Sinds zijn beursgang in mei 2011 zag 3D Systems, de Amerikaanse producent van 3D-printers, zijn koers verviervoudigen. Dat enthousiasme op de beurs wordt gevoed door de hoop dat 3D-printers, door de vele mogelijkheden die de nieuwe technologie biedt, uitgroeien tot een standaardproduct voor de consument en de industrie. Zo zouden er geen beperkingen meer bestaan in de vorm en de oplage van producten, omdat de prijsverschillen wegvallen tussen een uniek stuk en een hele serie producten.
...

Sinds zijn beursgang in mei 2011 zag 3D Systems, de Amerikaanse producent van 3D-printers, zijn koers verviervoudigen. Dat enthousiasme op de beurs wordt gevoed door de hoop dat 3D-printers, door de vele mogelijkheden die de nieuwe technologie biedt, uitgroeien tot een standaardproduct voor de consument en de industrie. Zo zouden er geen beperkingen meer bestaan in de vorm en de oplage van producten, omdat de prijsverschillen wegvallen tussen een uniek stuk en een hele serie producten. De consument hoopt dat de prijzen van printers voor thuisgebruik zullen dalen. De goedkoopste kosten voorlopig iets meer dan 1000 dollar. Gezinnen zouden zulke printers kunnen gebruiken om bijvoorbeeld gepersonaliseerde sierobjecten of vervangonderdelen voor huishoudelijke apparaten te maken. Maar om die klanten over de streep te trekken, moeten de printers wel meer mogelijkheden bieden. De 3D-software is nog te complex en de soorten materialen zijn nog te beperkt. Die problemen moeten de komende jaren worden opgelost. Het belangrijkste obstakel voor de ontwikkeling van 3D-printers voor thuisgebruik schuilt in de evolutie van de informatica. In een wereld waar cloudcomputing almaar belangrijker wordt, zou gecentraliseerd printen aan populariteit kunnen winnen, en dat zowel voor documenten als voor 3D-objecten, met alle voordelen die zo'n grotere printcapaciteit met zich meebrengt (performantere hardware voor een betere kwaliteit en lagere kosten). Daarnaast is het de vraag wie het meest profiteert van de ontwikkeling van 3D-printers voor thuisgebruik: gespecialiseerde fabrikanten of multinationals met een grote technologische of commerciële slagkracht zoals Samsung? Ook voor het gebruik van 3D-printers in de industrie blijven er tal van obstakels, te beginnen met het productieritme en de integratie in montagelijnen. Het is nog altijd zeer goedkoop om met de traditionele technieken grote hoeveelheden producten te fabriceren. Een enquête van analisten van Morgan Stanley bij 26 industriegroepen heeft uitgewezen dat slechts 23 procent van hen in zijn productie gebruikmaakt van 3D-printtechnologie. Telkens ging het om bedrijven in de luchtvaart- of de gezondheidssector. Vliegtuigbouwers kunnen toestellen lichter maken door onderdelen te printen die niet kunnen worden gemaakt met de gewone procedés. In de gezondheidszorg is de techniek een enorme troef voor de productie van protheses; sommige bedrijven koesteren op lange termijn zelfs de ambitie om organen te printen. Buiten die twee sectoren blijven de vooruitzichten beperkt: slechts één op de 26 respondenten verwacht een snelle expansie van 3D-technologie in de industriële productie. 73 procent van de ondervraagde bedrijven gebruikt wel 3D-printers om prototypes te maken. We hoeven niet meteen een industri-ele revolutie te verwachten, maar 3D-printers hebben duidelijk groeipotentieel. Vorig jaar had de markt een omvang van 2,2 miljard dollar -- een stijging met 29 procent in een jaar tijd. Volgens het referentiescenario van de analisten van Morgan Stanley zal de jaarlijkse groei plafonneren op 20 procent tussen 2012 en 2020, en haalt de markt tegen 2020 een omzet van zo'n 9 miljard dollar. In het meest optimistische scenario zal de jaarlijkse groei stijgen met 34 procent en vertienvoudigt de markt bijna tegen 2020 tot 21 miljard dollar. Daarmee blijft ze niettemin een nichemarkt, vergelijkbaar met die van de onlinevideospelletjes. Amerikaanse analisten verwachten dat de hardwaresystemen in alle scenario's minder snel zullen groeien: ze vertegenwoordigen naar verwachting 29 à 40 procent van de markt in 2020, tegenover 55 procent nu. De grootste groei is in software en diensten. De avontuurlijke belegger die zich aan de 3D-sector wil wagen, kan dus uitsluitend terecht bij kleine nichebedrijven. Maar het is de vraag of de huidige koersen nog verantwoord zijn, na de sterke stijging van de jongste jaren, die vooral het gevolg was van de grote media-aandacht. Morgan Stanley heeft de koersevolutie vergeleken met andere technologiezeepbellen: de spoorwegen in de jaren 1840, de dotcombubbel eind jaren negentig en de hernieuwbare energie tussen 2005 en 2008. Daaruit blijkt dat zich telkens hetzelfde patroon voordoet: een koersstijging van ongeveer 350 procent over drie à vier jaar, gevolgd door een daling van 80 procent in twee jaar, doordat de groei minder sterk is dan verwacht of doordat de winstmarges dalen. De twee grootste spelers op de 3D-printmarkt, Stratasys en 3D Systems, hebben een koersstijging van 330 procent in twee jaar gerealiseerd. Beide bedrijven noteren tegen ongeveer 50 keer de verwachte winst voor dit jaar, terwijl de evolutie van de winst een raadsel blijft en de ontwikkeling van de technologie gebaseerd is op prijsdalingen. We hebben twee bedrijven geselecteerd die actief zijn in het medische gebruik van 3D-printers en waarvan de koers ook ten prooi kan vallen aan een grote volatiliteit, zelfs al lijkt hun specialiteit veelbelovend.CÉDRIC BOITTE