Skoda mocht zich in 1991 onder de beschermende vleugels van het grote Volkswagen koesteren. Meteen ging een nieuwe wereld open voor het merk, maar ook en vooral de organenbank van Volkswagen. Gekoppeld aan de nieuwe filosofie en interpretatie van het begrip kwaliteit leverde dat een nieuw soort Skoda op: een auto die in de eerste plaats betaalbare kwaliteit wilde bieden, en helemaal geen franje. Het resultaat was een spectaculaire groei van het merk.
...

Skoda mocht zich in 1991 onder de beschermende vleugels van het grote Volkswagen koesteren. Meteen ging een nieuwe wereld open voor het merk, maar ook en vooral de organenbank van Volkswagen. Gekoppeld aan de nieuwe filosofie en interpretatie van het begrip kwaliteit leverde dat een nieuw soort Skoda op: een auto die in de eerste plaats betaalbare kwaliteit wilde bieden, en helemaal geen franje. Het resultaat was een spectaculaire groei van het merk. Maar groeien betekent natuurlijk ook: het gamma upgraden en uitbreiden. Stonden de Fabia en Octavia lang moederziel alleen, dan kregen ze intussen al het gezelschap van de grote Superb en de Roomster. Daar komt nu de Yeti bij, een SUV die zich in de categorie van de compacte modellen laat parkeren. Inderdaad: na de Roomster heeft Skoda nu een tweede model dat buiten de krijtlijnen van het rationele rijdt, en gewoon leuk wil zijn: misschien meer dan de Roomster nog is de Yeti een auto die praktische kwaliteiten met fun en vrijetijdsbeleving wil combineren. Of hoe het gamma van Skoda blijft uitwaaieren, ondersteund door de groei van het merk. Een korte test met de nieuwe Yeti liet ons kennismaken met een zeer aangename auto, die goed ruimte biedt aan vier volwassenen, en daarbij misschien nog een kind of tiener op de achterbank. Hoewel hij op de weg toch wel een beetje imposant oogt, is de Yeti immers helemaal geen grote auto. Net zoals die koffer geen zee van ruimte biedt, tenzij je natuurlijk de achterbank neerklapt. Maar voorts zijn de aanpassingsmogelijkheden (de modulariteit noemt men dat tegenwoordig...) van het interieur perfect wat je van een hedendaagse SUV of monovolume mag verwachten. Op het rijgedrag valt bij normaal gebruik niets aan te merken, en we waren aangenaam verrast door de kleinste benzinemotor, de 1.2 TSI van 105 paarden, een versie die uiteraard alleen wordt aangeboden met tweewielaandrijving. Een krachtbron die nog maar eens duidelijk maakt hoe snel de motortechnologie evolueert. Immers: laat om het even wie ermee rijden, geen kat die zal vermoeden dat het maar om een 1200 cc gaat. Tegelijk: zonder baldadig te gaan doen, slaagden we erin om toch maar bijna 11 liter te verbruiken, met die kleine viercilinder. Of hoe je met kleine motoren ook zeer ingetogen moet rijden, meer dan ooit als het ding een toch wel zware kooi moet sjouwen. De tweeliter diesel, die in onze contreien uiteraard de populairste wordt en zich onderscheidt met een uitstekende geluiddemping, is er in drie versies: 110, 140 en 170 pk. Jo Bossuyt