Het gaat slecht met de grote Britse advocatenkantoren die in België actief zijn. Tot vorig jaar behoorden Allen & Overy, Linklaters, Clifford Chance en Freshfields nog tot de top van de winstmakers. Alle vier verloren ze die positie ten gunste van kantoren die zich op Londen concentreren.
...

Het gaat slecht met de grote Britse advocatenkantoren die in België actief zijn. Tot vorig jaar behoorden Allen & Overy, Linklaters, Clifford Chance en Freshfields nog tot de top van de winstmakers. Alle vier verloren ze die positie ten gunste van kantoren die zich op Londen concentreren. Jaarlijks publiceert het vakblad The Lawyer de winst per vennoot ( profit per equity partner, PEP) van de Londense advocatenkantoren. Dit jaar zijn de grootste winstmakers Slaughter and May (819.000 pond PEP), Macfarlanes (720.000 pond) en Dickson Minto (709.000 PEP). In één klap springen ze over de klassieke winstmakers. Vooral Allen & Overy (PEP: 609.000 pond, -18 %) en Clifford Chance (562.000 pond, -18 %) delen in de klappen. Maar ook Linklaters (674.000 pond, -5 %) en Freshfields Bruckhaus Deringer (675.000 pond, idem) geven terrein prijs. "De markt was zwakker en iedereen is wat gezakt in PEP," redeneert Wim Dejonghe, managing partner van Allen & Overy Belgium (het vroegere Loeff, Claeys, Verbeke). "Onze PEP zakte omdat het aantal vennoten steeg, maar de totale winst ging lichtjes vooruit." En neen, Londen redeneert niet dat de continentale confraters verantwoordelijk zijn voor de dalende trend. Dejonghe: "De Belgische kantoren van de Britse firms staan op het vlak van PEP stevig hun mannetje." In Brussel lopen er overigens erg weinig advocaten rond die 1 miljoen euro per jaar verdienen. "Daar kan je alleen van dromen," lacht Jean-Pierre Blumberg, managing partner van Linklaters Belgium, het vroegere De Bandt. Hij wijst erop dat de kantoren die actief zijn als allround zakenadvocaat voor Belgische bedrijven, hun Brusselse partners minder betalen. Dat is meestal niet het geval bij zeer gespecialiseerde kantoren zoals Freshfields (financieel advies) of firms die vooral teren op doorverwijzingen van de hoofdzetel (Clifford Chance). Volgens Blumberg leidt de tanende markt voor juridisch advies (door het wegvallen van grote beursintroducties, fusies en overnames) tot een scherpe druk op de prijzen (gemiddeld 180 tot 200 euro per uur in dit soort kantoren). "Voor steeds meer dossiers kan je alleen de volle pot aanrekenen als de deal is afgerond. Mislukt de overname, bijvoorbeeld, gebeurt het zelfs dat we alleen de kosten mogen aanrekenen. No cure, no pay kennen we niet. Maar de tendens is duidelijk." H.B.