In een poging om zoveel mogelijk mensen aan de computer en het internet te krijgen, heeft de wetgever verschillende jaren geleden een regeling uitgedokterd die bekendstaat als het 'pc-privéplan'.
...

In een poging om zoveel mogelijk mensen aan de computer en het internet te krijgen, heeft de wetgever verschillende jaren geleden een regeling uitgedokterd die bekendstaat als het 'pc-privéplan'. De regeling komt erop neer dat de bijdrage die de werkgever betaalt wanneer zijn werknemer een pc of randapparatuur koopt, onder bepaalde voorwaarden en binnen bepaalde perken vrijgesteld wordt van personenbelasting. De bijdrage is ook vrijgesteld van socialezekerheidsbijdragen. Het probleem is dat de regeling nogal ingewikkeld is. Zij vereist dat de werkgever een 'plan' opstelt. Daarin moet hij op gedetailleerde wijze beschrijven wanneer en in welke mate hij zal bijdragen in de aankoop van een pc of randapparatuur. Deze strakke reglementering heeft ongetwijfeld verschillende werkgevers afgeschrikt om aan dit stelsel deel te nemen. Het is daarom een goede zaak dat de regering beslist heeft het stelsel drastisch te vereenvoudigen. In het wetsontwerp 'houdende diverse bepalingen' dat door de Kamer is goedgekeurd, is geen sprake meer van een 'plan'. In de nieuwe regeling volstaat het dat de werkgever een bijdrage betaalt voor de aankoop van een nieuwe pc, al dan niet met randapparatuur, internetaansluiting en internetabonnement. Gedaan met de fiscale voorwaarde dat de werkgever zich vooraf moet verbinden om op een bepaalde wijze bij te dragen. En gedaan ook met de fiscale voorwaarde dat de werkgever al zijn werknemers, of minstens de werknemers die tot een bepaalde categorie behoren, op dezelfde wijze moet behandelen. Maar of hieruit voortvloeit dat een werkgever voor de ene werknemer wel kan bijdragen, terwijl hij een andere werknemer in de kou laat staan, is verre van zeker. Over de gelijke behandeling van werknemers zijn al halve bibliotheken volgeschreven. Het feit dat de fiscale wetgever ogenschijnlijk geen belang meer hecht aan gelijke behandeling, betekent niet dat de sociale wetgever een ongelijke behandeling tolereert. Ook op andere punten wordt de regeling veel eenvoudiger. In de bestaande regeling is in principe vereist dat de werknemer een 'geheel' van pc, randapparatuur, internetaansluiting en internetabonnement aankoopt. De belastingadministratie leidde hieruit af dat de werknemer het fiscale voordeel slechts kan genieten, als hij minstens twee onderdelen aanschaft. In de nieuwe regeling wordt met geen woord nog gerept over de aanschaf van een 'geheel'. Hoogstwaarschijnlijk mag men daaruit afleiden dat het voortaan volstaat één 'onderdeel' van een pc met randapparatuur aan te kopen. Dat de wetgever de regeling eenvoudiger maakt, valt zonder meer toe te juichen. Maar blijkbaar vreest hij dat een eenvoudiger wetgeving veel meer werkgevers zal aanzetten deel te nemen aan het stelsel. Dat is allicht de reden waarom hij tegelijk beslist heeft het stelsel drastisch te beperken. In de bestaande regeling kan elke werknemer het voordeel genieten. In de nieuwe regeling wordt het beperkt tot de werknemers met relatief bescheiden inkomsten. De bruto belastbare bezoldigingen mogen niet hoger zijn dan (nog aan de evolutie van het indexcijfer aan te passen) 21.600 euro. Voor aanslagjaar 2010 ligt de grens na indexaanpassing op 29.900 euro. In de bestaande regeling is de fiscaal vrijgestelde bijdrage van de werkgever op twee manieren beperkt. De fiscale vrijstelling kan slechts slaan op 60 procent van de aankoopprijs. De fiscaal vrijstelbare bijdrage is ook in absolute termen beperkt: zij is slechts vrijgesteld in de mate dat zij niet hoger is dan (nog te indexeren) 1250 euro. In de nieuwe regeling is er geen procentuele beperking meer. Maar tegelijk gaat de maximale vrijstelling drastisch omlaag. De vrijstelling geldt nog slechts in de mate dat de bijdrage niet hoger is dan (nog te indexeren) 550 euro. Na indexaanpassing is dit bedrag voor het aanslagjaar 2010 gelijk aan 760 euro. Voor het overige blijft de voorwaarde gelden dat men slechts één keer per drie jaar het voordeel kan genieten. Een van de voordelen van het stelsel heeft te maken met het feit dat de belastingadministratie tot nu toe een zeer extensieve interpretatie geeft aan wat verstaan kan worden onder de aankoop van randapparatuur. Daartoe behoort niet alleen de printer, de muis, het klavier, enzovoort, maar - volgens de belastingadministratie - ook een digitaal fototoestel. Voor zover men kan zien, is er geen reden waarom dat in de nieuwe regeling anders zou zijn. Voor 760 euro heeft men tegenwoordig al een meer dan behoorlijk fototoestel. Dat kan - als de werknemer beneden de voormelde loongrens blijft - voortaan volledig belastingvrij worden terugbetaald. (T) DE AUTEUR IS ADVOCAAT EN HOOFDREDACTEUR VAN FISCOLOOG. Jan Van Dyck