Hoewel het begrip kunstintegratie - simpel gezegd: het actief betrekken van kunstenaars bij het uittekenen of renoveren van kantoor- of flatgebouwen - al een tijdje meegaat, blijft de uitvoering ervan vaak steken in goede bedoelingen of veel te ruim bemeten bouwbudgetten. Geslaagde voorbeelden van kunstintegratie vallen in het Vlaamse industriële landschap dan ook op één hand te tellen. Vaak achten bedrijven een ingelijste poster van Kandinsky al lang voldoende om een kantoor mee op te fleuren.
...

Hoewel het begrip kunstintegratie - simpel gezegd: het actief betrekken van kunstenaars bij het uittekenen of renoveren van kantoor- of flatgebouwen - al een tijdje meegaat, blijft de uitvoering ervan vaak steken in goede bedoelingen of veel te ruim bemeten bouwbudgetten. Geslaagde voorbeelden van kunstintegratie vallen in het Vlaamse industriële landschap dan ook op één hand te tellen. Vaak achten bedrijven een ingelijste poster van Kandinsky al lang voldoende om een kantoor mee op te fleuren. Een uitzondering vind je aan het Antwerpse Van Schoonbekeplein, aan de rand van het Eilandje en vlak tegenover de plek waar binnenkort het Museum aan de Stroom moet worden opgetrokken. Tot drie jaar geleden was de Havenbuilding niets meer dan een inspiratieloos en monumentaal ogend kantoorgebouw, een mistroostig oprijzende betonblok van wel acht verdiepingen hoog, zonder karakter, zonder tierelantijntjes. Anno 2003 vind je er een opvallend fris ogend, tot op het skelet uitgekleed stukje architectuur, een prestigieus project uitgevoerd door SD Worx-architect Paul van de Poel. Naast deze erg geslaagde restyling in minimalistische stijl bouwde Van de Poel ook een bijkomende hoektoren die volledig met groen koper werd beslagen. "Ons bedrijf was sowieso naar nieuwe kantoorruimte aan het uitkijken," licht Patric Serverius toe. Serverius is de manager externe relaties van SD Worx, een dienstverlener aan bedrijven op het domein van tewerkstelling en personeel. "Toen ook de Antwerpse stadsbouwmeester René Daniëls vroeg om de hoek voor de toren vol te bouwen, was dat voor ons aardig meegenomen. Ongevraagd kregen we er zowaar extra ruimte bij." Vrouwen- en mannengezichtOp vrijwel dezelfde manier als die waarop de grauwe buitenkant onder handen werd genomen, ging ook kunstenaar Patrick Merckaert met de binnenkant aan de slag. Merckaert - die de ruimte in 1999 voor het eerst binnenstapte in haar volledige kaalheid - liet de strakke structuur van het bouwwerk rustig in zich doorsijpelen, bedacht een nieuwe definitie voor de concrete invulling van de Havenbuilding en formuleerde uiteindelijk een artistiek concept waardoor de saaie en volstrekt eender ogende vertrekken op een subtiele en niet opdringerige manier worden gelardeerd met een vleugje tijdloze poëzie, een vluchtige gedachte of een intrigerend raadsel. Wat dergelijke 'integraties' betreft, is Merckaert overigens niet aan zijn proefstuk toe. Ook vroeger werk van deze graficus en fotograaf getuigt van een sterke gedrevenheid om ruimtes - hetzij in een museum, hetzij in privé-vertrekken - te herdefiniëren. Dat Merckaert zijn installaties zelf liever omschrijft als integraties is in dat verband veelbetekenend. Het zijn beeldende werken die niet ongedurig en onophoudend om aandacht schreeuwen. Integendeel. Stuk voor stuk zijn het fijnzinnige toetsen die op een natuurlijke wijze ontspruiten aan de specifieke eigenaardigheden van een bepaalde ruimte en die deze ruimte op een bescheiden maar voelbare manier een meerwaarde verlenen. Het pas gerenoveerde kantorencomplex van SD Worx herbergt alvast enkele frappante voorbeelden van Merckaerts spel met de ruimte. Zo hangt er in de entreehal een indrukwekkende foto van een vrouwengezicht, een door sepiatinten uitgetekende close-up die wordt omringd door een even groot rood vlak. De centrale lifthal dan weer wordt op elke verdieping bekroond met een achter kunstglas ingewerkte foto van een mannengezicht. De positie van dit portret varieert volgens de etage, alsof Merckaert de passant onbewust een gevoel van oriëntatie binnen het gebouw wil meegeven. Elders zijn cryptische woorden zoals sublimity, hunger of observation handig en strategisch in de beglazing of kantoorarchitectuur ingewerkt. "Dergelijke woorden kunnen een gesprek tussen collega's of bezoekers op gang brengen," vertelt Serverius. "Er zijn er meer dan 130 over het hele gebouw verspreid, sommige duidelijk zichtbaar en met een al even duidelijke betekenis, andere die me nog nooit echt zijn opgevallen of waarvan het zoeken is naar de achterliggende gedachte. Op die manier wordt kunst een integrerend deel van de werkvloer, een glijmiddel om de interne communicatie te bevorderen. En communicatie is binnen een bedrijf van kapitaal belang."Priemende ogenDe kunstintegratie van Patrick Merckaert is gebaseerd op een veelgelaagd concept dat volgens de kunstenaar drie verschillende bewegingen beschrijft. Allereerst is er de verticale beweging, een natuurlijke uitvloeier van de stuwende structuur van het gebouw. Die wordt benadrukt door een zuil die telkens op dezelfde hoek van de acht verdiepingen in het rood werd geverfd. Ook het per etage omhoogschuivende mannengezicht dat frontaal en met priemende ogen uitkijkt op de liftkoker past perfect binnen die beweging.De over het gehele gebouw verspreide woorden destructiveness, form, faith of order maken deel uit van de tweede beweging: de horizontale. Dergelijke ingrepen spelen een interactief spelletje met de concrete werkomgeving of de buitenwereld. "De woorden komen uit een frenologisch handboek van de Weense arts Franz-Josepf Gall," verklaart Merckaert. "Een neuroanatoom die in zijn over-enthousiasme dacht dat je op basis van de vorm van iemands hersenen kon weten welk vlees je in de kuip had, wat zijn karaktertrekken waren en hoe hij tegen de wereld aankeek. Net zo wilde ik de frenologie van het gebouw weergeven. Net als in onze hersenen liggen er in dit gebouw immers duizenden gegevens opgeslagen van duizenden bedrijven." De derde beweging ten slotte is de meest persoonlijke: die naar de individuele werknemer. Hiervoor ontwierp Merckaert een persoonlijk boekje dat onder elk bureaublad - naar een origineel design van Bulo - zit ingewerkt en wordt afgesloten door een uitklapbaar glasplaatje. Hierin vindt de werknemer een reeks van vijftig begrippen, gaande van mijn verlangen tot mijn echtheid, woorden die verwijzen naar zijn persoonlijke besognes en betrokkenheid met het bedrijf. Van die boekjes zijn er bovendien vierhonderd reserve-exemplaren gedrukt die werden opeengestapeld in een glazen zuil van bijna zes meter hoog. Deze drie bewegingen convergeren in een eindresultaat dat de werkplek een flink stuk aangenamer maakt. "Ik heb ook eerder al meegewerkt aan een kunstintegratie, maar nooit op dergelijke schaal," aldus Merckaert. "Het unieke aan dit project zit ook in het feit dat ik er als kunstenaar van bij het begin van de renovatie bij betrokken werd. Vaak word je er achteraf pas bijgehaald om de boel wat op te fleuren, waardoor je creatieve slagkracht op voorhand aan banden wordt gelegd. SD Worx liet me echter vrij mijn ding doen, waardoor ik het woord integratie ook daadwerkelijk kon concretiseren. Als kunstenaar viel ik daar bijna van achterover." Dave Mestdach [{ssquf}]Op zondag 27 april organiseert de vzw Amarant een rondleiding door de gerenoveerde Havenbuilding, en dat in het gezelschap van kunstenaar Patrick Merckaert. Inschrijvingen: 09 269 17 40 of www.amarant.beKunst is hier een integrerend deel van de werkvloer, een glijmiddel om de interne communicatie te bevorderen.Alle kantoorruimten zijn op een subtiele manier gelardeerd met een vleugje poëzie, een vluchtige gedachte of een intrigerend raadsel.