Van elke 10 euro waarover ons land beschikt, gaat er 1 euro naar de gezondheid van de Belgen. In 2004 bedroeg onze totale gezondheidsfactuur al 10,1 % van het bbp. Daarmee hoort België niet langer tot de zuinige landen. Nochtans had ons land wel die reputatie: kwalitatief goede zorg tegen een scherpe prijs voor de maatschappij.
...

Van elke 10 euro waarover ons land beschikt, gaat er 1 euro naar de gezondheid van de Belgen. In 2004 bedroeg onze totale gezondheidsfactuur al 10,1 % van het bbp. Daarmee hoort België niet langer tot de zuinige landen. Nochtans had ons land wel die reputatie: kwalitatief goede zorg tegen een scherpe prijs voor de maatschappij. Dat zal niet zo blijven. Ziek zijn, wordt overal duurder, maar de kostprijs van het genezingsproces stijgt in ons land sneller dan gemiddeld. De Nederlanders bijvoorbeeld moesten enkele jaren geleden een groter stuk van hun bbp voor gezondheidszorg gebruiken dan wij. Nochtans kenden wij geen wachtlijsten en was er hier een grotere vrijheid van therapiekeuze. Dat typerende fenomeen - België biedt meer gezondheid voor minder geld - staat onder druk. We laten in de Europese rangschikking enkel nog Frankrijk en Duitsland voor ons en zitten een stuk boven het Europese gemiddelde waarbij 8,9 % van het bbp nodig is voor de gezondheidsfactuur. Bovendien moet Noah beseffen dat de bijdrage die de patiënt uit eigen zak betaalt, geleidelijk toeneemt. Daarbij dient wel gezegd dat in België de overheid nog altijd proportioneel een groter stuk voor haar rekening neemt dan het gemiddelde EU-land. In het Belgische systeem van ziekteverzekering was remgeld altijd een element om patiënten op hun verantwoordelijkheid te wijzen. Doordat we mee betalen, beseffen we dat gezondheidszorg geen gratis dienst is, zo luidt de theorie. Waar in Nederland en in Groot-Brittannië wordt getracht via meer marktwerking de totale factuur te drukken, kiest ons land ervoor private initiatieven in de zorgsector te weren. Enkel in de ouderenzorg is momenteel ruimte voor commerciële groepen. Het gevolg is dat de verschillende actoren in de zorg, maar ook de patiënten een grotere verantwoordelijkheid aan de dag moeten leggen bij het aanwenden van de middelen. In het geval van Noah betekent dat: hogere eigen bijdrage aan de gezondheid. Een logisch gevolg voor chronisch zieken is de dreigende onbetaalbaarheid van hun zorg. Om dat te vermijden, voerde de overheid de maximumfactuur in. Die moet de eigen bijdragen van chronisch zieken plafonneren in functie van hun inkomen. Toch is het nuttig voor Noah een medisch spaarpotje aan te leggen. Niet voor kinderziektes. België heeft een goed inentingsprogramma, met lichte verschillen tussen de Vlaamse en Waalse gemeenschap. De betaalbaarheid van de zorg wordt echter problematisch in de sector van de rusthuizen. Vaak overstijgt de vraagprijs voor patiënten hun pensioeninkomsten. Op dat terrein komt de Vlaamse overheid wel tussen via de zorgverzekering, maar die levert 'slechts' 125 euro per maand op. Onvoldoende natuurlijk voor wie het echt nodig heeft. Roeland Byl