Misschien ligt het aan de vulkaan Etna. Of aan de ligging in het uiterste zuiden van Italie. Of aan de vurigheid van de Sicilianen. Feit is dat Sicilië spontaan geassocieerd wordt met vurige wijnen, rijkelijk voorzien van alcohol. Maar er worden ook fijne wijnen gemaakt.
...

Misschien ligt het aan de vulkaan Etna. Of aan de ligging in het uiterste zuiden van Italie. Of aan de vurigheid van de Sicilianen. Feit is dat Sicilië spontaan geassocieerd wordt met vurige wijnen, rijkelijk voorzien van alcohol. Maar er worden ook fijne wijnen gemaakt. De Siciliaanse wijnbouw bestaat al 4000 jaar en genoot in de Oudheid veel aanzien. Maar in de moderne tijd werd almaar meer bulkwijn gemaakt in grote industriële coöperaties. Die werd verscheept naar het Europese vasteland, om er in flessen van merkwijnen te verdwijnen of om kleur en body te geven aan wijnen van minder zonnige streken. De jongste jaren is er een kentering gekomen. De industriële wijnen worden onder betere omstandigheden gemaakt. Dat werd mogelijk dankzij Europese subsidies, waarmee het arme eiland zich van de nodige moderne wijntechnologie kon voorzien. Een neveneffect is dat Sicilië bezweek voor de internationale druivenrassen, waarmee het zich op de wereldmarkt niet kan onderscheiden. Maar een aantal domeinen pakt het anders aan: zij richten zich op een traditionele manier van wijn maken, met autochtone Siciliaanse druiven. Zij bewijzen dat Sicilië een uitermate geschikt klimaat voor wijnbouw heeft, waar het mogelijk is fijne en elegante wijnen te maken. Sicilië is omringd door zee, nodig voor de verkoeling van de wijngaarden. In het binnenland zijn er bovendien hoger gelegen gebieden waar het merkelijk koeler is. Met een zorgvuldig gekozen ligging van de wijngaard en een beperking van de druivenopbrengst, kan de Siciliaanse wijnmaker dus kiezen voor kwaliteit en beheersing van de alcohol. Ook de juiste druif is belangrijk. Zuiderse druiven leveren goede wijn op. Zo heeft het eiland zijn eigen inheemse varianten herontdekt: nero d'avola en nerello mascalese voor rode wijn, en catarratto, grillo en inzolia voor witte. Vooral de nerello mascalese verdient meer aandacht. Ze behoort tot de nobele druivenrassen. Ze is vooral aangeplant op de flanken van de vulkaan Etna. Die vulkanische ondergrond zorgt voor een fikse dosis minerale energie in de wijn, die weleens 'de bourgogne van Sicilië' wordt genoemd. En dat is niet overdreven.