De lange race naar de Franse presidentsverkiezingen van 2017 komt op gang. François Hollande krijgt zijn populariteit niet omhoog, en dus gaat de aandacht steeds meer naar de strijd om zijn opvolging. Drie figuren domineren daarin: zijn eerste minister Manuel Valls aan de linkerzijde, de centrumrechtse voormalige president Nicolas Sarkozy en Marine Le Pen van het Front National.
...

De lange race naar de Franse presidentsverkiezingen van 2017 komt op gang. François Hollande krijgt zijn populariteit niet omhoog, en dus gaat de aandacht steeds meer naar de strijd om zijn opvolging. Drie figuren domineren daarin: zijn eerste minister Manuel Valls aan de linkerzijde, de centrumrechtse voormalige president Nicolas Sarkozy en Marine Le Pen van het Front National. Hollande benoemde Valls in de hoop dat de populariteit van de jongere, strijdvaardige politicus ook die van de president zou oppeppen, maar hoe langer Valls in functie blijft, hoe meer hij vasthangt aan Hollande en hoe dieper zijn eigen score in de opiniepeilingen zakt. Dat maakt het voor Valls des te moeilijker om de economische hervormingen die hij beloofd heeft, door te voeren. Op de todolijst prijken beloften om beschermde beroepen als notaris, deurwaarder en apotheker te liberaliseren, de regels voor ondernemingsraden flexibeler te maken, de arbeidswetgeving te vereenvoudigen, zondags- en avondopeningen van winkels te versoepelen, de bureaucratie te beknotten en de stedenbouwkundige regels minder streng te maken. Elk van die voornemens krijgt hardnekkige tegenwind van lobby's en vakbonden. De gematigd centrumlinkse Valls danst op een slappe koord tussen zijn verlangen om zijn imago van keiharde hervormer te vestigen en de noodzaak om een regelrechte rebellie van de woelige linkervleugel van zijn partij te vermijden. Slechts één iemand kan de linkerzijde hergroeperen, namelijk de geduchte Nicolas Sarkozy, die door links even gehaat wordt als hij door de aanhangers van zijn partij op handen gedragen wordt. In de aanloop naar 2017 probeert hij een nieuwe politieke beweging in gang te zetten met een nieuwe naam en jonge gezichten. Hij aarzelt niet om rivalen voor de presidentiële nominatie als Alain Juppé en François Fillon het gras voor de voeten weg te maaien. De opiniepeilingen geven aan dat Sarkozy de favoriete kandidaat is van de centrumrechtse kiezers. Zijn belangrijkste hinderpaal zijn echter niet de andere kandidaten, maar de gerechtelijke onderzoeken naar zijn verleden. De Franse kiezers kunnen twee keer hun zeg doen in het stemhokje: bij de departementsverkiezingen in maart en bij de verkiezingen in december voor de hertekende regio's, die herleid werden van 22 tot 13. De uitslag zal telkens verpletterend zijn voor links, bemoedigend voor centrumrechts en Marine Le Pen de kans bieden om haar toenemende electorale macht tentoon te spreiden. Ze steekt de draak met de hernieuwde rivaliteit tussen Hollande en Sarkozy door erop te wijzen dat de knusse opstelling van de politieke elite nooit verandert. Met haar talent om zich voor te doen als de stem van de gewone kiezer, teert Le Pen op de politieke ontgoocheling over niet nagekomen beloften en aanhoudende werkloosheid. Hollande probeert intussen het buitenlands beleid te gebruiken om zijn zwakke positie in het binnenland te verdoezelen. Hij levert militaire luchtsteun aan de Amerikaanse campagne tegen Islamitische Staat en houdt Franse troepen in Mali en de Centraal-Afrikaanse Republiek. In december 2015 ontvangt hij de wereldleiders op een grootse VN-klimaatconferentie in de hoop een bindend engagement tot stand te brengen om de uitstoot van broeikasgassen te verminderen. Intussen blijft de bezorgdheid bestaan over de Franse jihadisten die naar Syrië en Irak trekken en over de terroristische dreiging die uitgaat van de terugkerende strijders. Kortom, Frankrijk blijft argwanend, vertwijfeld en onzeker. Een of andere vorm van sociale oproer valt niet uit te sluiten. De spanningen kunnen zelfs tot een politieke crisis leiden, zoals het ontslag van Valls of een ontbinding van het parlement. De auteur is bureauchef in Parijs voor The Economist.SOPHIE PEDDER