer de levering plaatsvindt, of de dienst voltooid wordt. Het feit dat de prijs of een gedeelte ervan vooraf gefactureerd wordt, zal geen gevolg meer hebben voor de opeisbaarheid van de btw. Dat heeft goede en slechte kanten. Goed is dat -- behalve in geval van bedrog -- niemand nog verplicht kan worden btw aan de schatkist af te dragen die hij wel gefactureerd heeft, maar die betrekking heeft op prestaties (leveringen of diensten) die nog niet plaatsgevonden hebben en waarvan de prijs ook nog niet is betaald. Keerzijde van de medaille is, dat de opdrachtgever de vooraf gefactureerde, en dus op dat ogenblik nog niet opeisbare btw niet onmiddellijk zal kunnen recupereren. De opdrachtgever kan de btw immers pas in aftrek brengen, nadat ze opeisbaar is geworden. Een andere keerzijde, maar wel van voorbijgaande aard, is dat alle ondernemingen hun btw-boekhoudprogramma's moeten aanpassen. Omdat dit niet op een, twee, drie kan gebeuren, zal de fiscus -- zo heeft hij inmiddels laten weten -- een overgangsperiode in acht nemen. JAN VAN DYCK Enkel een voorafgaande betaling kan de btw nog opeisbaar maken.