Voor wie een bedrijfswagen ter beschikking heeft, wordt het privévoordeel ervan forfaitair bepaald op basis van de cataloguswaarde en CO2-uitstoot van de wagen. Let wel, het privégebruik omvat ook de woon-werkverplaatsingen. Bij een bedrijfswagen hoort meestal ook een tankkaart. De brandstof voor het privégebruik van de bedrijfswagen wordt niet apart belast. Ze wordt geacht in het forfaitair bepaalde voordeel voor de bedrijfswagen te zitten.
...

Voor wie een bedrijfswagen ter beschikking heeft, wordt het privévoordeel ervan forfaitair bepaald op basis van de cataloguswaarde en CO2-uitstoot van de wagen. Let wel, het privégebruik omvat ook de woon-werkverplaatsingen. Bij een bedrijfswagen hoort meestal ook een tankkaart. De brandstof voor het privégebruik van de bedrijfswagen wordt niet apart belast. Ze wordt geacht in het forfaitair bepaalde voordeel voor de bedrijfswagen te zitten. Maar wat als het bedrijf een werknemer een tankkaart ter beschikking stelt voor het gebruik van zijn eigen wagen, zowel voor de privéverplaatsingen (waaronder het woon-werkverkeer) als voor de echte beroepsverplaatsingen (bijvoorbeeld het bezoek aan klanten). Voor de beroepsverplaatsingen is er uiteraard geen belastbaar voordeel, maar hoe wordt het voordeel verbonden aan het gebruik van de tankkaart voor de privéverplaatsingen belast? Daar geeft het fiscaal wetboek geen echte regels voor. Toen minister van Financiën, Steven Vanackere, daarover een parlementaire vraag voorgelegd kreeg, luidde zijn antwoord dat "het voordeel van alle aard dat voortvloeit uit het privégebruik (inclusief woon-werkverkeer, nvdr.) van een door de werkgever gratis ter beschikking gestelde tankkaart, gewaardeerd moet worden op de werkelijke waarde bij de verkrijger ervan". Concreet betekent dat dat het privévoordeel gelijk is aan de kostprijs van de brandstof voor de privéverplaatsingen. Dat wil zeggen dat de werkgever een overzicht moet bijhouden van alle verplaatsingen die de houder van de tankkaart met zijn privévoertuig maakt en dat enkel de brandstofkosten met betrekking tot het privédeel op de loonfiche komen. Op die manier betaalt de houder van de tankkaart tot 50 procent (plus gemeentebelasting) belastingen op dat voordeel. Voor de werkgever betekent het in kaart brengen van dat voordeel een grote administratieve last. Om dat te vermijden, kan hij werken met een forfaitaire kilometervergoeding voor de beroepsverplaatsingen in plaats van met een tankkaart. Dat betekent dat de werknemer 0,3456 euro per kilometer kan krijgen als hij zijn wagen gebruikt in opdracht van de werkgever (dus met uitsluiting van de privé-kilometers en van het woon-werkverkeer). Het aldus toegekende bedrag wordt niet belast bij de werknemer. Dit is vooral interessant voor werknemers die veel beroepsverplaatsingen moeten doen. JOHAN STEENACKERSHet privévoordeel van een tankkaart is gelijk aan de kostprijs van de brandstof voor de privéverplaatsingen.