eel wat professoren schnabbelen wel eens bij voor het bedrijfsleven, maar het gebeurt zelden dat een professor een bedrijfscarrière uitbouwt én een begenadigd academicus is. Baron Paul De Meester is zo iemand. De ingenieur was als decaan aan de KULeuven en passant bezig met de redding van de Belgische Betonmaatschappij, nu Besix. Stilaan neemt de sinjoor ontslag uit zijn mandaten, zoals onlangs bij het Heilig Hartziekenhuis van Leuven. Hij is enkel nog bestuurder bij Tessenderlo Chemie.
...

eel wat professoren schnabbelen wel eens bij voor het bedrijfsleven, maar het gebeurt zelden dat een professor een bedrijfscarrière uitbouwt én een begenadigd academicus is. Baron Paul De Meester is zo iemand. De ingenieur was als decaan aan de KULeuven en passant bezig met de redding van de Belgische Betonmaatschappij, nu Besix. Stilaan neemt de sinjoor ontslag uit zijn mandaten, zoals onlangs bij het Heilig Hartziekenhuis van Leuven. Hij is enkel nog bestuurder bij Tessenderlo Chemie. PAUL DE MEESTER. "Niet altijd zo'n goede zaak. Ik stapte ooit over van het Studiecentrum voor Kernenergie in Mol naar de universiteit van Leuven. Mijn vroegere collega's verklaarden me gek omdat ik er de helft minder verdiende. Mijn antwoord: ik krijg er een grotere vrijheid en mag er werken tot mijn 70 jaar. Ondertussen is dat wel veranderd. Oneerlijk, eigenlijk. "Ik ben voorstander van het Angelsaksische systeem. Wie goed is, blijft. Wie niet presteert, vliegt eruit - ongeacht de leeftijd. Ik ken veertigers die beter met pensioen gaan. Een strakke leeftijdsgrens is een verkwisting van talent. "Ook de collega-professoren Ilya Prigogine en Christian de Duve werden door hun universiteiten buitengesmeten toen ze de leeftijdsgrens bereikten. De Nobelprijswinnaars kregen een leerstoel aangeboden in de VS. "Je mag zeventigers niet zomaar afschrijven. Ze kunnen dikwijls nog worden ingezet als jongerencoach of adviseur in crisismomenten. De jongeren weten dat ze moeten luisteren, maar moeten hen niet per se volgen." DE MEESTER. "Klopt. De universiteit van vandaag is niet die van gisteren. Gent is vandaag beter dan Leuven. Dat zijn de golven van de geschiedenis. Ik heb er nochtans een goed oog in." DE MEESTER. "Het is erg dat rector Marc Vervenne werd weggestemd. Het argument dat hij geen echte manager was, snijdt geen hout. Als het klopt, kun je enkel een economist, een jurist of eventueel een ingenieur benoemen. Dan worden theologen, filosofen of zuivere wetenschappers nooit rector. Een rector moet een algemene visie geven en het management overlaten aan zijn medewerkers." DE MEESTER. "Eerlijk: mijn afscheid bij Besix viel zwaar. Men heeft me wel gevraagd als aandeelhouder te blijven, maar ik wens geen bemoeizieke schoonmoeder te zijn. "Ik zocht daarom een maatschappelijke taak. Een mandaat in een ziekenhuis bood een uitweg. Dat doe je niet voor het geld, uiteraard. Nu ben ik weer aan het zoeken. Misschien ga ik opdienen bij Poverello, of zo. Je moet toch iets doen. Mijn hobby blijft zweefvliegen, zij het nu als bijzitter. Ik haal de vereiste vlieguren niet om aan het roer te zitten." DE MEESTER. "Bij Tessenderlo Chemie speel ik een rol in de verjonging. Begin 2010 wordt CEO Gérard Marchand vervangen door Frank Coenen. We zoeken nu een Franstalige financieel directeur om te vermijden dat de directie volledig uit Vlamingen bestaat. Vergelijk dat met vroeger, toen de top en het middenkader eentalig Frans was." DE MEESTER. "Klopt. Toen ik voorzitter Charles-Marie Stulemeijer in 1985 opvolgde, domineerden vier takken Stulemeijers en Tytgadts het bedrijf. Hij zei dat hij spijtig genoeg moest vertrekken door zijn 75-jarige leeftijd, mais: je resterai à côté de toi. Twee dagen later sterft hij. De vier families stonden met getrokken messen tegenover elkaar. Stap voor stap werden ze uitbetaald, met één uitzondering: moeder Tytgadt en haar zonen. ' Je ne vais pas me déshabiller avant de mourir', was haar motto. Ze bleef de aandelen controleren en wegen op het bedrijf. Nachten lag ik wakker door het gekibbel. Gelukkig hebben we de raad van bestuur kunnen profes-sionaliseren en nam het management het bedrijf over, voor 50 procent gesteund door het Egyptische familie Sawiris, van Orascom." DE MEESTER. "Ik weet het. Ziekelijk. Ze steken hun energie nog steeds in processen, ook tegen elkaar. Besef toch eens dat de Sawiris een correcte, bovendien koptische, familie is. Topman Nasser Sawiris is trouwens een Belg geworden." DE MEESTER. "Corporate governance is geen automatisme. Het werkt slechts op voorwaarde dat iedereen er vrijwillig en overtuigd achter staat. Een verplichting biedt geen soelaas. Heel wat Vlaamse bedrijven waren pionier. Kijk naar Bekaert. Het feit dat Paul Buysse er vandaag voorzitter kan zijn, was met de vroegere familiale aandeelhouders ondenkbaar." DE MEESTER. "Het lokale karakter is van belang bij de zoektocht naar nieuw talent. Absurd genoeg is de Belgische achtergrond van geen tel bij binnenlandse bouwopdrachten. Voor de politiek haalt het niks uit en het bedrijf mist kansen om knowhow op te bouwen en te verankeren. "In het buitenland helpen de Belgische roots wel. Belgische aannemers hebben een goede reputatie op technisch vlak en door het beheer van werven. We zijn ook flexibel. De hoofdzetel dringt geen strikte procedures op. Dat wordt in veel landen geapprecieerd. Bovendien zijn we multicultureel. Onze evidente talenkennis is een zeldzaamheid bij concurrenten. Met deze troeven werd Besix een van de topaannemers in het Midden-Oosten." DE MEESTER. "We voelen de crisis op twee manieren. Nieuwe bestellingen in het Midden-Oosten mag je vergeten. ( lacht) De keerzijde is dat we wat langer het wereldrecord behouden als aannemer van de hoogste toren ter wereld." DE MEESTER. "Neen. Ik heb de aanloop naar de crisis niet meer meegemaakt. Het eerste signaal dat het misliep, kreeg ik toen ik hoorde van Amerikaanse hypotheken die opliepen tot 140 procent van de reële waarde van het pand. Een beurswaakhond had hier toch moeten ingrijpen? Toen begonnen de domino's te vallen. De grootste willen zijn en veel binnen- halen - pride and greed - waren de basisingrediënten van de crisis." DE MEESTER. "Ik plak er een naam op: Maurice Lippens. Wie per se de grootste wil zijn, kan diep vallen. Zeker wie zich laat omringen door jaknikkers. Een bedrijf heeft tegendraadse topmensen nodig, die grootse plannen in vraag durven te stellen. Er worden te veel vrienden van vrienden benoemd als zogenaamd onafhankelijke bestuurders. De ene speelt bloempot bij de andere, en andersom. "Ik ben zelf altijd vrank en vrij geweest als bestuurder. Bij ING bijvoorbeeld, kon ik als bancaire leek de meest naïeve vragen stellen. Als je daar als bankier niet onmiddellijk een antwoord op formuleert, heb je een probleem. "Zo heb ik ook in het strategische comité van Interbrew de aankoop van Labatt zeer duidelijk vertaald. Het was groeien en verwateren, of aan het roer staan en een kleine speler blijven. Dat waren lange discussies. Het is jullie geld, zei ik de families, dus jullie moeten beslissen." DE MEESTER. "Tot op zekere hoogte. Het ging lang zeer goed. De groep is vandaag verplicht grote delen, zoals Oost-Europa, te verkopen om haar financiering rond te krijgen. Soms is het beter de derde te zijn dan de eerste in een sector. Sinds de komst van de Brazilianen is het ook geen Belgisch bedrijf meer." DE MEESTER. "België was ooit het land met de grootste holding van de wereld. Onze ondernemers ontberen de cultuur om actief deel te nemen aan de globalisering. Nederland is een maritieme natie, wier ondernemers wereldwijd risico's durven te nemen. Noem een groot Belgisch bedrijf? AB InBev is half Belgisch. Voorts zijn er Etex, Bekaert, Besix en Jan De Nul. Veel echte multinationals telt ons land niet." DE MEESTER. "Ja. Als een hoofdzetel naar het buitenland verdwijnt, kunnen jongeren minder verantwoordelijkheid nemen en leren ondernemen. Het is onafwendbaar omdat Vlamingen te veel voor zekerheid opteren. We geloven dat de overheid de beste garantie is voor een goede baan. Waarom kan de overheid niet afslanken in deze tijden van IT?" DE MEESTER. "Dat klopt in de praktijk. Ongeveer 20 procent van de energie komt vandaag uit Franse kerncentrales. Als we de bevoegdheid hebben om zelf energiecentrales op te bouwen - en we hebben die - moeten we dat ook doen. Een monopolist die te machtig is, zoals in de elektriciteitssector, kan de wet bepalen. Men heeft er een potje van gemaakt. Chapeau voor Frankrijk. EdF en GDF-Suez hebben een perfecte langetermijnplanning. Bovendien ligt de beslissingsmacht van die energiebedrijven uiteindelijk bij de Franse staat." DE MEESTER. "Een goed idee. Ik was altijd tegenstander van het nucleaire moratorium. Als ik mensen als mijn oud-student Jos Geysels (Groen!) erover aan- sprak, kreeg ik te horen dat het voor hen een zuiver symbolisch dossier betrof. Dan ben je natuurlijk uitgepraat. "Onze windmolens zullen het probleem van die afhankelijkheid niet veranderen. Pas op, ik ben voorstander van een goede mix. Ik was zeven jaar voorzitter van een Europese commissie die de hernieuwbare energiebronnen moest onderzoeken. Men heeft die opgedoekt toen de olieprijzen daalden. Jammer. Men zal er wel op terugkomen. Zulke energiebronnen hebben enkel een toekomst als ze zwaar gesteund worden door de overheden. "We zouden best samenwerken op Europees vlak om een gezamenlijke energiepolitiek uit te bouwen, net zoals de Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal - voorloper van de Europese Unie - dat ooit deed. De Benelux kan zo'n initiatief perfect starten. Belgisch-Nederlandse initiatieven werden in het verleden echter consequent gedwarsboomd door de Franstaligen. Ze vreesden steeds dat een Vlaams-Hollandse as hen zou minoriseren." DE MEESTER. "Zeker. De echte top van het Belgische bedrijfsleven is nog sterk Franstalig. Die verkiest Franse boven Nederlandse oplossingen. De overname van Fortis door BNP Paribas is er een mooi voorbeeld van. Waarom hebben de Belgen niet veeleer in de richting van ING gekeken? Dat was een veel betere oplossing geweest. Belgen en Nederlanders vormen een goede combinatie." DE MEESTER. "Ik heb al ettelijke blauwdrukken gelezen, zoals van Mark Grammens en het Warandemanifest van Remi Vermeiren. Hun alternatieven vinden geen draagvlak, jammer misschien. Ze worden in een hoekje geduwd. "De zwakte van hun scenario's is de eenzijdige gerichtheid op de splitsing. Het non van de Franstaligen is gebaseerd op hun politieke sterkte, die ze in de loop van de voorbije decennia uitbouwden. Wallonië, Brussel, de Franstalige Gemeenschap vormen een front. Er groeit echter stilaan een breuk. De Franstaligen bestaan niet. Wallobrux heeft geen draagvlak onder de grens met Brussel. Zeker de Waal in de straat moet niks hebben van Brussel. De Franstalige Brusselaars zijn de oorzaak van het Belgische immobilisme, omdat elke verandering hun geld kan kosten. Zij teren op het systeem. Nu spreken politieke kringen ervan om een belasting voor pendelaars in Brussel te innen. Akkoord, als die gepaard gaat met een grote herverdelingsoperatie." DE MEESTER. "Vlaanderen moet met radicale oplossingen durven te komen. De splitsing Brussel-Halle-Vilvoorde kan bijvoorbeeld vrij eenvoudig met een Vlaamse meerderheid worden gestemd. De alarmbellen zijn niet onuitputbaar. Franstalig België was in 'choc' toen de splitsing voor de eerst met een gewone Vlaamse meerderheid werd gestemd. De Vlamingen gaven gewoon niet toe! Hetzelfde kan gebeuren met de miljoenen euro die elk jaar naar Brussel vloeien. Zet dat stop, en steek dat geld in Waalse economische projecten waar we zelf mee over beslissen. Een Waalse ontwikkeling onder Vlaamse curatele is ook voor het zuiden beter dan het gangbare immobilisme." DE MEESTER. "Ik heb dat altijd al gezegd. Men heeft mij over die Vlaamse houding al geïnterpelleerd in - wat heet - hogere kringen. Ik ben echter Vlaming, Belg en Europeaan. Als Vlaming wens ik een evenwichtige regeling die aan Vlaanderen de kans geeft zich te ontwikkelen. Net zoals Wallonië moet worden ontwikkeld. Brussel heeft geld genoeg. Onderschat ook de macht van de rijke Franstalige families - de Vaucleroys, de Jacobsen, de Janssens - in dit debat niet." DE MEESTER. "Als je 1000 miljard hebt en 100 miljard verliest, ben je toch niet arm." DE MEESTER. "... is vals. Er zijn enkele rijke Vlaamse families, die meestal bewijzen dat ze zeer goed Frans spreken." DE MEESTER. "Er is weinig veranderd. Als een Vlaamse ingenieur met een goed project aanklopt bij Franstalige bedrijven krijgt die meestal beleefd te horen dat het interessant is en dat men het zal bestuderen. Een zoon van een vriend kan dat immers veel beter. We hebben als Vlamingen wat vooruitgang gemaakt, maar ze was niet erg groot. Het is een ontgoochelende vaststelling." (T) Door Hans Brockmans en Patrick Claerhout/Foto Jelle Vermeersch"Ik ken veertigers die beter met pensioen gaan. Een strakke leeftijdsgrens is een verkwisting van talent""De universiteit van vandaag is niet die van gisteren. Gent is vandaag beter dan Leuven"