Op Amerikaanse congressen voor financiële planners wordt vaak gezegd dat er drie soorten klanten bestaan: de doe-het-zelvers, de beleggers die bewust advies vragen, en de onbeslisten die van alle walletjes willen eten.
...

Op Amerikaanse congressen voor financiële planners wordt vaak gezegd dat er drie soorten klanten bestaan: de doe-het-zelvers, de beleggers die bewust advies vragen, en de onbeslisten die van alle walletjes willen eten. Het is evident dat financiële planners en vermogensadviseurs hun beste klanten vinden bij de tweede categorie, de personen die bewust advies vragen. Maar een voorwaarde is wel dat er een minimum vermogen te adviseren valt. Een klant die bijvoorbeeld minder dan 200.000 euro te beleggen heeft, vindt moeilijk competent advies buiten het retailnetwerk. En dan mag de vraag naar wat voor 'advies' moet doorgaan best heel kritisch worden gesteld. Professionele adviseurs hebben weinig contact met de doe-het-zelfbeleggers, de eerste categorie. Doe-het-zelvers hebben immers aan hun eigen inzichten genoeg en zien niet zoveel toegevoegde waarde in de prestaties van een adviseur. Neen, ze weten wel beter - of denken althans het beter te weten. De onbeslisten ten slotte, de derde categorie, nemen de tijd van de professionele adviseur in beslag, wensen allerlei informatie, creëren dus vaste kosten, maar modderen uiteindelijk maar wat aan. Doe-het-zelf. Zelf beleggen is de beste oplossing voor kenners die van beleggen als goede huisvader een ernstige bezigheid maken, onafhankelijk van het feit of hun vermogen nu groot of klein is. Voor die groep kan het zelf uitkijken naar beleggingsopportuniteiten bijzonder renderen, returnverhogend en risicoverlagend werken. Voor de minder vermogende belegger die alles nog moet leren, is zelf op de beleggingsmarkt actief zijn eerder de noodgedwongen methode. Heel wat spaarders die geen belangstelling voor beleggen hebben opgebracht, blijven aangewezen op zichzelf, op advertenties, en op de massaproducten van de retailnetwerken. Twee weken geleden nog gaf ik op deze pagina's het voorbeeld van de deskundige doe-het-zelver die van 300.000 euro moet leven en besliste dat hij zelf een opbrengst van 5% uit zijn portefeuille zou realiseren. De stappen die ik toen suggereerde, waren: (a) hij selecteert met behulp van zijn effectenmakelaar een of meer zero-obligaties die binnen de tien jaar 150.000 euro retourneren en vandaag 95.000 euro kosten; (b) hij stelt een aandelenportefeuille samen ter waarde van 83.000 euro of koopt voor die waarde een sicav van aandelen; (c) voor het resterende geld koopt hij obligaties en/of kasbons die hem zowat gelijke sommen uitkeren in elk van de volgende tien jaar. Een maandelijkse uitkering van 1357 euro is vandaag mogelijk, hetzij een jaarlijkse netto-opbrengst van 5,4%. Tussen haakjes: een bevriend effectenmakelaar deed me nog een aantal suggesties om die opbrengst te verbeteren door obligaties in Noorse en Deense kronen in de selectie op te nemen, en door obligaties van eersterangsbedrijven in de selectie te betrekken. Waarvoor dank.Opgepast met 'wonderwinsten'! 'Gedwongen' doe-het-zelvers moeten wel voorzichtig omspringen met de 'royale' winsten die krantenadvertenties soms durven voor te spiegelen. Maar laten we beginnen met de 'eerlijke' voorstellen. Sommige verzekeraars beloven bijvoorbeeld dat een startkapitaal van 300.000 euro, dat voorzichtig maar zeker wordt belegd tegen 5%, u elke maand bovenop uw pensioen een aanvullend inkomen kan bezorgen van 1020 euro. Een eerlijk voorstel. Dat aanvullend inkomen beloopt dan op jaarbasis 4% van het beginkapitaal, maar is wel erg zeker. Het verschil tussen het rendement van de beleggingen (in obligaties) en wat aan u wordt uitgekeerd, bedraagt hier 1%. Het verschil met mijn oplossing - 337 euro per jaar of (1357-1020) - is de kostprijs van niet geïnteresseerd te zijn in beleggen. Andere verzekeringsmaatschappijen adverteren een rendement van 6%, maar in de kleine lettertjes onderaan leest u dan wel dat vorig jaar 6% werd uitbetaald, maar dat het zekere deel van de opbrengst 3,25% bedraagt, plus een minder zekere winstdeling. En op de eerste bladzijde van de Financieel-Economische Tijd vindt u vaak advertenties die nog grotere winsten (en dus méér onzekerheid) in het vooruitzicht stellen. Wat te denken bijvoorbeeld van het aanbod van deze grootbank? 'Beleg vandaag 300.000 euro en u ontvangt vijf jaar lang maandelijks 1620 euro netto.' Op het eerste gezicht een aanlokkelijk voorstel, akkoord. Maar al vlug blijkt dat u uit een aantal onderliggende beleggingsfondsen moet kiezen die zijn opgestart in het jaar 2000, en dus een negatieve return sedert de aanvang te zien geven! De uitkering levert dan een rendement op van 6,5%, maar u bent wel uw eigen geld aan het opsouperen als het onderliggende beleggingsfonds op het eind van de rit minder waard zou zijn. Een originele formule, maar vergeleken met de methode hierboven is er veel meer risico aan verbonden. Eigenlijk wordt zowat 70% van uw geld in een aandelen-sicav belegd. De kosten liggen dan ook een pak hoger dan in de formule die ik naar voor schuif. En ook het risico is flink hoger. Besluit: wie niet weet waar en hoe te beleggen, kan in de meeste gevallen toch rekenen op een rendement van 4% (met grote zekerheid) of 5% (met toenemend risico). Ervaren doe-het-zelvers kunnen zelfs zeker zijn van een rendement tussen 5% en 6%.Emiel Van Broekhoven [{ssquf}]De auteur is hoogleraar aan de universiteit Antwerpen en voorzitter van de Vlaamse Federatie van de Beleggingsclubs en de Beleggers (VFB). Een ervaren doe-het-zelfbelegger kan zeker zijn van een rendement tussen 5% en 6%.