Vennootschappen die hun inkomsten niet onmiddellijk uitkeren aan de bedrijfsleider hebben vaak een hoop overtollige liquiditeiten. De onderneming kan daarmee obligaties, beleggingsfondsen of aandelen kopen, of ze kan die bedragen op een termijnrekening of een spaarrekening zetten.
...

Vennootschappen die hun inkomsten niet onmiddellijk uitkeren aan de bedrijfsleider hebben vaak een hoop overtollige liquiditeiten. De onderneming kan daarmee obligaties, beleggingsfondsen of aandelen kopen, of ze kan die bedragen op een termijnrekening of een spaarrekening zetten. Die spaarrekeningen worden door de banken aangeboden aan ondernemingen die een maatschappelijke zetel in België hebben en onder een van deze juridische vormen vallen: een nv (naamloze vennootschap), bvba (besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid), ebvba (eenpersoons besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid), cv (coöperatieve vennootschap met onbeperkte en hoofdelijke aansprakelijkheid), vof (vennootschap onder firma), com v (commanditaire vennootschap), com va (commanditaire vennootschap op aandelen), een vzw (vereniging zonder winstgevend doel) of een feitelijke vereniging. De vergoeding op de spaarboekjes voor ondernemingen bestaat -- net zoals bij die voor particulieren -- uit een basisrente en een getrouwheidspremie. Sommige banken leggen voorwaarden op, bijvoorbeeld een minimale of maximale storting. De brutorendementen van spaarrekeningen voor vennootschappen zijn vergelijkbaar met die voor particulieren. In tegenstelling tot de spaarboekjes voor particulieren zijn die voor vennootschappen geen gereglementeerde spaarrekeningen. Dat heeft tot gevolg dat de eerste schijf intresten van 1900 euro niet is vrijgesteld van roerende voorheffing. De banken houden aan de bron 25 procent roerende voorheffing in op de intresten. Ondernemingen die onder de vennootschapsbelasting vallen zoals een nv, een bvba en een ebvba, moeten het totale bedrag van hun intresten -- dus voor de inhouding van de voorheffing -- opnemen in hun belastbare winst. Dat betekent dat de intresten op spaarrekeningen -- en ook op zicht- en termijnrekeningen -- tegen de tarieven van de vennootschapsbelasting worden belast. Voor vennootschappen met een belastbaar inkomen hoger dan 322.500 euro geldt een tarief van 33,99 procent. Er is een verlaagd opklimmend tarief van 24,98 tot 35,54 procent voor vennootschappen met een belastbaar inkomen onder 322.500 euro. De roerende voorheffing die de bank heeft ingehouden, wordt afgetrokken -- of 'verrekend' -- van de totale belasting. We nemen het voorbeeld van een vennootschap met een belastbare winst tussen 25.000 en 90.000 euro. De extra inkomsten uit beleggingen worden dan belast tegen het verlaagde tarief van 31,93 procent. Het totale rendement op een spaarboekje met een rentevoet van 1,5 procent bedraagt dan 1,02 procent (1,5 % - 31,93 % belasting). Maar het uiteindelijke rendement van de spaarrekening komt hoger uit door de toepassing van de notionele-intrestaftrek. Die houdt in dat een fiscaal voordeel wordt toegekend in de vorm van een aftrekbare, fictieve intrest die wordt berekend op het eigen vermogen, inclusief de gelden die op spaarboekjes staan. Tegen het huidige percentage voor kmo's van 3,130 procent komt dat neer op een fiscaal voordeel van 0,98 procent (het vennootschapstarief van 31,93 % toegepast op 3,130 %). Dankzij de notionele-intrestaftrek bedraagt het nettorendement van de belegging dus 2 procent (1,02 % + 0,98 %), wat meer is dan de rente die de bank biedt. Niet alle beleggingsinstrumenten worden opgenomen in het eigen vermogen van de onderneming waarop de notionele-intrestaftrek wordt berekend. Als de vennootschap bijvoorbeeld belegt in een beleggingsfonds van het kapitalisatietype, kan ze daarvoor geen aanspraak maken op de notionele-intrestaftrek. Vzw's en feitelijke verenigingen vallen niet onder de vennootschapsbelasting. Voor hen gelden andere fiscale regels inzake de inkomsten uit spaarrekeningen. Omdat dat ons te ver zou leiden, gaan we er hier niet dieper op in. Vennootschappen die een verkorte balans kunnen neerleggen, kunnen aanspraak maken op de overheidswaarborg tot 100.000 euro voor kapitaal dat op een spaarboekje staat. Grote ondernemingen die een volledige balans moeten neerleggen, kunnen dat niet. Dat zijn ondernemingen die ofwel een personeelsbestand hebben van meer dan honderd personen op jaarbasis, ofwel meer dan een van de volgende drempels overschrijden: een balanstotaal van meer dan 3,65 miljoen euro, een jaaromzet van meer dan 7,3 miljoen euro (exclusief btw) en een jaarlijks gemiddeld personeelsbestand van meer dan vijftig personen. Vzw's en verenigingen komen altijd in aanmerking voor de waarborg tot 100.000 euro. Eventueel kunnen de leden ieder afzonderlijk aanspraak maken op een vergoeding van 100.000 euro. Ze moeten daarvoor individueel rechten kunnen doen gelden op de tegoeden die op de rekening staan, en de identiteit van ieder van hen moet kunnen worden vastgesteld. Daarvoor moeten de statuten worden nagekeken.JOHAN STEENACKERSHet rendement van een spaarrekening komt hoger uit door de toepassing van de notionele-intrestaftrek.