De meest gestelde vraag over deze column luidt: hoe vind je elke week opnieuw inspiratie? Ik heb daar - tot op heden - steeds op geantwoord: ik schrijf 'zuiver', ik luister naar de muze, de inspiratie komt spontaan tot mij. Uiteraard beweerde ik dat ik veel trainde, bijvoorbeeld door alle columns van Albert Tiberghien uit het hoofd te leren. Deze fiscalist was nu eenmaal de grootste columnist economie die Vlaanderen ooit gekend heeft. Hij kon over een btw-tarief spannender dingen schrijven dan Dan Brown over een niet te kraken code.
...

De meest gestelde vraag over deze column luidt: hoe vind je elke week opnieuw inspiratie? Ik heb daar - tot op heden - steeds op geantwoord: ik schrijf 'zuiver', ik luister naar de muze, de inspiratie komt spontaan tot mij. Uiteraard beweerde ik dat ik veel trainde, bijvoorbeeld door alle columns van Albert Tiberghien uit het hoofd te leren. Deze fiscalist was nu eenmaal de grootste columnist economie die Vlaanderen ooit gekend heeft. Hij kon over een btw-tarief spannender dingen schrijven dan Dan Brown over een niet te kraken code. Af en toe vroeg zelfs iemand hoe ik dat allemaal kan blijven combineren: die wekelijkse column (het zwaarste van al), maar ook doctoraten begeleiden, internationaal publiceren, les geven aan studenten en managers, manuscripten beoordelen en zelfs af en toe eens een interview toestaan. Daarnaast heb je natuurlijk de obligate (commissie)vergaderingen bijwonen, jurylid zijn van een aantal leuke prijzen en nog af en toe een buitenlands studieverblijf. Telkens opnieuw beweerde ik dat het 'zuiver' was, dat het een kwestie was van hard werken, discipline, focus en leven voor mijn beroep. Maar ik kan niet langer leven met de leugen. Ik beken. Ik wil de eerste zijn die de omerta der columnisten doorbreekt. Ik doe twee bekentenissen. Een kleine en een grote. Vooreerst is mijn muze niet altijd zuiver. Het gebeurt wel eens dat mijn inspiratie niet van de muze komt, maar van een alledaags voorval, een krantenartikel of een televisie-uitzending. Zo is deze column geïnspireerd door de heldhaftige bekentenissen van grote sporters zoals Riis, Zabel en Basso. Beroepshalve (ik doceer een vak sportmanagement) moet ik die materie uiteraard volgen, maar ik ben vooral als mens getroffen door a) hun moed b) het spontane karakter van hun bekentenissen c) de vergevensgezindheid van de ganse sector. Vooral het feit dat deze sporters nu, zowat tien jaar na de feiten, zo snel en zo spontaan toegeven het spel volkomen te hebben vervalst, heeft bij mij de diepste bewondering afgedwongen en heeft bij mij tot bezinning geleid. Vandaar mijn tweede (en grote) bekentenis. Ik heb in 2002 een column geschreven op een manier die niet echt zuiver was. Ik had net onder grote tijdsdruk een onderzoeksproject ingediend, ik had wat last van een aanslepende verkoudheid en ik moest op het laatste moment inspringen voor een collega. Toen moest ik nog een column afwerken. Het werd heel laat die avond. Het blikje redbull stond in de koelkast. Uiteraard koop ik dergelijke stimulerende middelen nooit, maar het was een staal dat ik gekregen had ter gelegenheid van een congres. Ik opende de koelkast, maar helaas ook het blik redbull. Ik heb er toen een stevige slok van gedronken. Ik voelde mij onmiddellijk wakker, maar ook heel erg schuldig. Toch heb ik nog een tweede slok genomen. De rest heb ik leeggegoten in de gootsteen. Maar het kwaad was geschied. Ik heb de column van de schande geschreven, ik heb er nog een leuke reactie op gekregen van een enthousiaste lezer, die de woorden 'fris' en 'scherp' gebruikte. Maar ik stond niet scherp, zoals de titel van deze rubriek doet vermoeden. Ik was gedrogeerd. Ik had stimulerende middelen gebruikt. Ik had vals gespeeld. Als ik kijk welk druk leven mijn collega's medecolumnisten leiden, als ik kijk hoe sterk de druk is en hoe sterk de overtuiging is dat bij andere tijdschriften zovele columnisten liters cola, koffie, en straffe thee drinken, dan zou het mij echt niet verwonderen dat ook zij al ooit eens bezweken zijn voor de verleiding. Maar het is niet aan mij om daarover te oordelen. Zij moeten voor zichzelf uitmaken hoe en wanneer ze stelling gaan nemen. Maar ik heb het prachtige beroep van columnist besmeurd. Ik heb het vertrouwen van de eindredactie misbruikt. Maar bovenal heb ik u lezer in de steek gelaten. U heeft niet gekregen waarop u recht had: eerlijke, zuivere columns, die door geen enkel kunstmatige ingreep bezoedeld zijn. Ik heb weliswaar maar één enkele keer, in een moment van zwakte, naar kunstmatige middelen gegrepen. U hoeft het mij niet te vergeven. Maar misschien kunt u toch wat begrip opbrengen. Bij mijn dagelijkse studie van Dostojeweski ben ik op een minder bekend werk van deze auteur gestoten: Schuld en Boete. Ik zal beste lezer, mijn fout goedmaken op dezelfde manier als de heren wielrenners en hun sponsors dit zullen doen. Deze individuen en bedrijven hebben miljoenen euro aan lonen, maar vooral aan reclame-inkomsten achterovergedrukt. Ik wacht tot het moment dat bedrijven als Festina en Deutsche Telecom, dat renners als Riis, Zabel of ploegleiders, mij geld zullen betalen voor al die uren die ik verloren heb door hun oplichterspraktijken. Ik dacht immers dat ik naar sport keek, maar ik keek naar bedrog. Op het moment dat de bedrijven volgens hun ethische principes, hun corporate governance en hun deontologische charters, mij zullen vergoeden, zal ik niet aarzelen ook u te vergoeden voor mijn groot bedrog. Maar dat zou nog wel even kunnen duren. Gewoon wat geduld oefenen. De auteur is hoofddocent aan de Universiteit Gent en partner van de Vlerick Leuven Gent Management School Reacties: marc.buelens@trends.beMarc Buelens