In Trends van 23 september stond een interview met professor Van Den Hurk (KUB) omtrent Europese belastingharmonisering.
...

In Trends van 23 september stond een interview met professor Van Den Hurk (KUB) omtrent Europese belastingharmonisering.1. Volgens de professor zorgt fiscale concurrentie ervoor dat de regeringen niet al te dirigistisch worden. Dit is toch onzin. Harmonisatie en coördinatie zijn juist van aard om het nationaal dirigisme te verminderen: wanneer geharmoniseerde regels worden uitgewerkt op Europees niveau weet men in de 15 lidstaten aan welke identieke principes men zich te houden heeft. Bij afwezigheid van Europese harmonisatie zijn de ondernemingen onderhevig aan 15 verschillende regelingen, met alle betwistingen en dubbele belastingen van dien.2. BTW. Het Nederlands belastingplan voor de 21ste eeuw heeft niets vandoen met de Europese richtlijn tot verlaging van BTW op arbeidsintensieve activiteiten. Deze laatste beoogt de (lokale) arbeidsintensieve werkgelegenheid onderaan de ladder een duw in de rug te geven.De verhoging van de algemene BTW-voet in Nederland van 17,5 % naar 19 % heeft ook niets vandoen met bovengenoemde richtlijn, maar wel met een verschuiving van de lasten van arbeid naar consumptie. Nederland gaat met de verhoging van de BTW hoegenaamd niet in tegen de Europese regels (? welke trouwens). Verder zou de professor moeten weten dat er in Europa geen bovengrens voor BTW is, wel een ondergrens. En tenslotte is er in Europa wel degelijk sprake van fiscale harmonisering van de BTW. Het definitief BTW-stelsel dat in voorbereiding is vereist sterk convergerende aanslagvoeten.3. De professor geeft in zijn artikel ook kritiek op de hervormingen van Staatssecretaris Vermeend - een socialist - die het draagkrachtbeginsel zou overboord gooien. Vooreerst dient opgemerkt dat de bevoegde Minister van Financiën een liberaal is en dat belastinghervormingen een zaak zijn van de voltallige regering en van het parlement en niet de zaak van een staatssecretaris.Vervolgens is het onjuist te stellen dat de Nederlandse hervormingen het draagkrachtprincipe overboord gooien: de inkomstenbelastingen blijven onderworpen aan progressieve tarieven.En tenslotte zou ik er willen op wijzen dat de professor in zijn artikel een enigszins tegenstrijdige boodschap verkondigt: enerzijds verwijst hij naar het voorstel van een progressieve belasting van meerwaarden op aandelen en anderzijds naar één flat rate tax van b.v. 25 % op inkomens, hetgeen hij de beste oplossing noemt. Een ander alternatief zou kunnen zijn 3 tax rates voor de inkomstenbelasting evenals 3 rates voor de BTW: aldus zou de sociaal rechtvaardige progressiviteit tegelijkertijd spelen binnen de directe en binnen de indirecte belastingen.Martin Hutsebaut, E.V.V.