Sinds de Europese economieën in een financiële en economische crisis zonder voorgaande zijn beland, bevindt de kortetermijnrente zich op haar laagste peil ooit. En dat is ook logisch. De Europese Centrale Bank heeft niet geaarzeld om de basisrente drastisch terug te schroeven om de tanende Europese economieën opnieuw op gang te trekken en vooral om het verzwakte banksysteem weer op de been te helpen. Momenteel bedraagt de basisrente 1 % en het ziet ernaar uit dat dit niveau nog enige tijd gehandhaafd zal blijven, aangezien de inflatie in Europa onder controle blijft en het herstel nog broos is.
...

Sinds de Europese economieën in een financiële en economische crisis zonder voorgaande zijn beland, bevindt de kortetermijnrente zich op haar laagste peil ooit. En dat is ook logisch. De Europese Centrale Bank heeft niet geaarzeld om de basisrente drastisch terug te schroeven om de tanende Europese economieën opnieuw op gang te trekken en vooral om het verzwakte banksysteem weer op de been te helpen. Momenteel bedraagt de basisrente 1 % en het ziet ernaar uit dat dit niveau nog enige tijd gehandhaafd zal blijven, aangezien de inflatie in Europa onder controle blijft en het herstel nog broos is. De kortetermijnrente wordt dus bepaald door de Europese Centrale Bank (ECB) en geldt voor alle landen uit de eurozone. De langetermijnrente is echter niet afhankelijk van de ECB, maar van de marktomstandigheden. Dat rentetarief wordt beïnvloed door verschillende factoren: > het risico verbonden aan het land. Dat risico is afhankelijk van de schuldgraad en de capaciteit van het land om zijn financiële verplichtingen na te komen. Om het te beoordelen, kijken beleggers naar de financiële ratings die worden toegekend door ratingbureaus zoals Fitch, Standard & Poor's en Moody's. > De looptijd van de lening. Hoe langer de looptijd, hoe hoger de rente. > De munteenheid van de lening. Het spreekt voor zich dat een lening in EUR minder blootgesteld zal zijn aan het devaluatierisico dan een lening in Turkse lira of in Zuid-Afrikaanse rand. Een groter devaluatierisico doet de rentevoet stijgen. In theorie is het zo dat alle landen die deel uitmaken van de eurozone bepaalde criteria op het gebied van financiële stabiliteit dienen na te leven om het evenwicht en het voortbestaan van de Europese munt te garanderen. Daarom wijken de rentetarieven op lange termijn in de verschillende landen van de eurozone in principe niet al te veel van elkaar af. Tot zover de theorie. In de praktijk heeft de recente crisis een grote impact gehad op de stabiliteitscriteria. Verschillende landen zijn er bijvoorbeeld niet in geslaagd om hun overheidstekort onder controle te houden. De Europese regeringen hebben overheidsgeld moeten gebruiken om hun economie van de ondergang te redden, ook al ging dat ten koste van een gezond beheer van de overheidsfinanciën. De eurozone telt heel wat slechte leerlingen en in dat rijtje staat Griekenland duidelijk vooraan. De ratingbureaus Fitch, Standard & Poor's en Moody's trokken eind december aan de alarmbel en verlaagden de rating van de schuld op lange termijn van A- naar BBB+ (van A1 naar A2 bij Moody's). De herziening van de rating van Griekenland is er niet zomaar gekomen. Voor 2009 wordt het Griekse tekort geschat op 12,7 % van het bruto binnenlands product (bbp). Daarnaast wordt verwacht dat de staatsschuld zal oplopen tot 113 % van het bbp (300 miljard EUR) in 2009 en tot 120 % in 2010. Een op zijn minst zorgwekkende situatie. Niet alleen wordt door die ontwikkelingen het economische evenwicht in Europa bedreigd, maar de wijziging in de perceptie van de financiële gezondheid van Griekenland heeft ook rechtstreeks geleid tot een sterke stijging van de rente op de obligatiemarkten. Even concreet: om haar activiteiten te financieren, geeft de Griekse regering overheidsobligaties uit. Voor leningen op tien jaar zien de Griekse autoriteiten zich vandaag genoodzaakt om een rente van 5,7 % aan te bieden. Ter vergelijking: voor een lening met dezelfde looptijd hoeft Duitsland slechts een rente van 3,4 % uit te keren en België biedt een rente van 3,7 %. Een verschil dat kan tellen. Bij de uitgifte van een lening van 10 miljard EUR op tien jaar betaalt Griekenland dus jaarlijks 200 miljoen EUR rente meer dan België. De Griekse budgettaire ontsporingen komen het land dus duur te staan. De nieuwe Griekse regering heeft dan ook geen andere keuze dan de komende jaren de buikriem aan te halen. Het land hoeft niet te rekenen op Europese steun, aangezien die simpelweg niet bestaat voor lidstaten uit de eurozone. De Griekse staat kan het zich ook niet veroorloven om haar leningen niet terug te betalen, aangezien dat zou leiden tot een instorting van het financiële systeem van het land. Het grootste deel van de Griekse staatsleningen is immers onderschreven door lokale banken. Maar zover zijn we nog lang niet. Spreken over het faillissement van de staat is voorbarig. De situatie is ernstig maar niet hopeloos. We moeten gewoon hopen dat de beleggers zullen intekenen op de verschillende Griekse obligatie-uitgiften en dat de staat niet verplicht zal zijn om de rente opnieuw te verhogen om de markt over de streep te trekken. Daardoor zou Griekenland in een negatieve spiraal terechtkomen en de gevolgen daarvan zijn niet te overzien. Griekenland bevindt zich in een lastig parket, maar het is lang niet het enige land dat met massale tekorten kampt. Ook Ierland, Spanje en Portugal bevinden zich in het vizier van de ratingbureaus. Hun tekorten zijn allesbehalve verwaarloosbaar en de vraag over de financiële soliditeit van die landen brandt op alle lippen in de Europese halfronden. De tarieven van de staatsleningen op lange termijn van die landen zijn ook gevoelig aan het toenemen. Een neerwaartse herziening van hun rating door een van de ratingbureaus, bij wie die landen sinds kort op negative watch staan, zou al volstaan om de rente verder de hoogte in te jagen. Gezien de zwakke groei die verwacht wordt voor Europa in 2010 en de moeilijkheid van de staten om te besparen op een moment dat de economie nog zoveel steun nodig heeft om uit het slop te geraken, zien wij niet in hoe de lidstaten hun tekorten op drastische wijze zouden kunnen terugschroeven. Dit jaar riskeert het aantal terechtwijzingen door de Europese autoriteiten en waarschuwingen van de ratingbureaus hoog op te lopen, wat zal leiden tot een toename van de volatiliteit en een stijging van de langetermijnrente. Als de kortetermijnrente zeer laag blijft als gevolg van het monetaire beleid gevoerd door de ECB, zal het verschil tussen beide rentes de komende maanden nog groter worden. Dat scenario lijkt ons erg waarschijnlijk. Beleggers die hun kapitaal in een staatsobligatie in de eurozone willen stoppen, raden we aan de landen te mijden die op negative watch staan en waarvan het enorme overheidstekort een negatieve invloed zou kunnen hebben op de rating van het land. Duitsland blijft veruit het veiligste land, maar met een rente van 3,39 % ligt het rendement niet bepaald hoog. De meest aanlokkelijke staatsleningen zijn die van Griekenland. Dat land biedt een rente van bijna 6 % voor een risico dat al bij al redelijk blijft. Wij zien het namelijk niet zo snel gebeuren dat een land als Griekenland, dat deel uitmaakt van de eurozone, op een faillissement afstevent. (c)Karine HuetSpreken over een faillissement van de Griekse staat is voorbarig. De situatie is ernstig, maar niet hopeloos.