De auteur is hoofdeconoom van Petercam Vermogensbeheer. Reacties: visienoels@trends.be
...

De auteur is hoofdeconoom van Petercam Vermogensbeheer. Reacties: visienoels@trends.be (1) 'Globalisation and the Reform of European Social Models', André Sapir, www.bruegel.org" www.bruegel.org Geef een presentatie die de troeven van de Belgische economie belicht." Dat was de opdracht die ik onlangs meekreeg. Een buitenlandse president op bezoek in België moest ervan worden overtuigd dat ons land zowat het economische paradijs op aarde is. Bij het zoeken naar positieve punten leek het wel alsof ik mijn ene hersenhelft - het kritische gedeelte - moest uitschakelen. België staat nu eenmaal bovenaan enkele klassementen waar je ons land liever niét bovenaan zou willen zien prijken (loonkosten, belastingdruk...) en omgekeerd (activiteitsgraad, efficiëntie van de overheid...). De spoeling was dus erg dun. Aangezien de presentatie maar tien minuten hoefde te duren, viel het gelukkig niet erg op. De grootste troef van ons land in dat soort presentaties blijft onze centrale ligging. Maar is dat echt zo'n pluspunt? België ligt inderdaad centraal in de zone waar 50 % van het Europese bruto binnenlands product (BBP) wordt gegenereerd op slechts 20 % van de Europese oppervlakte. Maar die zone heeft wel te kampen met een erg trage economische groei. De groeigebieden liggen vandaag in de buitenste cirkel rond België: Ierland, Spanje, Turkije, de Oost-Europese landen, en nog verder: China, India... Vier economische modellen. De globalisering zorgt dus voor een eerste structurele verandering, die de Belgische economie niet langer automatisch centraal op de kaart zet. Bovendien ziet ons land, net zoals vele andere landen, de vergrijzingstsunami op zich afstormen. En daarvoor zijn we zeer kwetsbaar: de activiteitsgraad van de ouderen behoort nu al tot de allerlaagste in Europa (zie horizontale as op de grafiek), om niet te spreken van de kosten van pensioenen en gezondheidszorg. Geef toe, een land dat de hoogste loonkosten combineert met een van de laagste activiteitsgraden en in het midden ligt van het traagst groeiende stuk van de wereldeconomie, is niet bepaald makkelijk te verkopen. Uiteraard zitten ook andere Europese staten met dit probleem. Frankrijk, Oostenrijk en Italië zijn in hetzelfde bedje ziek (zie grafiek). Maar er zijn landen die wél beter scoren. Ierland bijvoorbeeld was in de jaren tachtig van de vorige eeuw nog de zieke man van Europa. De Ieren kozen echter rigoureus voor een nieuw economisch model: op twintig jaar tijd daalde de Ierse overheidsschuld van 120 % naar minder dan 30 % van het BBP. Het land scoort vandaag met groeipercentages van 5 %, en piekt zelfs geregeld naar Chinese niveaus van 10 %. Volgens een recente studie (1) kan je vandaag onmogelijk spreken van het Europese model. In werkelijkheid bestaan er vier verschillende sociale modellen. Het Angelsaksische en Scandinavische model zijn volgens die analyse het best gewapend tegen de uitdagingen van de vergrijzing en de globalisering. Het mediterrane (Duitsland leunt er verrassend dicht bij aan) en het continentale model zijn kwetsbaar. Zij maken echter wel 75 % uit van het BBP van de hele Europese Unie. De meeste Europese landen moeten dus een veranderingsproces ondergaan om de welvaart voor de volgende generatie te behouden. Duitsland en Nederland zijn al wat gevorderd met hun wijzigingen, en evolueren in de richting van een combinatie van het Angelsaksische en Scandinavische model. De inspanning die ons land moet doen, is echter groter, en we starten de hervormingen veel later... 'Zware beroepen'. Het zogenaamde Generatiepact dat onze regering recent voorstelde, moet als een eerste stap in de goede richting worden gezien. Het duwt België naar het Scandinavische model: hoge belastingen gekoppeld aan een hogere activiteitsgraad. Systemen zoals brugpensioen worden uitgedoofd (zij het te traag en tot zestig jaar). De invulling van de uitzondering voor de zogenaamd zware beroepen zal echter nieuwe achterpoortjes creëren. Wat is immers een zware job? Ploegenarbeid is zwaar, maar wordt ook goed betaald en geniet speciale overheidssteun. Bouwvakkers verrichten zware (fysieke) arbeid, maar dat houdt ze niet tegen om na de uren nog heel wat energie tentoon te spreiden. En het is al te eenvoudig om zwaar gelijk te stellen met fysiek zwaar. Heel wat jobs zijn psychologisch belastend. De tweeverdieners hebben het bijvoorbeeld ook zwaar. Ze combineren carrière met gezin. Fiscaal dragen ze als groep het meeste bij aan het sociale systeem, en nog kunnen ze op geen sympathie rekenen. Door de hoge loonkosten heeft eigenlijk iedereen die in België werkt vandaag een zware job! Al die veranderingen zijn noodzakelijk voor de volgende generatie. Willen we onze kinderen en kleinkinderen dezelfde goede toekomst en welvaart schenken? Nog nooit is een staking zo onterecht geweest. Dit is vooral een staking tegen de toekomst van onze eigen kinderen en kleinkinderen. Geert Noels