Ik heb altijd al zeer sceptisch gestaan tegenover ervaring. Nu ik zelf al meer ervaring heb dan ik soms zelf zou willen, is dat scepticisme zeker niet verminderd. Bijvoorbeeld: twee mannen kruipen al twee dagen lang in de woestijn rond, op zoek naar water. Op het moment dat ze bijna bezwijken, komen ze een derde tegen. Hoe lang bent u al aan het kruipen? De derde kan nauwelijks nog spreken: al drie dagen. De twee mannen besluiten hem te volgen, want hij heeft meer ervaring...
...

Ik heb altijd al zeer sceptisch gestaan tegenover ervaring. Nu ik zelf al meer ervaring heb dan ik soms zelf zou willen, is dat scepticisme zeker niet verminderd. Bijvoorbeeld: twee mannen kruipen al twee dagen lang in de woestijn rond, op zoek naar water. Op het moment dat ze bijna bezwijken, komen ze een derde tegen. Hoe lang bent u al aan het kruipen? De derde kan nauwelijks nog spreken: al drie dagen. De twee mannen besluiten hem te volgen, want hij heeft meer ervaring... Het was Bertrand Russell, die voor het eerst dat scepticisme tegenover ervaring op de meest overtuigende wijze heeft geformuleerd. Stel je voor dat je een haantje bent. Elke dag word je lekker gevoederd door je eigenaar. Die slaat geen enkele dag over. Elke dag neemt de zekerheid van het haantje toe. Het haantjesleven is mooi, baasjes zijn vriendelijk. Het slimme dier heeft ook al enkele slimme theorieën geformuleerd over het mensengedrag. Zoals: 'het is Gods wil dat de mensen de kippen en de hanen voederen', 'mensen zijn genetisch voorbestemd om kippen, maar vooral om hanen te voederen', of 'een welgevoede haan beschermt de mens tegen ziektes en eenzaamheid'. Onze haan heeft zeker geen vreemde theorieën nodig, geen boekenwijsheid. Hij maakt zijn theorieën wel zelf. De bewijzen? Die ziet hij elke dag opnieuw. Ervaring, jonge man, dat is wat telt. Hij kijkt niet eens meer naar de titels van de boeken die op de tafel van de eigenaar liggen. Niets gaat boven persoonlijke ervaring. De haan is zo zelfverzekerd geworden, zo gerijpt door levenservaring, dat hij zelfs het laatste kookboek op de tafel van de eigenaar niet heeft zien liggen. Indien hij de titel 'Coq-au-vin, honderd verschillende manieren' had gelezen, was hij misschien wel even gaan twijfelen, had hij misschien nog een initiatief genomen. Maar nu op het kapblok, terwijl de bijl zwaait, beseft hij plots dat ervaring ook niet alles is. Nooit had hij zich zo zeker gevoeld. Hij had zich nochtans beter wat nieuwsgieriger getoond en zich wel wat geïnteresseerd in de wereldvreemde theorie van het menselijk gedrag. Een mooi voorbeeld van haantjesgedrag is wat de banken nu overkomt. Jaren op rij kunnen ze ons reuzenwinsten meedelen. Uiteraard omdat ze op sublieme wijze aan risicobeheersing doen, de financiële markten bespelen en klantgericht zijn. En plots blijkt die waanzinnige groei bij vele onder hen gevoed te zijn door al even waanzinnige risico's. Er werden leningen voor huizen gegeven aan mensen die niet eens het geld hadden om een gewone huur te betalen. Tot de laatste dag verklaarden al die bankiers dat hun risico's erg beperkt en vooral goed gecontroleerd waren. Ze waren wel even vergeten te vertellen hoeveel voorbeelden er zijn van banken die jarenlang de winsten opstapelden en dan op enkele uren tijd alles weer kwijtraakten. Beangstigend, maar natuurlijk alleen voor diegenen die niet beseffen dat er een wereldvreemde theorie bestaat: opbrengst maal risico is een constante. Dat wil zeggen: wie voortdurend hoge opbrengsten rapporteert, neemt waarschijnlijk heel veel risico. Deze regel kent uiteraard uitzonderingen, namelijk als je 'vals speelt', bijvoorbeeld door een monopoliepositie, 'too big to fail' heet dat in het Engels. De Amerikaanse banken hebben het zo ver gekregen dat de overheid voor een deel zal opdraaien voor hun verliezen. Schitterend: als er megawinsten worden gemaakt, dan moet de overheid wegblijven, dan zijn die winsten het eenvoudige bewijs dat de 'vrije markt' werkt en dat banken aan superieur riskmanagement doen. Als de verliezen zich opstapelen, moet de overheid, bijvoorbeeld om sociale redenen, tussenkomen. Een aantal CEO's van Amerikaanse banken is de laan uitgestuurd. Ik zou eens graag de lofbetuigingen aan hun adres hebben gehoord toen ze een jaar geleden superwinsten aankondigden. Ze hebben omwille van hun unieke omgang met financiële risico's ongetwijfeld superbonussen gekregen. Ze moeten die nu niet teruggeven. Beoordelingsfouten bij haantjes worden zwaarder afgestraft dan bij CEO's. Het verhaaltje van de coq-au-vin is bijzonder instructief. Niet alleen zijn de wijze, oudere haantjes het meest verkeerd (en het dichtst bij de dood), maar ook het zekerst. Ze hebben tientallen keren hun theorieën bevestigd gezien en ze zijn het meest zelfverzekerd de dag voor het faliekant verkeerd loopt. Dit is geen leuke gedachte als je heel veel geld hebt belegd, als je een radicaal nieuw businessplan hebt opgesteld, als je kwistig je wijsheden begint rond te strooien, als je rondbazuint dat er qua opwarming van de aarde niets nieuws onder de zon is. Wat lezen we weer in dat prospectus, vooral als we niet aandachtig lezen? Dat men je fortuinen belooft op basis van historische rendementen. Die indruk wordt nog vaak gewekt. Maar de kleine lettertjes zijn veel duidelijker: resultaten uit het verleden bieden geen garantie voor de toekomst. Juist, want het kan verkeren, wist Bredero al. Hij zal dat zelf wel hebben ondervonden, want anders kom je nooit tot zulke wijsheden. (T) de auteur is hoofddocent aan de universiteit gent en partner van de vlerick leuven gent management school.Marc Buelens