Zo. De eindmeet is in zicht. Het parcours begon midden jaren tachtig en zal uiterlijk in 2008 zijn bekroning vinden. Het voormalige Interbrew wordt na een fusie met de Amerikaan Anheuser-Busch de onbetwiste wereldmarktleider in het bier.
...

Zo. De eindmeet is in zicht. Het parcours begon midden jaren tachtig en zal uiterlijk in 2008 zijn bekroning vinden. Het voormalige Interbrew wordt na een fusie met de Amerikaan Anheuser-Busch de onbetwiste wereldmarktleider in het bier. De bierwereld geeft daarmee diverse andere sectoren het nakijken. Brouwers werden meegesleurd in de globalisering, die sinds de val van de Berlijnse Muur op volle toeren draaide. Het mag dus wat paradoxaal klinken dat niet een hoogtechnologische, maar een (ten onrechte) oubollige sector in België als schoolvoorbeeld voor de globalisering dient. Anno 2006 leverde België 2,4 % van de wereldwijde drankenplas van InBev. De Braziliaanse CEO Carlos Brito bestiert een wereld waar de zon nooit ondergaat. Een andere opmerkelijke vaststelling is de primordiale rol in dat globaliseringproces van aandeelhouders uit kleinere landen. Op basis van het belang van hun thuismarkten hadden Amerikanen en Duitsers moeten jagen in de bierrace. Maar het zijn Interbrew en de Zuid-Afrikanen van South African Breweries die het bierlandschap grondig hertekenden. De Zuid-Afrikanen trokken op wereldwijde overnamejacht, na het einde van de apartheid begin jaren negentig. De Belgen hadden tot die demarche al midden de jaren tachtig besloten. En toch wordt deze geglobaliseerde bierwereld gekenmerkt door een enorme paradox. Bier blijft ook na de globaliseringsrace een lokaal, streekgebonden product. Zelfs Heineken, het meest internationale biermerk, haalt een wereldwijd marktaandeel van amper 1,5 %. Bij InBev vormen de lokale merken vier vijfde van het volume. Je mag dan een bierrijk sprokkelen van Canada via Chili naar Groot-Brittannië en tot in China. Uiteindelijk zullen lokale factoren, smaken en voorkeuren bepalend zijn. De hele heisa in eigen land rond Hoegaarden is daarvan een schoolvoorbeeld. Dat de brouwerij nabij Tienen sluit, is vanuit groepsperspectief een logische zet. Er is brouwcapaciteit te over in West-Europa. De productie zou naadloos kunnen in Jupille. Maar het protest werd onderschat. Half Vlaanderen ging plat voor het argument 'streekgebonden bier'. Uiteraard spreekt hier het buikgevoel. Maar dat argument snijdt geen hout. De consument associeert het abdijbier Leffe met een ambachtelijk gebrouwen product. Dat is het wellicht ook. Alleen werd Leffe nooit in een gelijknamige brouwerij of abdij gemaakt. Het was een (goed gevonden) uitvindsel van een brouwerij uit Overijse in de jaren vijftig, die later door de toenmalige Brouwerijen Artois werd opgeslokt. Eigen (bier)streek eerst? InBev kreeg vorig jaar de rekening toegeschoven in eigen land, met een duidelijke marktwinst bij de kleinere brouwers. Die tendens zette zich sterker door begin 2007. Eindigt de globalisering waar ze de voorbije jaren het sterkste huishield? Wolfgang Riepl