De Europese Commissie wil een procedure voor collectieve schaderegelingen. Advocaat Stan Brijs van NautaDutilh meent dat alle partijen in de Lernout & Hauspiezaak hun voordeel hadden kunnen doen met zo'n systeem.
...

De Europese Commissie wil een procedure voor collectieve schaderegelingen. Advocaat Stan Brijs van NautaDutilh meent dat alle partijen in de Lernout & Hauspiezaak hun voordeel hadden kunnen doen met zo'n systeem. De bekentenissen van Pol Hauspie klinken heel wat klagende beleggers in de LHSP-zaak als muziek in de oren. Voor Dexia wordt het moeilijker om te beweren dat het niet wist van de manipulatie. En laat nu net Dexia de 'diepste zakken' hebben van alle beklaagden. "Het is echter de vraag hoe lang de burgerlijke partijen nog op hun schadevergoeding moeten wachten", stelt advocaat Stan Brijs van het advocatenkantoor NautaDutilh. "België kent immers geen systeem van collectieve schaderegeling, de zogenaamde 'class action'. De duizenden schadeclaims in het proces-Lernout & Hauspie kosten de overheid, de beschuldigden en de klagers zelf miljoenen euro's. In Nederland heeft de wetgever - op vraag van het bedrijfsleven! - wel een systeem op poten gezet om collectieve schadevorderingen toe te laten." Zijn Nederlandse confrater Daan Lunsingh Scheurleer, die het Nautateam aanvoert dat class actions coördineert, signaleert: "Op de Europese top in Lissabon ontving ik duidelijke signalen dat een en ander aan het bewegen is. Als de lidstaten niet uit eigen beweging een regeling voor collectieve schade opstellen, zal de Europese Commissie een systeem invoeren. Meglena Kuneva, Europees commissaris voor Consumentenzaken, en haar collega Neelie Kroes (Mededinging) maakten in niet mis te verstane bewoordingen duidelijk dat er nood was aan zo'n procedure. Het is dus niet de vraag óf de Commissie een regeling zal uitwerken, maar welke het zal worden." Confrater Brijs denkt dat Nederland met de wet op de collectieve afwikkeling massaschade (WCAM, sinds 1 augustus 2005 in werking) een gidsland kan zijn. Een schikking met een stichting, die een groep schadelijders met gelijksoortige belangen vertegenwoordigt, moet na de indiening bij de rechtbank gepubliceerd worden. De rechtbank moet dan onderzoeken of het een redelijke dading betreft, de procedure iedereen de kans geeft de rechten uit te oefenen en de stichting voldoende representatief is. Als dat het geval is, kunnen alle schadelijders hun deel van de vergoeding vragen. Als ze uitdrukkelijk zeggen dat ze er niet mee akkoord gaan, moeten ze een aparte (dure) rechtszaak aanspannen. Brijs: "Met een wet als de Nederlandse zouden de uiteindelijk aansprakelijk gehouden partijen in bijvoorbeeld de LHSP-zaak op korte termijn een schikking kunnen treffen met de grootste groep benadeelden. WCAM is geen regeling die (zoals in de VS) door de advocaten wordt gestuurd, maar door de belangen van de partijen. Het is een evenwichtige behandeling, waardoor ook de partij die de schadevergoeding moet betalen een voordeel heeft. De zaak is zo goed als definitief beslecht." Brijs stelt dat de WCAM nu al gevolgen heeft in België. Een Belgische rechter moet volgens het Europese executieverdrag rekening houden met de uitspraak van een Nederlandse collega. "Nog interessanter is de vraag of Belgische schadelijders via een Nederlandse stichting hun belangen kunnen verenigen voor een Nederlandse rechtbank", zegt Brijs. "Ik denk dat Belgen ooit de weg naar het noorden zullen vinden. Benieuwd wat dat zal geven." H.B.