In de sector van de dienstenchequebedrijven is al een tijd een consolidatiebeweging bezig. Sinds 2011 ging het van ruim 2500 naar 1800 bedrijven. In die consolidatie past ook de recente overname van GreenHouse Dienstencheques, met hoofdzetel in Waregem, door Group Nastor. In die investeringsgroep participeert de dienstencheque-pionier Nico Daenens samen met een aantal stille vennoten. GreenHouse draait 71 miljoen euro omzet met 3410 huishoudhulpen. Het heeft 37 vestigingen in West-Vlaanderen, Antwerpen en Limburg.
...

In de sector van de dienstenchequebedrijven is al een tijd een consolidatiebeweging bezig. Sinds 2011 ging het van ruim 2500 naar 1800 bedrijven. In die consolidatie past ook de recente overname van GreenHouse Dienstencheques, met hoofdzetel in Waregem, door Group Nastor. In die investeringsgroep participeert de dienstencheque-pionier Nico Daenens samen met een aantal stille vennoten. GreenHouse draait 71 miljoen euro omzet met 3410 huishoudhulpen. Het heeft 37 vestigingen in West-Vlaanderen, Antwerpen en Limburg. Nico Daenens bouwt al jaren aan een netwerk van dienstenchequebedrijven ( zie kader). Daarmee is hij actief in een sector die blijft groeien. In Vlaanderen zijn vorig jaar 83,1 miljoen dienstencheques gebruikt, 1,86 procent meer dan in 2016. Ook in Wallonië (+1,37% tot 30,9 miljoen) en Brussel (+0,70% tot 14,1 miljoen) nam het gebruik van dienstencheques toe. Alleen is die groei niet meer zo sterk als vroeger. Tussen 2010 en 2012 steeg het aantal dienstencheques in Vlaanderen van 59,5 miljoen tot 74,8 miljoen (+12,47%). In 2014 volgde een daling, om in 2015 weer te stijgen naar 78,7 miljoen gebruikte cheques. In de sector is het bovendien niet gemakkelijk rendement te halen, al zit het met Group Daenens wel snor ( zie cijfertabel). De groep haalt een marge van 5,6 procent. Over het algemeen staan de marges van de dienstenchequebedrijven onder druk. Volgens onderzoek van Idea Consult zijn de kleinere bedrijven het rendabelst. Zij halen een gemiddelde marge van 6,6 procent per cheque. Die marges dalen voor middelgrote ondernemingen (3,4% voor bedrijven tussen 200.000 en 1 miljoen cheques) en stijgen weer voor grote ondernemingen (4,8% voor bedrijven met meer dan 1 miljoen cheques). Het gros van de uitgaven van dienstenchequebedrijven zijn loonkosten, terwijl de subsidiëring van het stelsel geen gelijke tred houdt met de evolutie van die kosten. "Om budgettaire redenen besliste de Vlaamse overheid de dienstenchequebedrijven niet volledig te compenseren voor automatische loonindexeringen", verklaart Nico Daenens. "Van elke 100 euro die een poetshulp door een loonindexering duurder wordt, moet het dienstenchequebedrijf 27 euro uit eigen zak betalen. Dat weegt op de rendabiliteit." "Om rendabel te zijn in de sector heb je schaalgrootte nodig", gaat hij verder. "Daarom zijn overnames voor ons belangrijk. Schaalgrootte maakt het voor dienstenchequebedrijven interessanter aankopen te doen en de begeleiding van huishoudhulpen gaat gemakkelijker." De vraag is waarom investeringsfondsen als Group Nastor zich in de sector begeven. Het recent overgenomen GreenHouse was voor een deel eigendom van het private-equityfonds Vectis. Valt hier eigenlijk geld te verdienen? "Het is niet de bedoeling over enkele jaren uit GreenHouse te stappen", verduidelijkt Nico Daenens. "Als je hoge rendementen wil, dan moet je niet in deze sector investeren. Dit is een keuze voor de lange termijn." Een vaak vergeten factor die weegt op de rendabiliteit, is de schaarste aan poetshulpen. De functie van dienstenchequewerknemer is in Vlaanderen een knelpuntberoep. Tussen maart 2017 en februari 2018 kreeg de VDAB 20.005 vacatures voor dienstenchequemedewerkers binnen, 3872 raakten niet ingevuld. Daenens pleit ervoor een deel van de schaarste op te vangen voor mensen die een individuele beroepsopleiding (IBO) volgen. Dat zijn werklozen die aan de slag zijn in een bedrijf en tegelijk een opleiding volgen op de werkvloer. "Dat stelsel is al jaren een manier om laaggeschoolden uit de werkloosheid te halen", zegt Daenens. "Bovendien daalt zo ook het zwartwerk in de sector." Toch krijgt het systeem van de dienstencheques kritiek. Het zou te veel doen denken aan een terugkeer van het upstairs-downstairsprincipe, waarbij gegoede burgers voor huishoudelijke taken een beroep doen op minder welvarende mensen. Bovendien zou het duur zijn. De gebruiker betaalt 9 euro voor de dienstencheque. De Vlaamse overheid legt 13,69 euro per cheque bij. Bovendien zijn de cheques fiscaal aftrekbaar, wat de kostprijs voor de consument op 6,30 euro brengt. Het gaat dus om een zwaar gesubsidieerde vorm van tewerkstelling, die Vlaanderen jaarlijks 1,3 miljard euro kost. Nico Daenens weerlegt de kritiek: "De regering kan besparen door de fiscale aftrekbaarheid geleidelijk af te bouwen. Ik heb daar geen probleem mee. Dankzij het stelsel hebben duizenden mensen een job. En onze bedrijven dragen bij aan een kwalitatief beter leven van een miljoen gezinnen en senioren. Dat ouderen dankzij huishoudhulp thuis kunnen blijven wonen in plaats van in een tehuis, is een besparing die zelden in rekening wordt genomen. Er zijn tal van terugverdieneffecten, het ene al zichtbaarder dan het andere." Volgens de studie van Idea Consult kost een voltijdse dienstenchequebaan de overheid jaarlijks gemiddeld 25.354 euro en brengt ze 24.151 euro aan kwantificeerbare terugverdieneffecten op. Het gaat om belastingen en sociale bijdragen die de 140.171 dienstenchequewerknemers betalen. Een deel van de bedrijven betaalt vennootschapsbelastingen. Uit de rendabiliteitsanalyse van Idea Consult blijkt dat die gemiddeld 0,26 euro per cheque bedragen, wat in totaal 1 procent van de totale kosten van een dienstencheque vertegenwoordigd. "Daarnaast zijn er nog de banen voor het omkaderende personeel", zegt Daenens. "Bovendien kunnen mensen die anders misschien vier vijfde zouden werken, dankzij huishoudhulp voltijds aan de slag blijven. Volgens berekeningen kunnen dankzij het gebruik van dienstencheques ongeveer 22.011 voltijdse banen ingevuld worden. Die extra activiteiten leveren de overheid extra inkomsten op uit sociale bijdragen en belastingen. Die zouden volgens Idea Consult 34 procent van de kosten van het stelsel dekken. Dat is toch niet te verwaarlozen."