De auteur is directeur van de Fondation pour la Recherche Stratégique.
...

De auteur is directeur van de Fondation pour la Recherche Stratégique.l de comeback van het optimisme 66 l vijf risico's om in de gaten te houden 67 l mensenrechten: moeilijke keuzes voor de boeg 69 l wordt internet een massaverstoringswapen? 70 l turkmenistan, de slechtste plek op aarde 73 l irak: naar een ommekeer in de regio 74 l afrika: brengt olie redding? 75 l column: ernesto zedillo 76 Het netwerk van permanente militaire allianties dat na de Tweede Wereldoorlog tussen de Verenigde Staten en zijn bondgenoten in Europa en Azië is ontstaan, is in strategische termen verleden tijd. Dat is niet het gevolg van de assertiviteit van de Amerikaanse president George Bush en zijn regering, maar van fundamentele veranderingen van het internationale stelsel. De dood van de allianties vloeit voort uit het einde van de Koude Oorlog en het ontstaan van nieuwe bedreigingen. In die nieuwe context is de VS de enige supermacht. Het land zal zich verzetten tegen de opkomst van om het even welke rivaal, of dat nu China is of de Europese Unie. Het Witte Huis heeft die doelstelling duidelijk geformuleerd in zijn Nationale Veiligheidsstrategie van september 2002. Zoals minister van Defensie Donald Rumsfeld kort na de aanslagen van 11 september 2001 al zei: "De missie bepaalt de coalitie." Niet het permanente karakter van het bondgenootschap, maar het succes van de missie is voort- aan essentieel. Dat komt omdat de dreiging van de Sovjet-Unie veranderd is in een wisselende reeks van risico's en uitdagingen. Bovendien is Europa voor de VS niet langer de belangrijkste strategische regio. De verschuiving van permanente bondgenootschappen naar gelegenheidscoalities is geen specifiek Amerikaans verschijnsel. De partners van de VS volgen hetzelfde scenario, zoals blijkt uit de niet bepaald coalitievriendelijke opstelling van zowel het oude als het nieuwe Europa tijdens de Irakese crisis. Het spel van de persoonlijkheden heeft die trends versterkt. De ondermijning van de allianties en de overbodigheid van eendracht zijn met meer bitterheid tot uiting gekomen dan nodig was geweest. Toch zijn de onderliggende veranderingen belangrijker. Ongeacht het resultaat van de Amerikaanse presidentsverkiezingen van 2004, is de kans klein dat de VS zal terugkeren naar het multilaterale systeem dat met wisselende kracht heeft standgehouden van 1941 (de Atlantische Verklaring en Pearl Harbour) tot 2001 (de inhuldiging van George Bush en de terreur van 11 september). De VS heeft vóór 1941 fasen van engagement en afstandelijkheid gekend, expansionisme en isolationisme. Als ze het willen, kunnen de Verenigde Staten zich nu op zichzelf terugtrekken. Als de militaire, budgettaire en politieke kosten van een hervorming van het Midden-Oosten ondraaglijk hoog zouden worden, is het mogelijk dat de VS rationeel voor de verdediging van het eigen grondgebied kiest en de kosten van zijn overzeese verbintenissen niet langer wil dragen. De Navo, het duurzaamste en intiemste permanente bondgenootschap, loopt het grootste gevaar. De organisatie is al geen oorlogsmachine meer. De bombardementen op Kosovo waren de eerste en laatste grote oorlog van de Navo. Nu de VS minder dan 8 % van zijn militaire macht in de Navo heeft ondergebracht, zal elke operatie met een grote Amerikaanse inbreng van troepen niet onder het gezag van de Navo, maar onder direct Amerikaans bevel verlopen. De Navo is een krachtige hefboom geweest voor democratische hervormingen van de postcommunistische landen die naar het lidmaatschap streefden, maar die rol neemt af nu het bondgenootschap zich naar het grootste gedeelte van Centraal- en Oost-Europa uitbreidt. De organisatie blijft essentieel voor de interoperabiliteit en de standaardisering tussen de strijdkrachten van haar leden, maar die rol van dienstenleverancier zal de Amerikanen niet lang blijven interesseren als de Europeanen hun militaire uitgaven niet drastisch optrekken. Bovendien is de Navo steeds meer een regionale organisatie, met haar vredesoperaties of steun aan vredesoperaties in de Balkan en nu ook in Kaboel. De echte gevaren voor de veiligheid, zoals de crisis in Irak of de problemen met Iran en Noord-Korea, worden niet in eerste instantie door de alliantie aangepakt. Bondgenootschappen zijn niet het aangewezen forum voor de strategische betrekkingen met China of Rusland - niet voor de VS en niet voor zijn partners in Europa en Azië. De strijd tegen het wereldterrorisme wordt niet op de eerste plaats via allianties gevochten. Strategisch belangrijke beslissingen over crisisbeheer in Afrika of vredesinitiatieven in het Midden-Oosten worden buiten de traditionele bondgenootschappen genomen en uitgevoerd. De verzwakking van de permanente bondgenootschappen zal nog opvallender worden wanneer de VS zich in het verkiezingsjaar 2004 afwendt van de buitenwereld. De secretaris-generaal van de Navo, LordRobertson, een energieke gewezen Britse minister van Defensie, treedt al op 31 december 2003 af en wordt opgevolgd door Jaap de Hoop Scheffer, de Nederlandse minister van Buitenlandse Zaken. De concurrentie voor de functie was niet echt groot. Dat mag niet verbazen. François Heisbourg