Een verkoopkontrakt is geldig gesloten van zodra koper en verkoper akkoord gaan over de prijs en de verkochte goederen. De overdracht van de eigendom van de verkochte goederen gebeurt doorgaans zonder formaliteiten op datzelfde ogenblik. Deze regel is echter niet van openbare orde zodat de partijen vrij zijn de overdracht van de eigendom op een ander ogenblik te laten plaatsgrijpen.
...

Een verkoopkontrakt is geldig gesloten van zodra koper en verkoper akkoord gaan over de prijs en de verkochte goederen. De overdracht van de eigendom van de verkochte goederen gebeurt doorgaans zonder formaliteiten op datzelfde ogenblik. Deze regel is echter niet van openbare orde zodat de partijen vrij zijn de overdracht van de eigendom op een ander ogenblik te laten plaatsgrijpen.EIGENDOMSVOORBEHOUD.Het is een courant handelsgebruik dat de verkoper die de goederen geleverd heeft, aan de koper een betalingstermijn toekent. Om zich te beschermen, last de verkoper vaak een beding van eigendomsvoorbehoud in in zijn algemene verkoopvoorwaarden : luidens dit beding wordt de koper slechts eigenaar van de verkochte goederen op het moment dat hij de prijs volledig betaald heeft. Met dit beding hoopt de verkoper in staat te zijn de reeds geleverde maar niet volledig betaalde koopwaar op te eisen zo de koper onvermogend zou blijken te zijn.Dat het beding van eigendomsvoorbehoud tussen koper en verkoper onder het Belgische recht geldig is, wordt door niemand betwist. Het probleem ligt hem in het feit dat het beding voor de verkoper geen nut meer heeft wanneer hij in samenloop komt met andere schuldeisers van de koper (die de verkochte goederen in zijn bezit heeft), en meer bepaald in geval van faillissement van de koper. Het Hof van Kassatie poneerde (reeds in 1933) dat zo'n beding niet tegenstelbaar is aan derden-schuldeisers van de koper vanaf het moment van het ontstaan van de samenloop. Dit wil zeggen dat de verkoper zich niet kan onttrekken aan de samenloop door zijn eigendomstitel in te roepen en dat de koper derhalve beschouwd wordt als zijnde de eigenaar van de verkochte goederen ten aanzien van die derden-schuldeisers. Het Hof van Kassatie baseert zijn stelling op de "vertrouwensleer", die stelt dat derden-schuldeisers erop moeten kunnen vertrouwen dat hun schuldenaar daadwerkelijk eigenaar is van de goederen die hij in zijn bezit heeft. Welnu, het beding van eigendomsvoorbehoud zou precies een schijn van solvabiliteit van de schuldenaar creëren nu er goederen in zijn patrimonium verschijnen waarvan hij geen eigenaar is. Schuldeisers zouden door deze schijn misleid kunnen worden en toch vertrouwen stellen in de schuldenaar. Hun rechten worden daarom aldus deze vertrouwensteorie best beschermd door het beding niet tegenstelbaar te maken aan hen. Daarnaast roept het Hof van Kassatie het argument in dat artikel 20,5 van de Hypoteekwet op limitatieve wijze de beschermingsmaatregelen opsomt t.v.v. de niet-betaalde verkoper die in samenloop komt met schuldeisers van de koper. Een recht van de verkoper om de geleverde goederen op te eisen bij een verkoop op termijn is daarin niet voorzien. Daar dat artikel van openbare orde is, is het niet toegelaten met behulp van kontraktuele clausules zoals het beding van eigendomsvoorbehoud een uitgebreidere, niet voorziene bescherming aan de verkoper toe te kennen. NUTTIG BEDING.Ondanks het voorgaande, mag toch niet uit het oog verloren worden dat het beding zijn nut bewijst zo de verkoper zijn bedoeling om zich op het beding te beroepen formeel (best per aangetekend schrijven) inroept vóór het ontstaan van enige vorm van samenloop van de schuldeisers van de koper en op voorwaarde dat de koper nog vóór het ontstaan van de samenloop kennis heeft genomen van die bedoeling. In de praktijk zal het wel moeilijk zijn om tijdig te weten wanneer precies samenloop ontstaat. Het lijkt ons daarom aangewezen dat verkopers, bij de geringste twijfel van onvermogen van de koper het beding formeel inroepen. Daarnaast blijft het beding zijn funktie vervullen zelfs in geval van samenloop zolang de koper nog niet in bezit gesteld is van de verkochte goederen. Dit is logisch aangezien derden-schuldeisers in dat geval niet misleid kunnen zijn aangaande de samenstelling van het patrimonium van de koper.RECHTSVERGELIJKING.Frankrijk, Nederland, Duitsland, Italië evenals het Verenigd Koninkrijk aanvaarden de tegenstelbaarheid van het beding van eigendomsvoorbehoud aan derden-schuldeisers van de gefailleerde koper wél. In België daarentegen heeft het Hof van Kassatie in een arrest van 24 september 1994 nogmaals bevestigd dat het beding niet tegenstelbaar is ingeval van samenloop. De "traditioneel" ingeroepen vertrouwensleer is vandaag echter kompleet achterhaald. Inderdaad, in geval van leasing, bewaargeving, gebruikslening worden goederen ook in het bezit gesteld van de schuldenaar. Dus zou met evenveel kracht opgeworpen kunnen worden dat de indruk gewekt wordt bij de schuldeisers van deze schuldenaar dat de geleasde, in bewaring genomen of ontleende goederen in het patrimonium van deze schuldenaar vallen. Toch ondervinden de leasinggever, de bewaargever of de lener onder Belgisch recht geen enkel obstakel wanneer ze hun goederen opeisen, zelfs in geval ze in samenloop komen met andere schuldeisers. Waarom zou de verkoper-eigenaar van de geleverde goederen niet dezelfde juridische behandeling mogen genieten ?INTERNATIONAAL.Ondanks het beperkte nut van het beding van eigendomsvoorbehoud in het Belgische recht, kan een in België gevestigd verkoper toch onder bepaalde voorwaarden de volle bescherming van het beding genieten. Het is van belang dat de koper gevestigd is in het buitenland en dat het buitenlands recht de tegenstelbaarheid van het beding aanvaardt. De Belgische rechter die zou worden aangezocht om uitspraak te doen over het geschil, zal dan op grond van de toepasselijke internationaal privaatrechtelijke regels dit "gunstige" buitenlandse recht moeten toepassen. Zo kan een Belgische verkoper soms toch zijn goederen bij de buitenlandse gefailleerde koper opeisen.KONKLUSIE.Dat het beding van eigendomsvoorbehoud zijn nut bewijst in de handelspraktijk staat buiten kijf. Zo kan het verkopers ertoe aanzetten om aan hun klanten een reëel krediet toe te kennen door hen een betalingstermijn te geven. Jammer genoeg blijkt dat precies in die gevallen waar verkopers zo'n beding het hardst nodig hebben (o.m. bij faillissement van de koper), het beding zijn effekt verliest, en de verkopers in de kou blijven staan. In het kader van de aktuele herziening van de faillissementswetgeving is een wijziging op dit punt aanbevolen.Jean-Paul TimmermansAlexia Dominicus van den BusscheJean-Paul Timmermans en Alexia Dominicus van den Bussche zijn juridische raadgevers bij Price Waterhouse.