De voorbije dagen raakte het sociaal-economische debat verziekt door allerlei partijpolitieke spelletjes en irrealistische voorstellen. PS-voorzitter Paul Magnette en zijn collega van de Franstalige liberalen Georges-Louis Bouchez maakten ruzie over het al of niet bestraffen van werklozen die een vacature in een knelpuntberoep weigeren. Voorts was er h...

De voorbije dagen raakte het sociaal-economische debat verziekt door allerlei partijpolitieke spelletjes en irrealistische voorstellen. PS-voorzitter Paul Magnette en zijn collega van de Franstalige liberalen Georges-Louis Bouchez maakten ruzie over het al of niet bestraffen van werklozen die een vacature in een knelpuntberoep weigeren. Voorts was er het absurde pensioenplan van minister Karin Lalieux (PS) en de oproep van ACV-voorzitter Marc Leemans om de hoge lasten op arbeid nog eens op te trekken door de fiscale druk op onder meer flexi-jobs en studentenarbeid te verhogen. Wat is dan de zin van de eerste werkgelegenheidsconferentie van minister van Werk Pierre-Yves Dermagne (PS) deze week? Kan daar de basis worden gelegd voor enkele broodnodige maatregelen die de werkzaamheidsgraad omhoogjagen? Het risico dat het overleg een lege doos wordt, is groot. Tenzij men oog heeft voor de lovenswaardige voorstellen die enkele economen van de Universiteit Gent hebben gelanceerd. Zij leggen de eerste arbeidsmarkthervormingen op tafel. Stijn Baert en co pleiten voor het doorgeven van pensioenrechten. De oudste partner werkt dan iets langer en zou zo extra jaren kunnen 'schenken' aan de jongste partner om tegelijk met pensioen te kunnen gaan. De economen willen ook snoeien in de gelijkgestelde periodes. Een ander interessant voorstel is de regionale loonkostenverminderingen voor oudere werknemers af te schaffen en dat geld te gebruiken voor opleidingen. Zo kunnen 55-plussers vaardigheden verwerven om hun loopbaan elders voort te zetten. Die laatste maatregel kan de Vlaamse regering vrij snel nemen. Die hangt een stuk beter aan elkaar dan de federale Vivaldi-coalitie.