In de aanloop naar het interprofessioneel overleg tussen de sociale partners dat de maximale loonstijging voor 2021-2022 moet vastleggen, losten de vakbonden een schot voor de boeg. De socialistische en de liberale vakbond eisen een indicatieve en dus lossere loonnorm voor de komende twee jaar. De loonmarge die de Groep van Tien na de jaarwisseling afspreekt, mag voor de vakbonden hoogstens een advies zijn en geen strikt percentage dat vastlegt hoeveel de lonen mogen stijgen. Sectoren die niet zwaar geleden hebben onder de coronacrisis, moeten royalere loonstijgingen kunnen toekennen, zeggen het ABVV en het ACLVB.
...

In de aanloop naar het interprofessioneel overleg tussen de sociale partners dat de maximale loonstijging voor 2021-2022 moet vastleggen, losten de vakbonden een schot voor de boeg. De socialistische en de liberale vakbond eisen een indicatieve en dus lossere loonnorm voor de komende twee jaar. De loonmarge die de Groep van Tien na de jaarwisseling afspreekt, mag voor de vakbonden hoogstens een advies zijn en geen strikt percentage dat vastlegt hoeveel de lonen mogen stijgen. Sectoren die niet zwaar geleden hebben onder de coronacrisis, moeten royalere loonstijgingen kunnen toekennen, zeggen het ABVV en het ACLVB. Pieter Timmermans, de topman van het Verbond van Belgische Ondernemingen (VBO) is not amused: "Dat is campagnetaal voor de sociale verkiezingen. Het staat los van elke realiteitszin. Het is pijnlijk dat de vakbonden dat lanceren op een moment dat de Nationale Bank met cijfers naar buiten komt die aantonen dat geen enkele sector in België het voorbije jaar is gegroeid", zegt Timmermans. "Het omzetverlies van de Belgische bedrijven is in november toegenomen tot 17 procent. Dat is een verslechtering met 3 procentpunten tegenover de periode tussen augustus en oktober. Het ABVV doet alsof het business as usual is met een indicatieve loonnorm. Die looneisen zijn onverantwoord in een tijd dat bedrijven vechten om te overleven. In het verleden heeft dat geleid tot een verzwakking van de concurrentiepositie door oplopende loonkosten. Het ABVV maakt elk decennium minstens één cruciale fout die cash wordt betaald in de werkloosheidcijfers." Timmermans vreest daarnaast dat de federale regering zou morrelen aan de wet op de loonnorm, die bepaalt dat de Belgische loonkosten niet sneller mogen stijgen dan in de buurlanden. In het regeerakkoord staat dat het beheer van de loonnormwet via ministeriële omzendbrieven kan gebeuren. De vakbonden beschouwden dat als een opening om brutoloonsverhogingen buiten de loonwet toe te laten. Timmermans: "Dat kan de competitiviteit van onze ondernemingen volledig doen ontsporen. Ik kan mij niet indenken dat deze regering de concurrentiekracht te grabbel gooit. De voorbije jaren is al veel gebeurd, met de loonmatiging onder de vorige twee regeringen. Dat was nodig. België is in tien jaar 90.000 banen verloren in het arbeiderssegment doordat we niet competitief waren. In 2014 bedroeg de historische loonkostenhandicap 16 procent. Nu is die gezakt naar 10 procent. Waarom zouden we weer naar 14 procent gaan in 2024?" Over de nieuwe steunmaatregelen die de regeringen aan de bedrijven toekennen, is Timmermans wel tevreden. "Het zijn vooral liquiditeitsmaatregelen. Daar staan we volledig achter. Maar na tien maanden moeten we ook oog hebben voor de solvabiliteit. Dat gebeurt onvoldoende. Slechts twee initiatieven springen eruit: de wederopbouwreserve en het Transformatiefonds." Met de wederopbouwreserve kunnen bedrijven op een fiscaal interessante manier het eigen vermogen versterken. Daarbij is een deel van de winst in de periode 2021-2023 vrijgesteld van vennootschapsbelasting, als de winst in het bedrijf blijft. Het Transformatiefonds van 750 miljoen euro ondersteunt ondernemingen met achtergestelde leningen. Het gaat om bedrijven die tijdelijk geraakt zijn en waarvan de solvabiliteit na de crisis snel terugkeert naar een normaal niveau. "Die twee maatregelen zijn welkom, maar er is meer nodig", zegt Timmermans. "Je kunt het Transformatiefonds versterken door geld te halen bij de miljarden euro's spaargeld in België. Daarnaast denk ik aan versnelde afschrijvingen, de uitbreiding van fiscale kortingen voor intrestlasten en systemen voor de recuperatie van fiscale verliezen, zoals de belastingvrije coronareserve (bedrijven kunnen hun geraamde verliezen van 2020 vervroegd aftrekken door ze nu al te compenseren met de winsten van 2019, nvdr). Een nieuwe systeem à la notioneleinterestaftrek kan de inbreng van eigen middelen in het bedrijf ten goede komen. Als je de solvabiliteit van de ondernemingen wilt ondersteunen, moet je werken met voordelen in de vennootschapsbelasting en met het spaar- en risicokapitaal." Met die maatregelen wordt volgens Timmermans een onderscheid gemaakt tussen de goede en de minder goede bedrijven. Als de regering werkt via de vennootschapsbelasting en de vroegere of latere winsten meeneemt in de steunmechanismen, komt dat per definitie bij de gezonde bedrijven terecht, is de redenering. "Voldoende steunpakketten zijn nodig omdat een deel van de bedrijven door de mazen van het net valt", waarschuwt Timmermans. "Ofwel had je regionale steunmaatregelen die gericht waren op specifieke sectoren en heel kleine bedrijven. De heel grote bedrijven hadden financieringslijnen met de banken. Maar de tussengroep, vaak uit de kluiten gewassen familiale bedrijven die 200 tot 1000 mensen in dienst hebben, zat tussen hamer en aambeeld. Ze dreigen de komende maanden banen te verliezen. Premier Alexander De Croo heeft dat begrepen. Daarom werd de wederopbouwreserve ingevoerd. Maar het mag meer zijn. Ik heb gevraagd tegen het einde van het jaar te komen met een solvabiliteitsplan." "Dat staat niet los van het moratorium op faillissementen dat loopt tot eind januari", zegt Timmermans. Een verbod op faillissementen is tijdelijk mogelijk, maar maatregelen om de solvabiliteit te garanderen zijn beter. Ze zorgen ervoor dat een moratorium niet meer nodig is. De vrees bestaat dat een moratorium de zombiebedrijven langer in leven houdt. "Het geeft een vals gevoel van veiligheid", zegt Timmermans. "Achteraf zullen de faillissementen toch komen. Het moratorium veroorzaakt onzekerheid bij gezonde bedrijven die handeldrijven met ondernemingen die er minder goed aan toe zijn. Komen de betalingen van klanten onder het moratorium nog?" Timmermans kijkt uit naar het Belgische relanceplan. Duitsland, Frankrijk en Italië hebben plannen klaar van 4 tot 10 procent van het bruto binnenlands product. Het Belgische komt er wellicht pas in het voorjaar. Timmermans: "Dat zet een enorme druk op ons politieke bestel om er iets van te maken. Het VBO maakte samen met de sectoren een oefening en kwam tot de conclusie dat het om productieve investeringen moet gaan die strategisch belangrijk zijn voor ons land, zoals in de energietransitie, de mobiliteit en de digitalisering. Je kiest het best voor projecten waarin de overheid en de privé samenwerken. De 5 miljard euro aan steunmaatregelen is veel en weinig tegelijk. Je moet er de private sector ook bij betrekken. Dat leidt tot een hefboomeffect en kan het relancebedrag doen oplopen tot 10 à 15 miljard euro."