Het is voor een econoom moeilijk om bij de slepende en vrij uitzichtloze regeringsonderhandelingen niet te denken aan de kosten van zes maanden regeringscrisis. En dan heb ik het niet over het slaap- en vakantiegebrek bij de onderhandelaars, maar over de kosten van de politieke keuze alleen te willen onderhandelen over een regering die een omvangrijke staatshervorming realiseert, een zogenaamde copernicaanse staatshervorming of een vette vis. Die kosten zijn uiteindelijk gelijk aan de waarde van het beste, niet-gekozen alternatief.
...

Het is voor een econoom moeilijk om bij de slepende en vrij uitzichtloze regeringsonderhandelingen niet te denken aan de kosten van zes maanden regeringscrisis. En dan heb ik het niet over het slaap- en vakantiegebrek bij de onderhandelaars, maar over de kosten van de politieke keuze alleen te willen onderhandelen over een regering die een omvangrijke staatshervorming realiseert, een zogenaamde copernicaanse staatshervorming of een vette vis. Die kosten zijn uiteindelijk gelijk aan de waarde van het beste, niet-gekozen alternatief. Dat niet-gekozen alternatief, zeg maar een borrelnootjes-staatshervorming, zou sneller voorzien hebben in een regering met een duidelijk economisch beleid. Daarbij zouden de meest dringende economische problemen - begroting, arbeidsmarkt, energie, congestie, veiligheid, justitie, mijn lijst is niet limitatief - ook aangepakt kunnen worden. Uiteraard niet op de radicale manier van een alomvattende staatshervorming, maar wel door de belangrijkste economische uitwassen van het zakgeldfederalisme en van blokkeringen tussen regionale entiteiten aan te pakken. Nu stapelen de economische problemen zich gewoon op. Ter herinnering, in 2007, het jaar van de vorige maandenlange regeringscrisis, betaalde België een hoge prijs. 2007 was toevallig ook het laatste jaar van uitbundig economisch optimisme. Die uitbundige groei, zowat overal in Europa, ging min of meer volledig voorbij aan België en Vlaanderen in het bijzonder. Conjunctureel profiteerde Vlaanderen uiteraard mee met de omliggende regio's, maar structureel verslechterde de concurrentiepositie significant. Maatregelen bleven uit om, toen het nog relatief gemakkelijk kon, de begroting op orde te brengen en het land voor te bereiden op de vergrijzingsgolf. Het was niet louter politiek, maar vooral economisch een verloren jaar, ook nieuwe groeikansen werden niet benut. Hetzelfde lijkt zich nu af te spelen. Economisch lijkt er niet langer sprake van een dubbele dip, maar van een duidelijk economisch herstel gedreven door onze Duitse buren. Tezelfdertijd verandert de concurrentiepositie van landen binnen Europa, maar ook wereldwijd op vrij indringende wijze. En opnieuw laten de Belgische en Vlaamse politiek het volledig afweten. In die zin is er een moment waarbij de gemiste groeikansen gekoppeld aan een borrelnootjesstaatshervorming zo hoog worden, dat de opportuniteitskosten van een copernicaanse staatshervorming niet meer opwegen tegen de mogelijke toekomstige economische baten voor Vlaanderen. Het voorstel om het waarnemend kabinet-Leterme meer bevoegdheden te geven, terwijl de verkozen politieke leiders hun tijd en aandacht steken in onderhandelingen over financierings- en bevoegdhedenscenario's, is een erkenning dat de copernicaanse, 'vettevishervorming' hoofdzakelijk een politieke vis is. De Vlaamse politici kunnen er misschien hun vingers van aflikken, maar economisch is er wellicht weinig meer dan wat graten aan te verdienen. Eerder dan zich bezig te houden met de manier waarop de bevoegdheden al dan niet efficiënt uitgevoerd worden, focust het nu volledig op de mogelijke bijkomende regionale bevoegdheden. Een concreet voorbeeld: in velerlei opzichten heeft Vlaanderen zijn naam en reputatie eind jaren tachtig en negentig opgebouwd dankzij de uitgesproken beleidsvisie over technologische kennis en innovatie. Vlaanderen werd een voorbeeld voor andere regio's, soms zelfs voor landen zoals Finland. Ondanks vele beleidsinitiatieven lijkt Vlaanderen zijn economische dynamiek in innovatie kwijt te zijn geraakt. De uitvoering hapert, de beleidsaandacht voor gebieden waar men juist sinds decennia zijn eigen bevoegdheid over had, lijkt gesmolten als sneeuw voor de zon. De copernicaanse staatshervorming lijkt in velerlei opzichten een vlucht vooruit, een vlucht naar nieuwe verantwoordelijkheden waardoor het eigen falen ook gemakkelijker kan verhuld worden. Tijd voor wat economie in de politiek. Luc soete, Professor economie aan de Universiteit MaastrichtDe Vlaamse politici kunnen misschien hun vingers aflikken van een staatshervorming met een vette vis, maar economisch is er wellicht weinig meer dan wat graten aan te verdienen.