In navolging van Duitsland kondigden België, Nederland en Frankrijk vorige week ongeveer gelijktijdig aan om hun fiscaal stelstel te hervormen. Onze noorderburen pakken in 2001 zelfs uit met een volledig nieuw belastingregime. De achterliggende redenering: arbeid is te duur geworden, terwijl tal van fiscale ontwijkingsconstructies de staatsinkomsten uithollen en ook reparatiewetgevingen niet langer helpen.
...

In navolging van Duitsland kondigden België, Nederland en Frankrijk vorige week ongeveer gelijktijdig aan om hun fiscaal stelstel te hervormen. Onze noorderburen pakken in 2001 zelfs uit met een volledig nieuw belastingregime. De achterliggende redenering: arbeid is te duur geworden, terwijl tal van fiscale ontwijkingsconstructies de staatsinkomsten uithollen en ook reparatiewetgevingen niet langer helpen.De Belgische premier Guy Verhofstadt (VLD) heeft al beloofd om volgend jaar, tijdens het Belgische voorzitterschap van de Europese Unie, initiatieven te zullen nemen voor een fiscale harmonisering in Europa. "Maar daar geloof ik niet in", antwoordt Hans Van den Hurk, docent Europees belastingrecht aan de Nederlandse Katholieke Universiteit Brabant ( KUB) en wetenschappelijk adviseur van PricewaterhouseCoopers: "Elk land heeft zijn eigen structuur. Je kunt toch moeilijk de economie van de Benelux vergelijken met die van Griekenland. Verschillende regimes vragen een verschillende aanpak. Bovendien zorgt de fiscale concurrentie ervoor dat regeringen niet al te dirigistisch worden." TRENDS. De Europese ministers van Financiën kwamen midden september op een informele top in Turku (Finland) overeen om hun BTW-tarieven op arbeidsintensieve sectoren te verlagen. HANS VAN DEN HURK (KATHOLIEKE UNIVERSITEIT BRABANT). En toch voorziet het Nederlandse belastingplan voor de 21ste eeuw een BTW-verhoging op goederen en diensten van 17,5% naar 19%. Dat gaat in tegen de Europese regels. Maar tegelijk blijft Nederland met zijn maatregel nog onder de Europese bovengrens. In die zin groeien de tarieven wel naar elkaar toe, maar van fiscale harmonisering is geen sprake. Daarvoor zijn de verschillen tussen de belastingstelsels in Europa te groot. Zijn de fiscale plannen dan niets meer dan oude wijn in nieuwe zakken?Toch niet. In Nederland wordt het oude adagium van de fiscaliteit - het draagkrachtbeginsel, waarbij de sterkste schouders de zwaarste lasten dragen - verlaten. Het nieuwe belastingplan voor de 21ste eeuw verlaat dit klassieke pad. Staatssecretaris voor Financiën Willem Vermeend ( PvdA) - nochtans een socialist - pakt de zaak pragmatisch aan. De principes moeten wijken voor de praktische toepassing. Zijn voorstel voor een forfaitaire rendementsheffing vervangt de oude vermogensbelasting. De achterliggende redenering: alle beetjes helpen, vroeger pakten we niets. Maar de grote moeilijkheid is om dit nu uit te leggen aan het grote publiek. De man in de straat begrijpt er niets meer van. Bovendien kan het oude systeem wel degelijk werken, op voorwaarde dat het wordt aangepast. Zo blijkt uit een onderzoek van de onafhankelijke Vereniging van Belastingwetenschappers dat de invoering van een vermogenswinstbelasting - waarbij de meerwaarden op aandelen progressief worden belast - technisch haalbaar is. Maar die gok wil het kabinet niet nemen. Is ecologisering van de fiscaliteit ook geen fundamentele ommekeer?Alles hangt af van de vraag of de opbrengsten van de groene heffingen naar het milieu zullen gaan. Tot nu toe werden de burgers voor de gek gehouden. Zo stort de regering de extra-inkomsten uit de verhoging van de brandstofprijzen rechtstreeks in de schatkist in plaats van het geld te gebruiken voor de verbetering van het openbaar vervoer of de modernisering van de wegeninfrastructuur. Ondanks alle maatregelen van de jongste jaren, neemt het verkeer - en dus ook de vervuiling - almaar toe.Een constante in alle nieuwe plannen is het verlagen van de belasting op arbeid.België kampt met een zeer hoge druk op lonen en wedden. Maar dat is vooral het gevolg van de torenhoge socialezekerheidsbijdragen. Nederland kent dit probleem ook, behalve voor de hogere inkomens - de schaal boven 70.000 gulden betaalt geen extra-bijdrage meer. Nu stelt de Nederlandse regering voor om het nominale toptarief van de personenbelasting te verlagen van 60% naar 52%. Men kan zich immers de vraag stellen of het nog wel redelijk is om meer dan de helft van zijn inkomsten aan de fiscus te moeten afstaan. Volgens het Duitse Arbitragehof is een effectieve belastingvoet van meer dan 50% in strijd met de grondwet. De burgers hebben recht op minstens de helft van hun verdiensten.Iedereen wil ook de belastbare basis verbreden door het aantal aftrekposten te verminderen. Wie kan daar nu tegen zijn?In principe is een dergelijke verbreding een goed idee. Maar in de praktijk zie je snel uitzonderingen ontstaan. Zo wil het Nederlandse kabinet de commanditaire vennootschappen uit de ondernemersfiscaliteit schrappen, omdat vele beleggers deze techniek gebruikten om een extra-investeringsaftrek te hebben. Onder druk van verschillende lobby's heeft Vermeend intussen wel aangekondigd dat de zeescheepvaart en de filmindustrie omwille van hun maatschappelijk belang in de toekomst toch nog gebruik zouden kunnen maken van deze techniek, hoewel de betrokken constructies weinig of niets met écht ondernemerschap te maken hebben. Daar word ik dus doodziek van: men gebruikt het belastingrecht voor iets waarvoor het niet bedoeld is, namelijk het realiseren van politieke doelstellingen.Maar bestaan er nog alternatieven?Uiteindelijk is één vast tarief voor alle inkomenscategorieën - de zogenaamde flat tax van bijvoorbeeld 25% - waarbij tegelijk alle aftrekposten worden afgeschaft, de beste oplossing. Deze maatregel is makkelijk uitvoerbaar, zorgt voor een gegarandeerde bron van inkomsten en verhindert dat er allerlei constructies worden opgezet. Andere vereenvoudigingsoperaties werken niet. Ondanks alle beloftes terzake zijn de fiscale stelsels in Europa alleen maar complexer geworden. In die zin is het belastingsysteem gewoon een afspiegeling van de samenleving. Binnen wetenschappelijke kringen, vooral in de Verenigde Staten en Nederland, bestaat een levendige discussie over deze flat tax. Maar in de praktijk vrees ik dat de maatregel politiek niet haalbaar is, omdat zo elke maatschappelijke sturing van het beleid onmogelijk wordt. ERIC POMPEN