Hoe kan de Belgische economie bedrijfszekere energie tegen eerlijke prijzen garanderen? Talloze ministers zullen zich het hoofd erover breken, maar bijkomende kerncentrales zijn een deel van de oplossing. Waarom?
...

Hoe kan de Belgische economie bedrijfszekere energie tegen eerlijke prijzen garanderen? Talloze ministers zullen zich het hoofd erover breken, maar bijkomende kerncentrales zijn een deel van de oplossing. Waarom? Eén: de vrij zware vermindering van broeikasgassen en het sluiten van de kerncentrales vanaf 2015 is niet combineerbaar, tenzij tegen een onverantwoord zware kostprijs. Twee: de Belgische elektriciteitsmarkt kreunt onder de dominantie van Electrabel, die dankzij zijn quasimonopolie op goedkope kernenergie nieuwe concurrenten afschrikt. Drie: de Belgische economie profiteert niet van de goedkope kernenergie. De Belgische industrie betaalt 20 % meer dan gemiddeld in Duitsland, Frankrijk en Nederland, hoewel het Belgische productiepark de stroom gemiddeld 10 % goedkoper opwekt. Een potentiële troef in de concurrentieslag is dus verminkt tot een extra kostenhandicap. Vier: om elektriciteit zo kostenefficiënt mogelijk op te wekken, moet er in België nog een kerncentrale bijgebouwd worden. Kernenergie is het goedkoopst als de centrales minstens 60 % van de tijd draaien. Omdat België minstens 60 % van de tijd nood heeft aan 9000 megawatt vermogen, is er economisch gezien ruimte voor 9000 megawatt kernenergie. Maar België beschikt over slechts 5700 megawatt kernenergie. Vanuit een economische logica is er nood aan 2300 megawatt extra kernenergie, dus een of twee bijkomende kerncentrales. Vijf: België is in toenemende mate afhankelijk van buitenlandse energie en dus kwetsbaar voor een onderbreking in de energietoevoer. Jaag het uitdoofscenario voor de kerncentrales daarom door de papierversnipperaar, en maak de weg vrij voor nieuwe kernreactoren op de sites van Doel en Tihange. En de regering slaat heel wat vliegen in één klap als ze de nodige vergunning(en) veilt op de markt. De voordelen van deze aanpak zijn legio. Één: het productiepark wordt goedkoper. Twee: andere spelers krijgen een eerlijke kans om Electrabel serieuze concurrentie aan te doen. Voorwaarde is natuurlijk dat Electrabel zelf niet mag meebieden voor de nieuwe vergunning, maar de Suezdochter mag in ruil haar bestaande kerncentrales langer openhouden. Drie: de miljardenwinsten die Electrabel puurt (en langer mag puren) uit deze kerncentrales, worden dankzij de extra concurrentie afgeroomd ten voordele van de Belgische verbruiker en van de slagkracht van de Belgische ondernemingen (die trouwens flink betaald hebben voor de afschrijvingskosten van deze kerncentrales). Vier: België bespaart op die manier een pak CO2-uitstoot. Bedrijven en landen met een CO2-arme energiebasis mogen zich opwarmen aan een groeiend competitief voordeel. Vijf: België vermindert zijn afhankelijk van buitenlandse elektriciteit. En als bonus worden de overheidsfinanciën er beter van, want de Europese energieproducenten zullen voor deze vergunning(en) grof geld willen betalen. Via een veiling roomt de overheid op een marktconforme manier die monsterwinsten af ten voordele van de Belgische economie. Zo moet de overheid achteraf niet eindeloos onderhandelen met Suez, dat vanuit zijn dominante zetel toch kan terugverdienen wat het toegeeft. Daan Killemaes