Een nieuwe expo in het Musée d'Orsay in Parijs toont hoe mensen met een zwarte huidskleur sinds de negentiende eeuw worden weergegeven in de kunst. Zowel schilderkunst, beeldhouwkunst, tekenkunst als fotografie komt ruim aan bod, waaronder werk van Théodore Géricault, Jean-Bapiste Carpeaux, Edouard Manet, Paul Cézanne, Henri Matisse en Felix Nadar. De expo beperkt zich tot de periode vanaf 1794 - de afschaffing van de slavernij in Frankrijk - tot de vroege 21ste eeuw. De makers gaan de discussie over racisme en discriminatie niet uit de weg, maar ze proberen wel het wereldbeeld van de kunstenaars te duiden. In de 19de eeuw waren zwarte modellen soms een exotisch curiosum, andere keren stonden ze symbool voor kracht en viriliteit, of onderstreepten ze de koloniale dominantie.

Heel gelijklopend is de expo over het oriëntalisme in het Musée Marmottan Monet in Parijs. Het Verre en het Midden-Oosten waren een belangrijke inspiratiebron voor kunstenaars in de 19de eeuw, maar ook voor modernisten zoals Paul Klee en Wassily Kandinsky. Het museum haalde oosters getinte bruiklenen uit de hele wereld naar Parijs.

Le modèle noir: de Géricault à Matisse, vanaf 26 maart in Musée d'Orsay in Parijs.