Ondanks de oproep van de Europese leiders om zijn verplichtingen na te komen en in de eurozone te blijven, wordt de kans op een Griekse uittrede uit de euro met de dag groter. De voor de hand liggende trigger voor een 'Grexit' zou zijn dat de Grieken bij de nieuwe verkiezingen op 17 juni het Europese bezuinigingsprogramma verwerpen. Het kan echter nog sneller gaan als de Grieken een bankrun in gang zetten.
...

Ondanks de oproep van de Europese leiders om zijn verplichtingen na te komen en in de eurozone te blijven, wordt de kans op een Griekse uittrede uit de euro met de dag groter. De voor de hand liggende trigger voor een 'Grexit' zou zijn dat de Grieken bij de nieuwe verkiezingen op 17 juni het Europese bezuinigingsprogramma verwerpen. Het kan echter nog sneller gaan als de Grieken een bankrun in gang zetten. Zo'n bankrun begint tegenwoordig niet meer met mensen die in de rij staan om hun geld van de rekening te halen. Enkele muisklikjes volstaan om geld naar het buitenland te versassen of om obligaties, aandelen of andere effecten te kopen. De banksector is in de voorbije twee jaar een derde van zijn deposito's kwijtgeraakt, deels omdat de mensen spaargeld terugnemen. Er bestaan verontrustende aanwijzingen dat het straaltje wegsijpelende deposito's de jongste weken aangezwollen is tot een kolkende stroom. De Griekse president Karolos Papoulias zei op 14 mei dat hij door de centrale bank gewaarschuwd was dat de Grieken net zo'n 700 miljoen euro teruggetrokken hadden uit de Griekse banken. Betrouwbare cijfers zullen pas over enkele weken beschikbaar zijn, maar de bankiers zeggen dat op 14 mei en de dagen onmiddellijk daarna 1,2 miljard euro weggevloeid is. Ze zeggen ook dat de leegloop nog de hele week aanhield, maar in een trager tempo. "Het grootste deel van de harde deviezen is al vertrokken", zegt een bankier. Nog verontrustender is de mogelijkheid op een bankrun in andere kwetsbare landen van de eurozone, zoals Portugal en Spanje. Voorlopig lijken de gezinnen in andere landen hun spaargeld te laten waar ze zijn. Maar grote ondernemingen trekken hun geld versneld terug uit de perifere banken en landen. In Groot-Brittannië halen sommige lokale overheidsinstellingen hun deposito's naar verluidt weg van de Britse vestiging van Santander, ook al wordt die plaatselijk gekapitaliseerd en gesuperviseerd. In Griekenland is de opdracht nu vóór de verkiezingen elke bankrun te onderdrukken. Maar zelfs als Europa en Griekenland het kunnen uitzweten tot aan de volgende verkiezingen, dan nog blijft het mogelijk dat de Grieken een regering verkiezen die alsnog voor de uittocht kiest. De bankiers in Griekenland bidden dat het niet zal gebeuren. "De euro verlaten is een nachtmerrie", zegt een Griekse bankier. "Het is niet zoals in Argentinië, waar er al een munt bestond. Hier zou de economie onmiddellijk terugvallen op ruilhandel." De risico's die aan een exit verbonden zijn, kunnen zich bovendien tot ver buiten de Helleense grenzen uitstrekken. Voor de crediteuren van het land is de rechtstreekse financiële kostprijs van een Griekse exit beheersbaarder geworden, maar hij blijft aanzienlijk. Veruit de grootste verliezers zouden de Europese belastingbetalers zijn. De Griekse centrale bank is ongeveer 100 miljard euro verschuldigd aan andere centrale banken in de eurozone. Als Griekenland verzuimt die schuld terug te betalen, dan zou Duitsland alleen (op basis van zijn aandeel in het kapitaal van de ECB) een klap van 30 miljard dollar krijgen. De ECB zou zeker een verlies incasseren op de 56 miljard euro Griekse staatsobligaties die ze (samen met andere centrale banken) op de secundaire markt heeft aangekocht. Ook de leden van de eurozone en het Internationaal Monetair Fonds zouden in problemen komen als Griekenland zijn bail-outleningen zou afstoten. De bail-outfondsen die Europa heeft uitgekeerd, lopen op tot 161 miljard euro en omvatten een aantal borgen die tijdelijk opzijgezet werden om de ECB tegen verliezen in te dekken. Het IMF heeft 22 miljard euro uitgeleend. Het volgende slachtoffer zijn de Europese banken met een rechtstreekste blootstelling aan Griekenland. Zelfs als ze hun Griekse staatsobligaties afwaarderen en omruilen voor minder kwetsbare effecten, dan nog zullen de Europese banken en andere investeerders nominaal 55 miljard aan Griekse overheidsschuld aanhouden. En daarmee is de kous niet af, want de staat is niet de enige schuldenaar in Griekenland. De Bank for International Settlements (BIS) schat dat Griekse bedrijven en huishoudens de internationale banksector eind 2011 nog 69 miljard euro verschuldigd waren. Frankrijk loopt daarbij het meeste risico (met een totale blootstelling aan lokale huishoudens van ongeveer 17 miljard dollar), gevolgd door banken in Groot-Brittannië (bijna 8 miljard dollar) en Duitsland (bijna 6 miljard). Het is erg moeilijk om in te schatten hoeveel daarvan op het spel staat bij een Griekse exit. En zelfs als Griekenland bij de euro blijft, zijn afschrijvingen waarschijnlijk. Het grootste risico voor het Europese financiële systeem is een verspreiding van de besmetting buiten Griekenland. Het land dat het grootste risico draagt, is Cyprus. Zijn banksector is verstrengeld met die van Griekenland. Het ratingbureau Moody's schat dat de Cypriotische banken bij een Griekse exit kapitaalverhogingen ter waarde van 9 miljard euro moeten doorvoeren, goed voor ruim de helft van het Cypriotische bbp. De Europese banken zijn voor 36 miljard dollar blootgesteld aan de economie van het eiland. Maar Cyprus kan indien nodig gemakkelijk gered worden. De echte zorg is dat de markten bij een Griekse exit op andere, grotere landen storten als mogelijke kandidaten voor een uittrede. Portugal en Ierland zijn dan de volgende in het rijtje. In een reactie op de bezorgdheid om Griekenland lopen ook de rentes op Spaanse en Italiaanse overheidsobligaties op. Op 17 mei crashten de aandelen van Bankia nadat bekend was geraakt dat deposanten 1 miljard euro teruggetrokken hadden uit de pas genationaliseerde Spaanse kredietverschaffer. De Europese beleidsmakers hebben maar enkele weken meer om de rest van de perifere landen af te schermen van het Griekse debacle. THE ECONOMIST"De euro verlaten is een nachtmerrie. Het is niet zoals in Argentinië, waar er al een munt bestond. Hier zou de economie onmiddellijk terugvallen op ruilhandel"