Jean-Baptiste 'Toots' Thielemans scoorde een wereldhit met Bluesette, een song die in 1962 werd uitgebracht. Hij noemde het nummer zijn 'social security number', omdat hij dankzij de rechten op de muziek van een rustige oude dag kon genieten. Zijn erfgenamen kunnen nog een hele tijd inkomsten opstrijken, want het auteursrecht geldt tot zeventig jaar na de dood van de langstlevende auteur.
...

Jean-Baptiste 'Toots' Thielemans scoorde een wereldhit met Bluesette, een song die in 1962 werd uitgebracht. Hij noemde het nummer zijn 'social security number', omdat hij dankzij de rechten op de muziek van een rustige oude dag kon genieten. Zijn erfgenamen kunnen nog een hele tijd inkomsten opstrijken, want het auteursrecht geldt tot zeventig jaar na de dood van de langstlevende auteur. "Er zijn heel veel liedjes die nauwelijks iets opbrengen en enkele liedjes die echt renderen", reageert Niels Walboomers, managing director Sony/ATV Music Publishing Benelux en bestuurder bij Buma Stemra, de belangenbehartiger van de Nederlandse muziekauteurs. "Toots Thielemans had gelukkig zo'n song die redelijk stabiele inkomsten opleverde. Maar zelfs al zijn de meeste liedjes penny business en verdien je slechts centjes met de rechten op de muziek, dan speelt nog altijd de wet van de grote getallen. Vele kleine beetjes maken samen veel." In maart legde Sony 750 miljoen dollar op tafel voor het belang van de familie Jackson in Sony/ATV Music Publishing. De muziekuitgeverij is eigenaar van een catalogus van meer dan 3 miljoen liedjes van iconische namen zoals The Beatles en Michael Jackson, maar ook van hedendaagse supersterren zoals Taylor Swift en Kanye West. Te weten: Michael Jackson telde in 1985 'slechts' 47,5 miljoen dollar neer voor de catalogus van ATV Music Publishing, die hij in de joint venture Sony/ATV inbracht. Volgens Stefaan Moriau, managing director van de muziekuitgeverij CTM Entertainment Belgium en voorzitter van de Belgische muziekuitgevers (BMPA), wordt het potentieel van de muziekindustrie onderschat. De Belgische Vereniging van Auteurs, Componisten en Uitgevers (Sabam) int de auteursrechten in België en in andere landen waar ze akkoorden heeft met zusterverenigingen, en ze verdeelt die rechten aan de betrokken componisten, tekstschrijvers, uitgevers, enzovoort. In 2015 inde Sabam voor 156 miljoen euro aan auteursrechten. "Volgens studies is de muziekbusiness in Europa groter dan bijvoorbeeld de auto-industrie", zegt Moriau. "De consultant EY berekende enkele jaren geleden dat in Europa meer dan 1 miljoen mensen werkten in de muziekindustrie, en dat er een omzet werd gerealiseerd van meer dan 25 miljard euro." De opkomst van streamingdiensten zoals Spotify heeft het verdienmodel van de muziekindustrie niet onderuit gehaald, volgens Walboomers. "Het is gewoon een kwestie van het geld bij de juiste mensen te krijgen. Waar verenigingen zoals Sabam en Buma Stemra vroeger per verkocht plaatje netjes een afrekening van auteursrechten kregen van de platenfirma, krijgen ze nu een hele hoop data van Spotity die ze zelf moeten verwerken. Daardoor duurt het allemaal wat langer en hebben artiesten minder zicht op hoeveel ze zullen verdienen. Maar de toekomst van de muziekindustrie ziet er beloftevol uit. Met Apple Music, Deezer en straks nog een streamingdienst van Amazon is muziek steeds toegankelijker. Vroeger moesten mensen zich naar de winkel verplaatsen. De markt wordt veel groter." Er zijn verschillende soorten muziekrechten. Ten eerste de auteursrechten, waarop de schrijvers van tekst of composities recht hebben. Ten tweede zijn er de naburige rechten, zoals de rechten die rusten op de opname van een song, ook wel de master of de moederband genoemd. Die rechten gelden tot vijftig jaar nadat de song wordt uitgebracht. De eigenaar van de master is diegene die de opname bekostigde, in de meeste gevallen de platenfirma. "Auteurs dragen het beheer van de auteursrechten op hun songs over aan een muziekuitgever, in het Engels spreekt men over de music publisher", legt Moriau uit. "Die zal de songs mee commercialiseren en toekijken op de inkomstenstromen. De uitgever krijgt daarvoor een aandeel in de auteursrechten. Uitgeverijen die verschillende auteurs aan zich binden, kunnen zo een 'catalogus' van muziekwerken opbouwen. De auteursrechten op songs genereren vaak een inkomstenstroom op lange termijn. En daardoor vinden sommige investeerders die muziekcatalogi interessant." In de VS bestaan veilingplatformen zoals Royalty Exchange waar muzikanten een deel van hun auteursrechten kunnen verkopen aan de hoogste bieder, of platformen zoals Lyric Financial waar ze een voorschot kunnen krijgen op toekomstige inkomsten uit hun muziek. Het betreurde muziekicoon David Bowie bracht aan het einde van de jaren negentig 'Bowiebonds' uit, obligaties met de rechten van 287 nummers als onderpand. Het ging om zogenoemde asset backed securities (ABS). Hij hield zelf de rechten op zijn muziek en betaalde met die inkomsten een jaarlijkse rente van 7,9 procent aan de beleggers. Bowie kreeg navolging van onder meer James Brown. In 2012 probeerde de Amerikaanse zakenbank Goldman Sachs nog obligaties te verkopen met muziekrechten van Neil Diamond en Bob Dylan als onderpand, maar daar was te weinig interesse voor bij beleggers. Sindsdien is het een beetje stil geworden op die markt. Walboomers: "Het toont aan dat die rechten verhandelbaar zijn, maar de wetgeving in de VS is helemaal anders dan in Europa. Hier zijn veel meer restricties. Auteursrechten moeten volgens de wet aan een auteur of een uitgever worden betaald. In Nederland is twee derde van de inkomsten voor de auteur en één derde voor de uitgever. In België is, net zoals in de meeste landen, in principe de helft voor de auteur en de helft voor de uitgever. De werkelijke verdeling van het geld is weleens anders, aangezien er vaak sprake is van een zogenoemde 'kick back royalty' aan de auteur op het uitgeversgedeelte. De auteur van een lied kan natuurlijk niet veranderen. De uitgever wel. Enkel die laatste kan dus zijn muziekrechten 'verkopen'. In de praktijk kan een uitgever niet zomaar de rechten op één liedje verkopen. Meestal wordt het bedrijf dat een catalogus beheert, in zijn geheel verkocht." Dat maakt investeren in muziekrechten in onze contreien iets voor grote institutionele beleggers. ABP, het grootste pensioenfonds van Nederland, investeerde in 2008 samen met CTM in Nederland zo'n 500 miljoen euro in muziekrechten. Ze richtten samen de muziekuitgeverij Imagem op. Die kon verschillende catalogi van Universal Music Publishing Group op de kop tikken. Universal werd namelijk door de Europese Commissie na de fusie met de muziekuitgever van BMG verplicht een aantal catalogi af te stoten, zoals Rondor Music (Kaiser Chiefs). Daarna verwierf Imagem nog Rodgers & Hammerstein (The Sound of Music) en Boosey & Hawkes (Prokofiev Sostakovich). Het bedrijf ging ook een samenwerking aan met andere uitgeverijen en kreeg zo de controle over de auteursrechten van Pink Floyd, Daft Punk, Elvis Presley en nog vele andere muziekgroepen. ABP volgde met die beleggingen het voorbeeld van een van de grootste Canadese pensioenfondsen, het Ontaria Teachers Pension Fund, dat in 2004 al de oprichting van OLE Media Management financierde. OLE noemt zichzelf de snelst groeiende beheerder van muziekrechten. "Er zijn nog wel pensioenfondsen die een investering in muziekrechten overwegen", weet Walboomers. "Het kan een redelijk stabiele kasstroom opleveren voor een hele lange duur. Je weet ook op voorhand hoe lang. Dat soort beleggingen past bij pensioenfondsen. Maar er zijn niet gigantisch veel catalogi te koop." "Investeringen in goede muziekcatalogi kunnen financieel heel interessant zijn", vindt ook Moriau. "Muziek genereert een permanente stroom van inkomsten. De muziek van The Sound of Music, om een voorbeeld te geven, brengt nu meer op dan toen de musical meer dan vijftig jaar geleden gemaakt werd." Walboomers legt uit dat ABP en alle andere Nederlandse pensioenfondsen geen belastingen moeten betalen op hun inkomsten. "Het rendement is beperkt, als je daar nog eens belastingen op moet betalen, dan wordt een investering in muziekrechten natuurlijk minder interessant." Volgens Olivier Maeterlinck, voorzitter van de Belgian Entertainment Association (BEA) betalen Belgische investeerders in muziekrechten "een lage btw-voet (6%) en een lage bevrijdende roerende voorheffing (15%)". Investeren in muziek kreeg een slechte naam in België door het misgelopen avontuur van SonicAngel, dat werd opgericht door de technologie-ondernemer Bart Becks en de muzikant Maurice Engelen. Het was een crowdfundingplatform, waar albums en singles gefinancierd werden door de fans. Maar de twee oprichters kregen ruzie en het liep faliekant af met SonicAngel. Het basisprincipe klonk nochtans goed. De 'fanshares' gaven recht op een gratis legale download zodra de muziek uitgebracht was, en eventueel een deelname in de winst van de verkoop van de plaat. Jaren later waren er nog altijd klachten van fans die hun geld niet terugkregen, platen die nooit werden uitgebracht, enzovoort. Een gelijkaardig Nederlands initiatief, Sellaband, ging in 2010 failliet. Het platform kende een doorstart dankzij een Duitse investeerder, maar de website werd in 2015 opnieuw uit de lucht gehaald. Ilse De Witte"De toekomst van de muziekindustrie ziet er beloftevol uit. Vroeger moesten mensen zich naar de winkel verplaatsen. De markt wordt veel groter" Niels Walboomers "Investeren in goede muziekcatalogi past perfect bij pensioenfondsen. Het kan een redelijk stabiele kasstroom opleveren voor een hele lange duur. Je weet ook op voorhand hoe lang"