De sectorfondsen verschillen van bedrijfsgebonden regelingen die uitgaan van de autonome bevoegdheid van de werkgever. Sectorale stelsels hebben wel een groter bereik. "En dat is een van de weinige voordelen," meent Yves Corne van Hewitt Associates. Het consultancybureau lichtte het wetsontwerp door en laat weinig heel van de voorstellen. Corne: "Uiteraard is het een goede zaak dat alle werknemers de kans krijgen om via het bedrijf of de bedrijfstak een aanvu...

De sectorfondsen verschillen van bedrijfsgebonden regelingen die uitgaan van de autonome bevoegdheid van de werkgever. Sectorale stelsels hebben wel een groter bereik. "En dat is een van de weinige voordelen," meent Yves Corne van Hewitt Associates. Het consultancybureau lichtte het wetsontwerp door en laat weinig heel van de voorstellen. Corne: "Uiteraard is het een goede zaak dat alle werknemers de kans krijgen om via het bedrijf of de bedrijfstak een aanvullend pensioen op te bouwen. Maar het voorgestelde systeem is veel te rigide. Niemand zat te wachten op een wet die geüniformiseerde sectorale plannen promoot. De werkgevers hoopten juist op een wet die keuzes biedt die tegemoet komen aan de individuele verwachtingen van werknemers." Flexibiliteit is nu net de grote afwezige in de nieuwe regeling. Het sectorpensioen is van toepassing op alle bedrijven in een sector en voor alle werknemers in die bedrijven. Bedrijven die niet wensen mee te stappen in een sectorplan en een apart fonds willen opzetten (de opting-out-formule) kunnen dat niet langer. Bovendien zullen werkgevers allerlei administratieve hinderpalen ondervinden als ze hun bestaande stelsels in overeenstemming willen brengen met de nieuwe wetgeving. "Bij het opstellen van het wetsontwerp zei men dat België op het vlak van pensioenfondsen eindelijk de prehistorie verliet. In werkelijkheid keert men gewoon terug naar de oertijd," vindt Neil Irons, een Britse partner bij Hewitt, die al jaren de evolutie van de pensioensector op Europees vlak volgt. "In Nederland, Groot-Brittannië en Zwitserland werd met succes een systeem van flexibele sectorale fondsen opgebouwd. Blijkbaar kunnen die hier niet als inspiratie dienen. België zou zich in een specifieke situatie bevinden, maar wat dat concreet betekent, is niet duidelijk." Henk Becquaert, die op het kabinet van minister Vandenbroucke het pensioendossier opvolgt, begrijpt de kritiek niet. "Dit wetsontwerp betekent een vooruitgang. Wij willen het systeem van aanvullende pensioenen immers democratiseren," zegt hij. "De prijs die je daarvoor moet betalen, is dat de sectorale fondsen aan stringente regels moeten voldoen. Anders kunnen ze nooit efficiënt functioneren." Maar Irons blijft het moeilijk hebben met de sluipende overregulering: "Vooral het principe van een gewaarborgd minimumrendement door de werkgever is een probleem. Een pensioenplan is een langetermijnvehikel. Het is dan ook normaal dat het rendement van jaar tot jaar kan variëren." A.M.