De komende maanden zal de werkloosheid in België wellicht sterk toenemen. Het wordt dan de eerste taak van de regeringen om ervoor te zorgen dat de nieuwe groep werklozen zo snel mogelijk opnieuw in de arbeidsmarkt kan stappen zodra de economie aantrekt. Wie denkt dat die doelstellingen met de klassieke methodes van werklozenbegeleiding kunnen worden bereikt, vergist zich. Activering is een noodzakelijke maar geen voldoende voorwaarde voor jobcreatie. Ten eerste heeft een intensieve begeleiding van werklozen alleen effect als er wel degelijk voldoende jobs beschikbaar zijn. Ten tweede moet daar altijd de nodige opleiding aan gekoppeld worden zodat werklozen competenti...

De komende maanden zal de werkloosheid in België wellicht sterk toenemen. Het wordt dan de eerste taak van de regeringen om ervoor te zorgen dat de nieuwe groep werklozen zo snel mogelijk opnieuw in de arbeidsmarkt kan stappen zodra de economie aantrekt. Wie denkt dat die doelstellingen met de klassieke methodes van werklozenbegeleiding kunnen worden bereikt, vergist zich. Activering is een noodzakelijke maar geen voldoende voorwaarde voor jobcreatie. Ten eerste heeft een intensieve begeleiding van werklozen alleen effect als er wel degelijk voldoende jobs beschikbaar zijn. Ten tweede moet daar altijd de nodige opleiding aan gekoppeld worden zodat werklozen competenties verwerven om openstaande vacatures in te vullen. De recentste cijfers van de VDAB waaruit blijkt dat nog altijd bijna één vacature op vier blijft openstaan, toont aan dat hier nog veel werk aan de winkel is. De bezorgdheid over een dreigende toename van de werkloosheidscijfers leeft bij onze federale en regionale excellenties. Federaal minister van Werk Joëlle Milquet (cdH) lanceerde onlangs een aantal maatregelen om de werkloosheid aan te pakken, al was dat vooral opgewarmde kost zoals meer jongerenstages. In plaats van een hele reeks maatregelen in de marge te nemen die niet alleen veel geld kosten maar bovendien voor een extra administratief kluwen zorgen, doen de verschillende regeringen er beter aan een mobiliteitsplan voor de arbeidsmarkt op te stellen. Daarbij gaat het hier niet alleen om geografische mobiliteit waarbij werknemers van het ene gewest naar het andere gaan werken. Dat moet inderdaad gepromoot worden, maar daarnaast moet ook de mobiliteit tussen sectoren, bedrijven en functies worden bevorderd. Dit kan in periodes van diepgaande jobcreatie en -destructie maken dat vraag en aanbod beter op elkaar worden afgestemd. Zo kan er een mobiliteitspremie worden ingevoerd die de overstap van de ene job naar de andere bevordert. Dat is nuttig voor werknemers die na ontslag hun vaardigheden niet langer kunnen gebruiken in een nieuwe functie. Een periode van werkloosheid betekent immers vaak een verlies aan expertise. Dit heeft als gevolg dat de waarde van een ontslagen werknemer voor een nieuw bedrijf lager is en dat er dus enkel werkaanbiedingen met een lager loon binnenkomen. Dat is echter vaak een belangrijke motivatie om niet uit de werkloosheid te stappen en leidt tot structurele inactiviteit. Met een mobiliteitspremie kunnen werklozen ertoe worden aangezet om toch een job te aanvaarden, ondanks eventueel loonverlies. Het geld van die mobiliteitspremie komt niet uit de lucht gevallen. Het kan een deel zijn van de ontslagvergoeding. Of nog beter: België kan naar analogie van Oostenrijk een soort van individuele ontslagrekening invoeren waarbij werknemers tijdens hun loopbaan een deel van hun brutoloon op een rekening plaatsen. Bij ontslag kan dat bedrag worden overdragen naar een nieuwe job waarbij inkomensverlies tijdelijk wordt opgevangen. Het is een incentive om toch op de arbeidsmarkt actief te blijven. Onderzoek naar de activeringsmaatregelen in Europa toont aan dat dit type maatregelen, dat vergelijkbaar is met een loonsubsidie, wel degelijk werkt. Welke beleidsmaker legt dit voorstel op tafel? Door Alain MoutonMet een mobiliteitspremie kunnen werklozen ertoe worden aangezet om toch een job te aanvaarden, ondanks eventueel loonverlies.