Robert Cooper, Oorlog en vrede in de eenentwintigste eeuw. Meulenhoff Documentair, 223 blz., 17,50 euro.
...

Robert Cooper, Oorlog en vrede in de eenentwintigste eeuw. Meulenhoff Documentair, 223 blz., 17,50 euro.De gruwelijkste episoden in de Europese geschiedenis speelden zich af in de veertiende eeuw (Honderdjarige Oorlog), de zeventiende eeuw (Dertigjarige Oorlog) en de eerste helft van de twintigste eeuw (twee wereldoorlogen). "De eenentwintigste eeuw zou nog verschrikkelijker kunnen zijn," vreest de Britse topdiplomaat Robert Cooper. Jarenlang was hij de belangrijkste adviseur van de Britse premier Tony Blair op het gebied van buitenlands beleid. Nu adviseert hij Javier Solana, de veiligheids- en buitenlandcoördinator van de Europese Unie. Cooper is niet de zoveelste onzichtbare souffleur van toppolitici en instellingen, hij treedt geregeld zelf voor het voetlicht met duidelijke, vaak controversiële en altijd interessante uitspraken. Dat is niet anders in Oorlog en vrede in de eenentwintigste eeuw, waarin hij de reactie van de Verenigde Staten en de Europese Unie op de grote gevaren in de wereld vergelijkt én beoordeelt. Vooraf verkent Cooper de brandhaarden en bedreigingen. Aanstichters van groot onheil zijn vaak anarchie en chaos, zo leert de geschiedenis. Hoed je vooral voor tijdvakken waarin de orde wegvalt en waarin alle bindende factoren niet meer bij machte zijn de menselijke agressie in te tomen. Hoogtepunten vallen meestal samen met een periode waarin een krachtige regering bestaat, die op een redelijke manier de orde kan handhaven. Maar sterke leiders kunnen hun volk ook verblinden met nationalisme en ideologie. Voeg daar nog snelle technologische ontwikkelingen aan toe en je krijgt een potentieel kruitvat. Osama of miltvuur. Vandaag kunnen zowel anarchie als technologie voor rampen zorgen. Cooper waarschuwt: "De twee grote vernietigende krachten uit de geschiedenis zouden elkaar wel eens kunnen versterken. En er resteert voldoende nationalistisch, ideologisch en religieus fanatisme uit voorgaande eeuwen, dat in motieven voor de vernietiging kan voorzien." Kijk maar naar de verspreiding van terrorisme en massavernietigingswapens, die een wereld creëren waarop de westerse landen geen greep meer hebben. De verspreiding van de apocalyptische wapens gaat ten koste van de geïndustrialiseerde democratische staten en komt ten gunste aan kleinere onstabiele staten die veel minder belang hebben bij een geordende wereld. In de huidige wereld kunnen kleine groepen een schade teweegbrengen die vroeger alleen voor legers van grote staten of sterke revolutionaire bewegingen was weggelegd. Niet alleen Osama bin Laden kan daarvoor zorgen, ook veel kleinere groeperingen met veel minder middelen. Een griezelig voorbeeld: "De poging van de Japanse Aum Shinrikyo-sekte om miltvuur in Tokio te verspreiden mislukte, maar vroeg of laat zullen ergens ter wereld anderen in een soortgelijke poging slagen." Sterkere EU nodig. Na die historische verkenning gaat Cooper op zoek naar remedies tegen het doemscenario. Zijn oplossing ligt in de vorming van postmoderne staten, die een belangrijk deel van hun soevereiniteit vrijwillig overdragen aan supranationale instellingen. Hét voorbeeld (zij het nog onvoltooid): de Europese Unie. Daarnaast zijn er de klassieke moderne staten (zoals de VS, China en India), die hun eigen soevereiniteit prioritair stellen. Het grootste gevaar schuilt in de premoderne staten (zoals grote delen van Afrika), waar chaos en geweld alleen de wet van de jungle laten heersen. De hamvraag is hoe die falende premoderne regio's benaderd moeten worden. Hen ongemoeid laten wegzakken in het moeras is moreel verwerpelijk én gevaarlijk, omdat ze ideale broeinesten en schuiloorden vormen van terroristen en criminele organisaties. Maar hen helpen, blijkt geen sinecure, omdat hulp in de jungle niet altijd soelaas biedt voor de zwaksten of de regio. In de jungle moeten ook postmoderne staten desnoods reageren op een manier zoals het in de jungle past: met militaire macht. Zo'n preventief ingrijpen kan noodzakelijk zijn voor de eigen veiligheid én voor de wereld. De VS heeft geen probleem met zo'n aanpak, zeker niet na de terreur van 11 september 2001. De EU wil het anders aanpakken. Cooper pleit voor een toenadering tussen beide benaderingen met de klemtoon op de wenselijkheid van postmoderne samenwerking (bijvoorbeeld onder de hoede van de VN). Maar hij aarzelt niet om Europa te waarschuwen dat het niet lijdzaam mag toezien. "Nietsdoen is in een dynamische wereld het slechtste beleid." De EU moet dan ook een duidelijk buitenlands beleid en een efficiënte gemeenschappelijke defensie ontwikkelen. Dan zal Europa ook meer invloed op de VS hebben. Jammeren op de VS helpt niet, de EU moet de handen uit de mouwen steken (en de handen weer vuil durven maken). Jan Lodewyckx"De poging van de Japanse Aum Shinrikyo-sekte om miltvuur in Tokio te verspreiden mislukte, maar vroeg of laat zullen ergens ter wereld anderen in een soortgelijke poging slagen."