De voormalige Turkse schoonheidskoningin Gonca Us, de ex-ondervoorzitter van de Grijze Wolven en opgespoorde misdadiger Abdullah Catli, de hoge politiechef Hüseyin Kocadag en parlementslid Sedat Bucak reden zich begin november 1996 in hun luxueuze Mercedes 600 te pletter tegen een krakkemikkige vrachtwagen. Alleen de volksvertegenwoordiger overleefde de klap. Sindsdien staat Susurluk, plaats van het ongeval, symbool voor de akelige verstrengeling tussen politie, politiek en maffia in Turkije. In hun uitvoerige studie De maffia van Turkije zoomen Frank Bovenkerk en Yücel Yesilgöz stevig in op het incident. De onderzoekers konden zich geen betere illustratie van hun verregaande (en hoogst onrustwekkende) conclusies dromen.
...

De voormalige Turkse schoonheidskoningin Gonca Us, de ex-ondervoorzitter van de Grijze Wolven en opgespoorde misdadiger Abdullah Catli, de hoge politiechef Hüseyin Kocadag en parlementslid Sedat Bucak reden zich begin november 1996 in hun luxueuze Mercedes 600 te pletter tegen een krakkemikkige vrachtwagen. Alleen de volksvertegenwoordiger overleefde de klap. Sindsdien staat Susurluk, plaats van het ongeval, symbool voor de akelige verstrengeling tussen politie, politiek en maffia in Turkije. In hun uitvoerige studie De maffia van Turkije zoomen Frank Bovenkerk en Yücel Yesilgöz stevig in op het incident. De onderzoekers konden zich geen betere illustratie van hun verregaande (en hoogst onrustwekkende) conclusies dromen. Kocadag behoorde tot de oprichters van de speciale eenheden die zij aan zij met het leger en de milities van dorpswachters strijden tegen de Koerdische PKK. Op het ogenblik van het ongeval was hij directeur van de politieschool van Istanbul. Catli werd gezocht door Interpol. Eerder al was hij door de Franse en Zwitserse politie gearresteerd wegens heroïnehandel. In 1990 ontsnapte hij uit een Zwitserse gevangenis. De Turkse autoriteiten verdachten hem van een reeks moorden, onder meer op zeven studenten. AANSLAG OP DE PAUS.De Mercedes 600 werd gevolgd door een bewakingsteam in eenzelfde wagen. Ze kwamen net van een casino ten zuiden van de kuststad Izmir. De baas van het casino was kort voordien vermoord. Een dader werd nooit gevonden. Catli had een identiteitsbewijs van de politie op zak, net als een machtiging om wapens te dragen. Vreemd voor een gezochte verdachte. Catli wordt er overigens ook van verdacht de organisator te zijn van de aanslag op paus Johannes Paulus II op 13 mei 1981. In het licht van hun onderzoek weiden de auteurs stevig uit over de aanslag op de paus. "We weten weliswaar wie de trekker van de revolver overgehaald heeft, maar wat is het motief van de dader precies en wie had hem opdracht gegeven?" Ze gaan de contacten na van de dader en belanden bij onderwereldfiguren die nauwe contacten onderhielden met de politiek, de politie en militairen. Onder hen duiken andermaal de namen van Catli en andere Grijze Wolven op.Na het ongeval in Susurluk kreeg de pers plots wel aandacht voor een kort daarvoor verschenen rapport van de Turkse geheime dienst, dat meldde: "Binnen het politieapparaat is een misdaadorganisatie opgericht, waarbij het moet lijken of de betrokken mensen strijd voeren tegen de PKK en Dev-Sol (Revolutionair Links, nvdr). De groep bestaat grotendeels uit voormalige ülkücü ( nvdr - ultrarechtse Grijze Wolven) en houdt zich bezig met misdaden zoals bedreiging, roof, afpersing, smokkel van verdovende middelen en moord. Zij staat onder de directe leiding van het algemene hoofd van politie (...). Genoemde groep doet het voorkomen of zij activiteiten ontplooit die gericht zijn tegen terroristen, maar in werkelijkheid smokkelt zij verdovende middelen naar Duitsland, Nederland, België, Hongarije en Azerbeidzjan." KINDERSLAVEN IN GENT.Uiteraard waaieren de activiteiten van de Turkse maffia naar alle windstreken uit. In de Lage Landen beheersen de Turken de groothandel in heroïne. (Het dealen is voor andere bendes.) De Belgische rijkswacht meldt ook illegale wapenhandel, afpersing, witwassen van crimineel verworven geld en mensenhandel. "Van het laatste vormde een keten van Turkse broodbakkers in Gent een navrant voorbeeld", constateren de auteurs. "Zij haalden kinderen die zaten opgesloten in containers op een vrachtauto uit Turkije naar België, waar ze onder mensonwaardige condities tewerkgesteld werden." De Belgische rijkswacht was overigens goed op weg om het Turkse milieu te analyseren. Na een artikel in De Morgen van 1 juli 1996, waarin onthuld werd dat de rijkswacht de volledige uit Turkije afkomstige bevolking had gescreend, werd het onderzoek evenwel tegen de speurders en het korps gebruikt. Commandant Juan Corriat beweert dat alles klaar was om een preventiebeleid te voeren. Rijkswachters leerden Turks en slaagden er eindelijk in contacten te leggen met slachtoffers van afpersing. De hoge gevoeligheid voor racisme en privacy, die op zich uitermate belangrijk is, leidt jammer genoeg wel eens tot ongelukkige tussenkomsten of zelfs misbruik. Drug- of andere bendes die wijken willen afgrendelen voor de nieuwsgierige politie, lokken maar al te graag rassenrellen uit. De co-auteur en hoogleraar Criminologie Bovenkerk ( Universiteit van Utrecht) kreeg drie jaar geleden al insinuaties over zich heen, toen hij de hoge betrokkenheid van Turkse migranten bij de heroïnehandel aankaartte. Nu wijzen hij en co-auteur Yesilgöz er juist op dat de rotte appelen de integratie en het respect van de andere Turkse migranten in de weg staan. Frank Bovenkerk & Yücel Yesilgöz, De maffia van Turkije. Meulenhoff/Kritak, 352 blz., 798 fr.LUC DE DECKER