België hengelt niet ambitieus genoeg naar Europese fondsen. Vooral Vlaanderen komt er bekaaid vanaf. Dat blijkt het scherpst uit de verdeling van de structuurfondsen. Voor de periode 1995-1999 krijgt het Vlaamse Gewest zowat 15,5 miljard frank toegestopt, terwijl het Waalse Gewest meer dan 42 miljard opstrijkt. Een communautaire zaak hoeven we daar niet meteen van te maken, want steun komt er in principe alleen voor sectoren of regio's waar de nood het hoogst is. Dit lijkt fair, al hebben ook in de Europese cenakels...

België hengelt niet ambitieus genoeg naar Europese fondsen. Vooral Vlaanderen komt er bekaaid vanaf. Dat blijkt het scherpst uit de verdeling van de structuurfondsen. Voor de periode 1995-1999 krijgt het Vlaamse Gewest zowat 15,5 miljard frank toegestopt, terwijl het Waalse Gewest meer dan 42 miljard opstrijkt. Een communautaire zaak hoeven we daar niet meteen van te maken, want steun komt er in principe alleen voor sectoren of regio's waar de nood het hoogst is. Dit lijkt fair, al hebben ook in de Europese cenakels de luidste roepers een streepje voor. Bovendien is het lokken van bedrijven sneu voor de andere gebieden.Concurrentievervalsing? De Europese Unie moet alleszins enorm opletten om niet in de fuik van de lobby's gevangen te raken. Zowel commerciële als politieke roofvogels cirkelen rond de vette prooi. Misschien is dit wel de impliciete, niet eens gewilde, maar voornaamste waarschuwing uit het boek De Europese begroting. Bart Kerremans (KU Leuven) en Herman Matthijs (UA en VUB) leveren een hoogst interessante verkenning af. De gecompliceerde materie wordt zelfs helder uiteengezet. Met die toegankelijkheid tonen de auteurs alvast dat ze de ambitie koesteren om ook buiten de academische kringen gelezen te worden. Het duo geeft niet alleen een vrij gedetailleerd overzicht van de ontvangsten en uitgaven. Ook de procedures en de bevoegdheden passeren de revue, waaruit eens temeer het democratische deficit blijkt. Grootste fondsensnoeper is niet het vaak vermaledijde Italië (dat wel op de tweede plaats prijkt), maar Spanje. Door de steun voor de oostelijke Länder rukt Duitsland op naar nummer drie. Oostenrijk, de Scandinaven en de Benelux bengelen achteraan. Nochtans mag België een groter deel van de koek opeisen. Na Luxemburg en Nederland zijn we per hoofd de grootste bijdragenbetaler aan de Europese Unie. In 1996 betaalde elke Belg zowat 311 ecu aan de Unie. Luxemburg voert de lijst aan met bijna 460 ecu. De mediterrane landen én Groot-Brittannië zijn hekkensluiters. Als laatsten in de rij schuiven de Britten nauwelijks 100 ecu af. Dat hebben ze te danken aan de onverzettelijke houding van Margaret Thatcher, een zoveelste inspanning van de Iron Lady waarvan Tony Blair vandaag nog altijd de rijpe vruchten plukt. Alleen maar mopperen mogen de Belgen uiteraard niet. De Europese instellingen in Brussel hebben weliswaar nadelen, maar brengen ook aanzien en vooral inkomsten binnen. Het maakt ons land ook aantrekkelijker voor de bouw van Europese hoofdzetels van concerns. Bart Kerremans & Herman Matthijs, De Europese begroting. Intersentia, 196 blz., 1250 fr.LDD