Het kantoor van Gunther Broucke is verrassend klein. Behalve wat cd's aan de muur en een degelijke stereo-installatie verraadt weinig dat hij aan het hoofd van Brussels Philharmonic staat. Dat Brusselse orkest behoort tot de belangrijke culturele instellingen van Vlaanderen, en wist zich de jongste jaren ook internationaal opvallend in de kijker te spelen. Het bekendste voorbeeld is de Oscar die het orkest kreeg voor het opnemen van de soundtrack van The Artist.
...

Het kantoor van Gunther Broucke is verrassend klein. Behalve wat cd's aan de muur en een degelijke stereo-installatie verraadt weinig dat hij aan het hoofd van Brussels Philharmonic staat. Dat Brusselse orkest behoort tot de belangrijke culturele instellingen van Vlaanderen, en wist zich de jongste jaren ook internationaal opvallend in de kijker te spelen. Het bekendste voorbeeld is de Oscar die het orkest kreeg voor het opnemen van de soundtrack van The Artist. Broucke combineert een zakelijk instinct met een neus voor artistieke kwaliteit. Hij navigeerde de afgelopen tien jaar het Vlaams Radio Orkest (VRO) uit woelig water, herdoopte het tot Brussels Philharmonic en probeert het nu een toenemende internationale identiteit aan te meten. Daarbij schuwt hij de recepten uit het bedrijfsleven niet. Een van de resultaten is de samenwerking die Brussels Philharmonic opzet met de private bank Puilaetco Dewaay. Via een investeringsvehikel wil het orkest geld aantrekken om zijn muzikanten van betere strijkinstrumenten te voorzien. "En ja, uiteindelijk is voor de investeerders puur winstbejag het doel." GUNTHER BROUCKE. "De kostprijs van strijkinstrumenten is de jongste 15 tot 20 jaar fors gestegen en staat niet meer in verhouding tot het inkomen van de muzikanten. Een goed instrument kost gemakkelijk tussen 50.000 en 100.000 euro. Voor een muzikant van 35 met kleine kinderen en een hypotheek is dat niet vanzelfsprekend. "Enerzijds is een viool, cello of contrabas bedoeld om te musiceren en anderzijds is het dus een belegging. Wij proberen die twee werelden bij elkaar te brengen. Dat doen we door onze strijkinstrumenten botweg als investering in de markt te zetten." BROUCKE. "Waarom zou ze dat doen? En waarom zou ik daarop wachten? Ik vind dat de overheid haar verantwoordelijkheden moet nemen, maar dat geldt ook voor de Vlaamse culturele instellingen. De hoofdaandeelhouder van een koekjesfabriek beslist of hij al dan niet een koekjesfabriek wil. Als onze hoofdaandeelhouder moet de Vlaamse overheid beslissen of ze al dan niet een symfonisch orkest wil in Brussel. Wil ze dat, dan moet ze durven te definiëren in welke categorie zo'n orkest moet functioneren. Een wielerploeg voor kermiskoersen heeft een andere infrastructuur nodig dan een team dat een rol van betekenis wil spelen in het profcircuit. "Hetzelfde geldt voor orkesten. Een orkest met een regionale opdracht heeft een andere infrastructuur nodig dan een orkest dat op Europees niveau wil meedraaien. Zodra dat goed gedefinieerd is, kan je daar een basisfinanciering tegenover zetten die heel transparant is en makkelijk te objectiveren valt. Die oefening zou de overheid moeten doen, maar dat heeft ze tot nader order nog niet gedaan. Onze houding is almaar meer dat de overheid in onze basisinfrastructuur moet voorzien, maar dat we voor onze eigen ambities de middelen elders trachten te vinden." BROUCKE. "Koning Leopold II heeft ooit gezegd: "Musique est un bruit qui coûte cher." Een symfonisch orkest is een verzameling van gespecialiseerde musici die dagelijks samen spelen. Dat is hun job. De kostprijs van één symfonisch concert loopt gemakkelijk op tot 300.000 euro. Stel dat je dat geld in de markt moet vinden. In een zaal als Bozar, met 2000 plaatsen de grootste concertzaal van het land, betekent dat dan een ticketprijs van 150 euro. Een melomaan wil dat misschien wel voor één project betalen, maar op vaste basis, is dat al heel wat anders. "Er zijn dan ook geen voorbeelden van orkesten die hun inkomsten volledig uit de markt kunnen halen. Ook niet in het Amerikaanse model, waar grote foundations de orkesten financieren om hun uitgaven vervolgens via fiscale gunstregimes weer te recupereren van de overheid. Waar zit dan nog het verschil met het continentale Europese model, waarin de overheid rechtstreeks subsidies geeft? Feit is: zonder een fikse injectie kunnen symfonische orkesten niet overleven. Of de eigen inbreng 10 of 25 procent moet zijn, verandert weinig aan dat principe." BROUCKE. "Niet noodzakelijk. De mobiliteit van het Vlaamse publiek is veeleer beperkt. Zo zijn bijvoorbeeld de toeschouwers van het Brugse Concertgebouw en de Gentse Bijloke niet inwisselbaar. Als we een project spelen in Brugge en niet in Gent, dan volgt het Gentse publiek niet. Toegegeven: bij De Munt lukt dat wel. Daar komen de mensen wel degelijk van heinde en verre naartoe. Dat gezegd zijnde, de gages van vedetten zoals pakweg Cecilia Bartoli of Placido Domingo terugverdienen in een zaal van 1000 personen, is bijzonder moeilijk." BROUCKE. (denkt na) "Vermoedelijk wel. We moeten daar ook niet bang voor zijn. Een paar jaar geleden bestonden er al zulke plannen. Maar tot nader order zijn die niet gerealiseerd. Laten we even het Nationaal Orkest Van België en het orkest van De Munt buiten beschouwing, dan heeft de minister van Cultuur drie jaar geleden beslist dat er in Vlaanderen drie orkesten zijn: deFilharmonie, Brussels Philharmonic en het orkest van de Vlaamse Opera. Het Orkest van de Vlaamse Opera heeft daarbij als finaliteit het begeleiden van ballet- en operavoorstellingen. Met andere woorden: ik heb vandaag geen mening over een mogelijke hertekening van het landschap, want wij zijn een instelling van de Vlaamse Gemeenschap en ik heb me te gedragen naar de beslissingen van de minister. Ik ga voluit voor de organisaties waar ik vandaag voor verantwoordelijk ben: Brussels Philharmonic en het Vlaams Radio Koor. "Toch geloof ik dat het niet onverstandig zou zijn als we blijven nadenken of dit wel de ideale structuur is. Want vroeg of laat wordt de vraag weer gesteld. En de sector -- niet enkel in Vlaanderen -- praat daar te weinig open over. Let op, u hoort mij niet pleiten voor een rationalisering van de orkesten. Van mij mag elke centrumstad in Vlaanderen een symfonisch orkest en operahuis hebben, maar als de middelen beperkt zijn, moet je rekening houden met de mogelijke consequenties." BROUCKE. "Daar zijn veel redenen voor. Ons orkest heeft een artistiek traject. Dat is relatief klassiek en duidelijk te definiëren: het uitvoeren, bewaren en op steeds hoger niveau brengen van symfonisch repertoire. Dat gaat van Bach tot hedendaagse componisten en gebeurt in een internationale context. Dat traject realiseren we met de subsidies. "Ik stel daarnaast ook vast dat er in de maatschappij een vraag naar musici is. Wij hebben de mensen en knowhow om aan die vraag te voldoen, ook al heeft dat niet veel te maken met het artistieke traject van ons orkest. Daarom nemen we initiatieven als rent-a-musician. Een verjaardagsfeestje voor uw bedrijf, uw jongste wordt gedoopt, uw schoonmoeder wordt begraven... en u hebt muziek nodig? Wel, wij hebben de beste musici van het land. Ik heb zangers, een koor en een orkest. Wat u ook wilt: ik kan het leveren. "Het spreekt voor zich dat de musicus daarvoor een extra vergoeding krijgt. Dus ik kan aan de ene kant het inkomen van mijn musici verhogen, zonder de loonlasten van de organisatie te bezwaren. Tegelijk kan ik aan de andere kant het raakvlak voor wat we doen vergroten omdat we diensten verlenen en op plekken komen waar we anders met het orkest nooit aanwezig zouden zijn." BROUCKE. "Of in een kleine kapel in Zwevezele. Alles is mogelijk, maar één parameter blijft wel bovendrijven: wat we doen in dit segment heeft als ultieme doel onze basiswerking te versterken. We willen geen variétéorkest worden. Als dus de vraag zou komen om de Night of the Proms te doen, dan gaan we dat niet doen. Dat is een andere markt. "Onze strategie heeft intussen tal van spin-offs: de opname van soundtracks, het bankproduct en het traject met Sam-sung waarbij we tablets gebruiken voor onze partituren. Uiteindelijk hebben die allemaal tot doel de actieradius van het orkest en van de individuele musicus in het orkest te verbreden." BROUCKE. "Neen." BROUCKE. "Onze lonen zijn te laag. Dat is aantoonbaar zo, zeker als je kijkt naar het outputlevel en het stressniveau van onze mensen. Maar de eerste verantwoordelijkheid om ze te verhogen ligt bij het orkest en musicus zelf, en niet bij de overheid. Loon in een gesubsidieerde omgeving heeft te maken met maatschappelijke relevantie. Als met andere woorden de muzieksector vindt dat hij niet goed genoeg wordt betaald -- en ik ben het daarmee eens -- dan is er wat fout met onze maatschappelijke relevantie. Als wij maatschappelijk belangrijk genoeg worden geacht, dan volgen de centen vanzelf. "Via onze spin-offs bieden we nu mogelijkheden aan onze muzikanten om hun inkomen gevoelig te verhogen. Ik kan enkel vaststellen dat ze daar gretig op ingaan. En daardoor hoort vandaag het basisinkomen van onze orkestleden misschien nog steeds tot de laagste in de sector, maar in totaal verdienen ze meer dan collega's in andere orkesten." BROUCKE. "Ik wil betere dirigenten, betere solisten. Ik vind het niet billijk om daarvoor voortdurend bij de overheid aan te kloppen. Ik wil ook de markt aanspreken om mijn basiswerking beter te kunnen waarborgen. Ik ben pianist van opleiding en heb zelf veel opgetreden. Toen ik hier tien jaar geleden begon, zag ik mezelf dus zeker niet als een ondernemer. Wat me wel typeert, is een zeker pragmatisme. Overal hebben de mensen de neiging om dingen dood te discussiëren en te praten tot de trein is gepasseerd. Zo ben ik niet. Ik zeg wel eens: iedereen kan muren zien, het komt erop aan de deuren te vinden. "Ik ben niet echt een dromer, maar ik heb wel een ambitieuze kant. Het prestatieniveau van Brussels Philharmonic is heel behoorlijk. Dat blijkt bijvoorbeeld uit het succes van onze Duitse tournee. Typisch Vlaams zou zijn dat we dit wel goed genoeg vinden. Ik ben meer van het principe dat het nog beter kan. Plus est en vous. " BROUCKE. "Daar ben ik het niet mee eens. Ik merk dat mensen wel degelijk bereid zijn om te betalen voor een unieke ervaring. Het klopt dat het publiek niet echt meer warm wordt van een doordeweeks programma. Een uitdagend project kan daarentegen wel een publiek vinden. Een artistiek uitdagende profilering of een Russisch concert gecombineerd met een wandeling in de stad en wodkaproeverij slaat wel aan. Het gaat over de juiste invalshoeken en het creëren van een beleving. We kunnen veel leren van de eet- en kookcultuur. Vandaag is koken hip en sexy, maar tien jaar geleden was er niets saaiers." BROUCKE. "We spelen ook met dat idee. Voorlopig is de beste hobbydirigent van Vlaanderen niet meer dan een format in mijn schuif. Maar toch: zou er nergens in Vlaanderen een landbouwer rondlopen die fantastisch dirigeert?" ROELAND BYL , FOTOGRAFIE THOMAS LEGRÈVE"Ik wil ook de markt aanspreken om mijn basiswerking beter te kunnen waarborgen" "Er is in de maatschappij een vraag naar musici. Wij hebben de mensen en knowhow om aan die vraag te voldoen"