Een commissie van wijzen onder leiding van Dirk Van Damme zal zich buigen over het lerarenberoep. "Een nieuwe nullijn lijkt mij een goede zaak", vindt Lieven Boeve, directeur-generaal van Katholiek Onderwijs Vlaanderen.
...

Een commissie van wijzen onder leiding van Dirk Van Damme zal zich buigen over het lerarenberoep. "Een nieuwe nullijn lijkt mij een goede zaak", vindt Lieven Boeve, directeur-generaal van Katholiek Onderwijs Vlaanderen. 1 Dit is de zoveelste commissie over wat moet gebeuren in het onderwijs. Liggen alle elementen dan nog niet op tafel? LIEVEN BOEVE. "De opdracht is nu wel anders. De bedoeling van de onafhankelijke commissie is net dat een groep mensen, die niet onmiddellijk met beleid bezig is, zich uitspreekt over het lerarenberoep. In ons memorandum voor de verkiezingen in 2019 gaven we met Katholiek Onderwijs Vlaanderen al een aanzet over hoe we meer leraren kunnen aantrekken en hen het best kunnen ondersteunen. Vorige zomer konden voorstellen van de onderwijsverstrekkers zelf op weinig enthousiasme rekenen bij de minister van Onderwijs en de andere sociale partners. Daarom lijkt het me nuttig met een commissie van wijzen een nieuwe nullijn over de plaats van de leraar uit te werken. Ook de timing, ruim voor de volgende verkiezing, zit goed." 2 Komt de vaste benoeming komt dan weer ter discussie? BOEVE. "Dat hoort u mij niet zeggen. De vaste benoeming zou de werkzekerheid moeten bieden die leraren in staat stelt flexibiliteit in hun loopbaan in te bouwen. Alleen stel je het omgekeerde vast: er is weinig mobiliteit en de loopbanen blijven erg vlak. Die paradox uit de wereld helpen is de uitdaging. Voor mij hoeft de vaste benoeming niet op schop, maar ze mag wel een andere invulling krijgen." 3 Zal die oefening ook gaan over de eindtermen en de modernisering van het secundair onderwijs? BOEVE. "Voor de eindtermendiscussie speelt dit niet. Ik denk wel dat de modernisering van het secundair onderwijs ter sprake moet komen. Die modernisering beoogde een duidelijker en gestroomlijnder aanbod met minder studierichtingen, om het ontstaan van veel kleine klasgroepen te vermijden. Zoals het nu loopt, leidt het grote aantal studierichtingen nog altijd tot kleine groepen."