In de energiesector is het heel wat stiller geworden rond peakoil, het punt waar de wereldwijde olievoorraden beginnen te slinken. Onconventionele olie zoals schalie- en teerzandolie uit Noord-Amerika, en olie uit moeilijk te ontginnen gebieden als de Noordpool of de Braziliaanse diepzee dikken de wereldreserves aan. De productietechnieken zijn verbeterd. "De komende jaren zal het aanbod zich wellicht beter kunnen afstemmen op de vraag", meent Johan Albrecht, senior fellow van de denktank Itinera.
...

In de energiesector is het heel wat stiller geworden rond peakoil, het punt waar de wereldwijde olievoorraden beginnen te slinken. Onconventionele olie zoals schalie- en teerzandolie uit Noord-Amerika, en olie uit moeilijk te ontginnen gebieden als de Noordpool of de Braziliaanse diepzee dikken de wereldreserves aan. De productietechnieken zijn verbeterd. "De komende jaren zal het aanbod zich wellicht beter kunnen afstemmen op de vraag", meent Johan Albrecht, senior fellow van de denktank Itinera. Of dat ook stabielere olieprijzen oplevert, is een ander paar mouwen. Volgens Johan Braem, analist bij Econopolis, mag de olievraag niet worden onderschat. "De komende maanden en misschien zelfs jaren zal de prijs stabiliseren tussen 105 en 110 dollar per vat. Op lange termijn is de tendens veeleer stijgend. In het Westen rijden 600 tot 800 auto's per duizend inwoners. In China en India zijn dat er 40 tot 50. Door de groei in Azië en Latijns-Amerika stijgt de vraag elk jaar met een half miljoen tot een miljoen vaten. Er is voldoende olie, maar de nieuwe is wel flink duurder." Onder 80 dollar per vat is het onrendabel om schalieolie te ontginnen. Bovendien hebben Saoedi-Arabië en andere olieproducenten een prijs van 90 tot 100 dollar nodig om hun begroting in evenwicht te houden. "Maar als er morgen weer een crisis uitbreekt, keldert de olieprijs net zo goed, zelfs nog ver onder 80 dollar", weet Albrecht. Door de grootschalige winning uit schalielagen is de Amerikaanse gasprijs drie keer lager dan de Europese, en vier keer lager dan de Aziatische. De Amerikanen schakelen voor de productie van elektriciteit razendsnel over op gas, waardoor er voor de steenkoolproducenten in de Verenigde Staten weinig anders opzit dan te exporteren. "Daardoor is het niet rendabel om in Europa stroom te maken op basis van gas", zegt Albrecht. "Dat kost 50 euro per megawattuur. Met steenkool zit je rond 30 dollar. Dus worden de gascentrales stilgelegd. Maar dat is een risicovol signaal. Die centrales staan er voor dertig jaar, maar als je vijf jaar niet draait, kun je dat niet meer recupereren." "Ik zie de elektriciteitsprijs de eerste twee jaar niet veel bewegen. Die blijft nog laag", voorspelt André Jurres, de CEO van het hernieuwbare-energiebedrijf NPG Energy. "Maar tegen een prijs van 43 of 45 euro per megawattuur bouwt niemand een nieuwe stroomcentrale. We zullen moeten wachten tot het aanbod zo laag is dat de prijs stijgt tot boven 60 euro. Intussen veroudert ons productiepark zienderogen." Helaas biedt de goedkope elektriciteit nauwelijks een competitief voordeel. Zeker in België jagen het transport, de distributie en vooral allerlei overheidsmaatregelen de prijs in de hoogte.