De verkiezingen van 2030 zullen worden gewonnen door de zestigplussers. Zij zullen dan met 3,3 miljoen naar de stembus trekken (dat zijn er ongeveer een miljoen meer dan volgende maand) en dat geeft ze een kleine 40 % van de stemmen (tegenover een kleine 30 % nu). De bejaarden worden morgen nog meer hét politieke machtsblok.
...

De verkiezingen van 2030 zullen worden gewonnen door de zestigplussers. Zij zullen dan met 3,3 miljoen naar de stembus trekken (dat zijn er ongeveer een miljoen meer dan volgende maand) en dat geeft ze een kleine 40 % van de stemmen (tegenover een kleine 30 % nu). De bejaarden worden morgen nog meer hét politieke machtsblok. Wie durft dit leger krasse knarren nog tegen de grijze haren in te strijken? Welke partij trekt nog met slogans als 'langer werken', 'matiging van de pensioenen', of 'tering naar de nering in de gezondheidszorg' naar de verkiezingen? Een massa inactieven - misschien wordt die groep zelfs de meerderheid - zal zwaar wegen op een beleid dat moet beslissen hoeveel de actieven voor hen moeten afdragen. Is dat fair? Laat de stemmen van de ongeveer 2 miljoen baby's, kleuters, bengels en tieners de machtsverhoudingen door elkaar schudden. Geef ze stemplicht. Zij hebben recht op partijprogramma's die ten volle rekening houden met hun belang, zo niet dreigen jong en oud ooit met getrokken messen tegenover elkaar te staan. De factuur voor de vergrijzing loopt immers op. Het jongste rapport van de Commissie voor de Vergrijzing schat dat de jaarlijkse extra kostprijs tegen 2030 zal oplopen tot 3,4 % van het bruto binnenlands product (BBP). De commissie veronderstelt daarbij wel dat de werkloosheid fors daalt, dat de werkgelegenheidsgraad van vooral de 55-plussers fors stijgt en dat de pensioenen maar met 0,5 % per jaar toenemen - ruim drie keer minder snel dus dan de stijging van de welvaart die het rapport nodig acht om de vergrijzing te financieren. Wie durft deze erosie van de uitkeringen te 'beloven' en wie durft dus in het vlees te snijden van het gros van de kiezers? De regering had het op de Top van Raversijde trouwens al over de welvaartsvastheid van de sociale uitkeringen. De uiteindelijke factuur zal nog een heel stuk hoger uitvallen. Officieel wordt ze vandaag wellicht beperkt gehouden tot die 3,4 % om de last voor de huidige betalende generatie te beperken. De rest van de factuur wordt doorgeschoven. En daar gaat het om: welke generaties draaien op voor de vergrijzing? Het lijkt dan ook logisch en fair dat de jongsten, die de rekening grotendeels gepresenteerd zullen krijgen, een stem krijgen in het debat. Want zelfs de huidige 'beperkte en haalbare' meerkost van de vergrijzing impliceert dat de huidige recordhoge belastingdruk al tot in de tweede helft van deze eeuw minstens volgehouden moet worden. Dat is geen prettig vooruitzicht voor wie nu een arbeidscarrière in België ambieert. Natuurlijk hebben de gepensioneerden recht op de inspanningen van de jongere generaties. Zij hebben tenslotte betaald voor de pensioenen van de generaties die voor hen kwamen. Maar dit pay-as-you-go-systeem werkt alleen bij een normale bevolkingspiramide, of als er dus een pak meer jongeren dan ouderen zijn. De demografische factoren én de evolutie van de gezondheidszorg (met bijbehorende peperdure factuur) bouwen die piramide om tot een zuil die onder haar eigen gewicht dreigt in te storten. Belast het fundament van deze zuil niet te zwaar en geef de basis inspraak. De brede top zal er ook beter van worden. Daan Killemaes