Het begrotingsconclaaf is voorbij, de ingediende begroting is nu voer voor het parlement en de burger. De oefening is echter beperkt gebleven tot louter kwantitatieve ingrepen: waar kan er gesnoeid worden, waar kan er belast worden om het verschil tussen uitgaven en inkomsten zo klein mogelijk te maken. Er zijn beleidskansen gemist. Zoals bijvoorbeeld met het rekeningrijden of het autowegenvignet. Die zouden toelaten een gedeelte van de lasten af te wentelen op de buitenlandse chauffeurs die onze wegen zo intens berijden.
...

Het begrotingsconclaaf is voorbij, de ingediende begroting is nu voer voor het parlement en de burger. De oefening is echter beperkt gebleven tot louter kwantitatieve ingrepen: waar kan er gesnoeid worden, waar kan er belast worden om het verschil tussen uitgaven en inkomsten zo klein mogelijk te maken. Er zijn beleidskansen gemist. Zoals bijvoorbeeld met het rekeningrijden of het autowegenvignet. Die zouden toelaten een gedeelte van de lasten af te wentelen op de buitenlandse chauffeurs die onze wegen zo intens berijden. Er is ook nog eens duidelijk gesteld dat het gat in de federale begroting niet kan worden gedicht zonder een staatshervorming, waarbij de gewesten onmiddellijk hun duit in het zakje moeten doen en op termijn fiscaal moeten worden geresponsabiliseerd. Dat is terecht, maar om de begroting echt te saneren is ook een kwalitatieve staatshervorming nodig; zowel federaal als regionaal. Daar heb ik nog niet veel over gehoord. Die kwalitatieve staatshervorming is een echte hervorming van de manier waarop de ambtenarij functioneert in ons land. Als het evenwicht in de begroting moet worden hersteld, horen we steevast dat er te veel ambtenaren zijn en dat er moet worden bespaard op het overheidspersoneel. Dat is een dooddoener. Er zijn onderdelen van de overheidsdiensten, waar de prijs-kwaliteitverhouding wel zeer goed is en de burger waar krijgt voor zijn belastinggeld: het onderwijs en de gezondheidszorg. Die diensten worden niet altijd als overheidsdiensten aangezien, maar ze worden wel bijna volledig met belastingen of sociale lasten gefinancierd. Het loopt mis met de traditionele kerntaken van de overheid: financiën, administratie, justitie, politie en defensie. In die administraties zijn er uiteraard steeds mensen die als goede ambtenaren persoonlijk hun best doen, maar dat is meer hun persoonlijke morele verdienste dan die van het systeem waarin ze moeten werken. De klachten over de administratie van financiën en de werking van justitie zijn niet meer te overzien. Ondanks de politiehervorming die veel geld heeft gekost komen er te vaak schandalen aan het licht. Soms is deze disfunctie niet de schuld van de betrokken ambtenaren. Wanneer er helemaal geen werk is, is het moeilijk om goed te functioneren. Een kwarteeuw geleden moest ik om professionele redenen regelmatig vergaderen op wat nog overbleef van het federale departement van Economische Zaken. Wanneer ik 's morgens tegen halftien binnenkwam, waren er altijd ambtenaren aan het kaarten in een van de achterliggende bureaus, sommige ambtenaren sliepen op de banken die in de gang stonden en het droevigst was dat 's winters sommige ambtenaren gewoon in het donker, licht uit, achter hun bureau in het niets zaten te staren. Dat zijn extreme toestanden, maar het is niet door lineaire besparingsmaatregelen in de ambtenarij dat ze worden opgelost. Terwijl er op deze dienst geen werk was, waren er kantoren op Financiën, die om personeel schreeuwden. Besparingen door het schrappen van 'nutteloze' diensten is een geduldig monnikenwerk, dat maanden, zo niet jaren, studie- en snoeiwerk vraagt en waarvan het resultaat niet vooraf in de begroting kan worden opgenomen. Het politieke animo voor zo'n kwalitatieve staatshervorming was tot voor kort bijzonder klein. Vorige maand lanceerde federaal minister van Ambtenarenzaken Steven Vanackere (CD&V) een niet-lineair besparingsvoorstel dat rekening houdt met de toestand in afzonderlijke diensten. Als men naar de fundamentele oorzaken zoekt van de disfunctie is er één die boven alle andere uitspringt en dat is de politisering van onze ambtenarij. Politisering speelt in het onderwijs en de ziekenzorg nauwelijks een rol, noch bij aanwerving en evenmin bij bevordering. Het departement van Financiën was tot voor kort ook een administratie waar politiek weinig of geen rol speelde. Het functioneerde behoorlijk. De Corpernicus-omwenteling van de paarse regering, die als doel had moderne managementtechnieken te introduceren, heeft vooral de politiek binnengebracht. Die heeft de sfeer binnen de administratie in haar geheel, maar vooral aan de top totaal verziekt. Resultaat: rien ne va plus. De kwalitatieve hervorming van de staat bestaat er dus in de traditionele adminis-traties te depolitiseren. Dat vereist ook een afbouw van de kabinetten, waardoor ministers niet meer uitsluitend vertrouwen op ambtenaren van hun politieke partij, maar kunnen vertrouwen op om het even welke ambtenaar. Depolitisering is een essentiële voorwaarde om de traditionele departementen weer efficiënt te maken. Daardoor verbetert de prijs-kwaliteitverhouding van de dienstverlening op termijn. Een betere dienstverlening leidt er automatisch toe dat onnodige dienstverlening wordt afgeschaft en gewaardeerde dienstverlening wordt versterkt. Zo'n tweede kwalitatieve staatshervorming is even noodzakelijk als de eerste kwantitatieve staatshervorming tussen de federale en regionale regeringen om de begroting in evenwicht te brengen. Alleen zijn er geen precieze bedragen op te plakken. Maar zonder die hervorming worden onze staatsfinanciën zowel federaal als regionaal nooit gezond. DE AUTEUR IS PROFESSOR EMERITUS KU LEUVEN Frans VanistendaelProblemen in de ambtenarij worden niet door lineaire besparingsmaat-regelen opgelost.