" Een Brusselse consument kan liefst 260 dagen lang energie krijgen voor de leverancier hem kan doorverwijzen naar een sociaal contract. "Wettelijk is het minimum 147 dagen, maar in de praktijk duurt het veel langer, onder andere omdat het gepaard gaat met een procedure bij een vrederechter. Vergelijk het met iemand die elke dag een brood gaat kopen, maar dat niet kan betalen", vertelt Marc Van den Bosch, algemeen directeur van de Federatie van Belgische Elektriciteits- en Gasbedrijven (Febeg). "Onze leden worden verplicht elke dag dat brood te leveren, zelfs al weten ze dat ze niet worden betaald."
...

" Een Brusselse consument kan liefst 260 dagen lang energie krijgen voor de leverancier hem kan doorverwijzen naar een sociaal contract. "Wettelijk is het minimum 147 dagen, maar in de praktijk duurt het veel langer, onder andere omdat het gepaard gaat met een procedure bij een vrederechter. Vergelijk het met iemand die elke dag een brood gaat kopen, maar dat niet kan betalen", vertelt Marc Van den Bosch, algemeen directeur van de Federatie van Belgische Elektriciteits- en Gasbedrijven (Febeg). "Onze leden worden verplicht elke dag dat brood te leveren, zelfs al weten ze dat ze niet worden betaald." Brussel is een absolute uitschieter, maar de 'wanbetalersperiode' ligt in ons land gevoelig hoger dan in de meeste buurlanden. In Duitsland wordt een leverancier na 31 dagen daarvoor vergoed. Terwijl de wanbetalersperiode, die ten laste van de leverancier valt, in Frankrijk na 45 dagen eindigt, en in het VK na 60 dagen, loopt die in Nederland en Wallonië op tot 80 dagen. In Vlaanderen duurt het 105 dagen, vooraleer hij op het sociaal tarief van de distributienet-beheerder terugvalt. "Dat leidt tot een structurele schuldenopbouw, die op termijn nog nadeliger is voor de klant." Het is een van de zaken die ertoe bijdragen dat de energieleveranciers aanpassingen vragen aan het marktmodel. Volgens een studie die Febeg bij Accenture bestelde, woedt de concurrentiestrijd in ons land bijzonder hevig. Elk jaar verandert 15 procent van de klanten van leverancier, waarmee ons land in de Europese top drie prijkt. De energiecomponent in de prijzen is de tweede goedkoopste in vergelijking met onze buurlanden: na Frankrijk voor elektriciteit en na Duitsland voor gas. Terwijl de groothandelsprijs van elektriciteit tussen 2012 en 2014 met 21 procent daalde, zakte de retailprijs zelfs met 26 procent. Voor gas is het verschil nog opvallender. Daar steeg de groothandelsprijs met 3 procent, terwijl de retailprijzen met 21 procent daalden. Al vertaalt zich dat niet in lagere eindprijzen, doordat allerlei belastingen en heffingen en de transport- en distributiekosten een groter deel van de factuur innemen. Daardoor is elektriciteit in Vlaanderen nog goed voor amper 25 procent van de factuur. "De energieconsument betaalt almaar meer, omdat een aantal maatschappelijke en beleidskeuzes worden gefinancierd via de factuur", weet Van den Bosch. De energieleveranciers dragen 89 procent van het financiële risico, terwijl ze maar zeggenschap hebben over een kwart van de rekening. De btw, de federale bijdrage en de nieuwe energieheffing van Vlaams minister Turtelboom (de turteltaks) kunnen ze recupereren, maar de kosten voor transport, distributie, het sociale en milieubeleid en een aantal heffingen moeten ze wel doorstorten, zelfs indien ze zelf niet worden betaald. In 2014 maakten de vijf grootste energiebedrijven voor liefst 204 miljoen euro kosten voor rekening van derden, en moesten ze 74 miljoen euro definitief afschrijven van wanbetalers. In vergelijking met de buurlanden is het regelgevend kader in ons land veel complexer. "Ook ligt de sociale bescherming zeer hoog, terwijl elders eerder algemene middelen worden ingezet om energiearmoede te bestrijden", stipt Katharina Bonte, regulatory manager van Febeg, aan. Voor een leverancier levert dat aanzienlijke meerkosten. De gemiddelde kosten per aansluitingspunt bedragen in België 29,1 euro, waarvan 6,8 euro op de rekening van sociale maatregelen komt. In Nederland liggen die laatste kosten op 1,9 euro, vergelijkbaar met het Verenigd Koninkrijk (1,8 euro), Duitsland (2,2 euro) en Frankrijk (0,9 euro). In die grotere landen profiteren de leveranciers bovendien van schaalvoordelen om hun inningskosten een pak lager te houden. De eerder genoemde wanbetalersregeling zorgt in ons land voor 6,5 euro kosten, vergelijkbaar met Nederland (6,0), terwijl die in het Verenigd Koninkrijk (3,9), Duitsland (2,6) en Frankrijk (2,9) beduidend lager liggen. "Er is dus ruimte om de systeemkosten te doen dalen", concludeert Van den Bosch. "Als we onze leveranciers willen toelaten te investeren in innovatie, zodat ze diensten kunnen aanbieden die het verschil maken in de energietransitie, en attractief blijven voor milieuvriendelijke investeringen, dan moeten die kosten omlaag", zegt Van den Bosch. Hij denkt bijvoorbeeld aan de coördinatie van wetswijzigingen. "Die kosten nu 10 miljoen euro per jaar. Door die te bundelen in twee of drie wijzigingen per jaar, kunnen die kosten dalen." Ook pleit Van den Bosch voor een kosten-batenanalyse van de regelgeving: "De tariefdaling van Fluxys (gasvervoerder, nvdr) met 2 euro per jaar moest per se op een ander lijntje worden vermeld. Dat zijn grote kosten voor een bedrag van 18 cent per maand." Wat ook kan helpen is de toekenning van het sociaal tarief optimaliseren en structurele schuldopbouw vermijden. LUC HUYSMANS