In 2009 kende de obligatiemarkt een voorspoedig jaar, met hoge rentes op bedrijfsobligaties en staatsleningen die weliswaar weinig opbrachten, maar wel 'veilig' waren. De leningen van opkomende landen echter vielen uit de gratie bij de beleggers, die vlak na een crisis zonder voorgaande niet meteen stonden te trappelen om risico's te nemen.
...

In 2009 kende de obligatiemarkt een voorspoedig jaar, met hoge rentes op bedrijfsobligaties en staatsleningen die weliswaar weinig opbrachten, maar wel 'veilig' waren. De leningen van opkomende landen echter vielen uit de gratie bij de beleggers, die vlak na een crisis zonder voorgaande niet meteen stonden te trappelen om risico's te nemen. De markt van de obligaties uit opkomende landen is echter niet zo riskant als hij lijkt, zo stelt de specialiste ter zake bij Invesco, Claudia Calich, head of emerging markets senior portfolio manager. CLAUDIA CALICH. Inderdaad. Als we kijken naar de risicopremie van een land als Griekenland, dan zien we dat die dubbel zo hoog is als die van Turkije. De spread van Griekenland bedraagt 350 basispunten, terwijl die van Turkije op 200 basispunten uitkomt. Maar die premies evolueren erg snel. Spanje zit in hetzelfde schuitje als Griekenland en heeft een erg hoge risicopremie. De premies hangen af van de perceptie die de markt heeft van het risico. Daardoor wordt de schuld van Chili - een kleine schuld van hoge kwaliteit - als minder riskant beschouwd dan die van heel wat Europese landen. CALICH. Een jaar geleden was het rendement van deze activaklasse uiteraard nog hoger. Maar dat betekent niet dat we daarom de schulden van opkomende landen links moeten laten liggen. Integendeel, ze zijn zeker onze aandacht nog waard, alleen al voor de diversificatie die ze in de portefeuille kunnen brengen en hun geringe correlatie met ander financiële activa. En ze laten voor een beperkt risico nog altijd mooie rendementen ten opzichte van andere activaklassen optekenen. CALICH. Wij zien in beide categorieën opportuniteiten. In sommige landen richten we ons beter op de staatsschuld in dollar. Dat is vaak het geval voor kleinere landen, zoals Irak en de Dominicaanse Republiek. Bedrijfsleningen hebben we onlangs nog gekocht in Rusland en Mexico. CALICH. Het spreekt voor zich dat het faillissement van Lehman Brothers voor de marktliquiditeit een probleem kon zijn. Maar dat was een uitzonderlijke situatie. Over het algemeen hebben wij geen liquiditeitsproblemen. De opkomende schuld in lokale munt is trouwens liquider geworden. De schuld in Braziliaanse real, in Mexicaanse peso en in Poolse zloty heeft een hoge vlucht genomen. Zelfs tijdens de financiële crisis konden we in die munten gemakkelijk leningen kopen en verkopen. Maar wij houden bij de samenstelling van onze portefeuille uiteraard rekening met de liquiditeit van de activa die wij kopen. We zullen nooit een grote positie nemen in weinig liquide activa die we onmogelijk op enkele dagen tijd van de hand kunnen doen. CALICH. Wat het risico betreft, is die markt onmiskenbaar veranderd. De spreads, die de risicoperceptie ten opzichte van bepaalde activa weergeven, spreken in dat opzicht boekdelen. Die zijn in tien jaar tijd sterk afgenomen. De liquiditeit is verbeterd. Het aantal spelers op deze markten is echter sterk toegenomen, waardoor het op sommige nichemarkten moeilijk geworden is om nog effecten te bemachtigen. CALICH. Ja. Beleggers zijn hoe langer hoe meer geïnteresseerd in de schuld van opkomende landen. Dat heeft onder andere te maken met het feit dat landen zoals Brazilië in de loop der jaren een betere financiële notering kregen en dus hun opwachting konden maken in grote refe-rentie-indexen op de obligatiemarkten. Brazilië kan tegenwoordig prat gaan op een investment grade (voldoende hoge kwaliteit). Ook Rusland zou kunnen doordringen tot de indexen die de obligatiemarkten volgen. CALICH. Onze voorkeur gaat niet naar één land in het bijzonder uit. Voor ons fonds in dollar waarderen we bij de kleinste landen Argentinië heel erg. Wat de schulden in deviezen betreft, geven we echter de voorkeur aan Russische en Braziliaanse bedrijfsleningen. We kunnen ook de Aziatische munten op prijs stellen, zoals die van Kazachstan, die sterk schommelt maar een zeker potentieel heeft. CALICH. Wij hebben in China geïnvesteerd door middel van bedrijfsleningen. Maar de leningen die op die markt beschikbaar zijn voor buitenlandse beleggers, zijn erg schaars in verhouding tot het belang van de Chinese economie. Voorzichtigheid is aangewezen wat de kwaliteit van de leningen betreft, want niet alle bedrijven die in China actief zijn, hebben evenveel succes. Op dit ogenblik hebben we trouwens geen Chinese leningen in portefeuille. De Chinese munt is wel ondergewaardeerd, maar wij denken niet dat de Chinese overheid zal toelaten dat de yuan sterk stijgt. CALICH. Particuliere beleggers hebben er alle belang bij om zich bloot te stellen aan dit type activa om hun portefeuille in evenwicht te brengen wat de verhouding rendement/risico betreft. Wij menen dat het ideaal is om 5 tot 10 % van de portefeuille te wijden aan de schuld van de opkomende landen. Een individueel aandeel kopen in een opkomend land, kan uiteraard gevaarlijk zijn. Denk maar aan de schulden die Argentinië en Rusland hadden en die niet werden terugbetaald. Maar door via een fonds in dit type activa te beleggen, kan dat risico geneutraliseerd worden. Door Karine Huet"Brazilië kan tegenwoordig prat gaan op een investment grade. Ook Rusland zou kunnen doordringen tot de indexen die de obligatiemarkten volgen." Claudia Calich, Invesco