Slechts 27 procent van de actief beheerde beleggingsfondsen haalt over een periode van meer dan vijf jaar een hoger rendement dan de algemene aandelenmarkt. Een particuliere fondsenbelegger heeft slechts 0,11 procent kans dat hij een fonds kiest dat over een periode van tien jaar de beurs weet te verslaan. Het zijn maar enkele van de bevindingen in een nieuwe studie van Better Finance, de Europese vereniging voor spaarders en beleggers.

Kosten en rendement

De algemene conclusie van de studie luidt: hoe hoger de kosten van een beleggingsfonds oplopen, hoe kleiner de kans is dat het meer rendement haalt dan de beurs of zijn referentie-index. Alle actief beheerde fondsen meten zich aan een korf met aandelen, de referentie-index, en mikken erop die te overtreffen in rendement. Zo heeft een fonds met Belgische aandelen de Bel-20 als meetlat, een fonds met Amerikaanse technologieaandelen probeert de Nasdaq te kloppen.

Alleen slagen heel weinig actief beheerde fondsen daarin, blijkt uit de studie. Die slechte prestaties hangen sterk samen met de kosten van die fondsen. "Bij totale kosten van 0,5 procent of minder hebben beleggers één kans op twee om een hoger rendement te halen dan de markt", verduidelijkt Guillaume Prache, de secretaris-generaal van Better Finance.

Als die kostenpost stijgt, daalt de kans van de fondsenbelegger op een bovengemiddeld marktrendement. "Bij fondsen die 3 procent of meer kosten aanrekenen, is die kans slechts één op vier", zegt Prache. Vier onderzoekers van de Matej Bel Universiteit in Slowakije voerden de studie uit. Zij namen 1886 actief beheerde beleggingsfondsen onder de loep die geregistreerd zijn in België, Luxemburg en Frankrijk. De onderzoekers keken naar de kosten en het rendement van die fondsen over tien jaar, van 2008 tot en met 2017.

Rendementskansen dalen met de tijd

Een andere belangrijke conclusie was dat hoe langer beleggers in actief beheerde fondsen investeren, hoe kleiner de kans wordt dat ze in die periode een hoger rendement dan het markt - of indexgemiddelde behalen. Slechts twee van de 1886 fondsen slaagden erin gedurende de tien onderzochte jaren elk jaar hun referentie-index te kloppen. Zo'n 80 procent van de fondsen slaagde er niet in zelfs maar in de helft van de onderzochte jaren, vijf van de tien jaar, een bovengemiddeld rendement op te tekenen. Over langere periodes zijn particuliere beleggers beter af met een goedkoop indexfonds, dat passief een aandelenkorf volgt, dan met actief beheer, luidt een van de conclusies.

De voornaamste reden voor die ondermaatse prestaties zijn wederom de kosten. "Het onderzoek toont een omgekeerd verband aan tussen de hoogte van de kosten van fondsen en hun capaciteit om hogere rendementen dan de markt te genereren", legt Prache uit. De onderzoekers stelden vast dat een kostenverhoging met 1 procent het rendement doet afnemen met 0,68 procent.

Het merendeel van de fondsen (79%) rekenen kosten van 1,5 tot 3 procent aan. Fondsen geregistreerd in Frankrijk blijken de duurste te zijn. "De KID's (key information document, nvdr) van die fondsen moeten een duidelijk zichtbare waarschuwing bevatten als een fonds commissies betaalt aan de verdeler", stelt Prache.

Distributiemodel

De hoge kosten zijn vaak te wijten aan het distributiemodel, aldus de topman van de Europese spaardersbond. "Belangenconflicten bij de verdeling van fondsen aan particulieren zijn een probleem", zegt hij. "Er moet een verbod komen op commissies van fondsbeheerders aan fondsverdelers, zeker wanneer die verdeler deel uitmaakt van dezelfde onderneming of groep." Daarmee verwijst hij naar fondsendistributeurs die enkel eigen fondsen aanbieden, ook wel een gesloten architectuur genoemd.

"In sommige landen draagt dat distributiemodel bij aan de kosten en niet aan de juiste productkeuze voor de consument", zegt Niels Lemmers van de Nederlandse Vereniging van Effectenbezitters (VEB). "Hoe meer tussenschakels in de verdeling, hoe hoger de kosten en hoe minder transparant de kostenstructuur." Volgens Lemmers kadert de studie ook in de discussie over wanneer een fonds actief of passief wordt beheerd. "Als je gewoon een index volgt, hoe actief ben je dan? Maar de consument betaalt er wel vele malen meer voor dan voor een passief fonds. Dat vinden wij niet terecht."

Geen pleidooi tegen actief beheer

Better Finance houdt met de studie geen pleidooi tegen actief vermogensbeheer, aldus Prache. "Actief beheer is nodig, al was het maar om de prijsvorming op de beurs in goede banen te leiden", zegt hij. "Maar particuliere beleggers met weinig kennis en tijd hebben op lange termijn meer kans op hogere rendementen als ze beleggen in de aandelenmarkten als geheel. Dat doen ze beter via goedkope en gediversifieerde passief beheerde indexfondsen dan via fondsen die hoge kosten aanrekenen."

In een reactie op de studie stelt de Europese Vereniging van Vermogensbeheerders (EFAMA) evenwel dat het rendement van fondsen moet worden vergeleken met het meest gekozen alternatief, gewone deposito - en spaarrekeningen. Ze merkt op dat spaarders veel meer verlies zouden hebben geleden, mochten ze niet in fondsen hebben belegd.

Daarnaast wijst EFAMA erop dat actief beheer ook een meerwaarde heeft om het risico te beperken. De studie van Better Finance beslaat een periode waarin de beurzen alleen maar gestegen zijn. Daar hebben vooral indexfondsen van geprofiteerd, reageert de vereniging. Als de beurskoersen zakken, doen actieve fondsen het wel beter dan de markt, aldus EFAMA.

De Belgische fondsenvereniging BEAMA laat weten dat de studie een te enge steekproef aan fondsen heeft onderzocht. Daarnaast betreurt BEAMA de veronderstelling dat als een fonds de markt niet verslaat, het slecht wordt beheerd. De Belgische vereniging wijst ook op tal van nieuwe regelgevingen, waaronder de Europese beleggersrichtlijn MiFID II, die de transparantie van kosten en de rendementen van fondsen zullen verhogen, wat ze toejuicht.

De onderzoeksperiode van de studie dateert van voor die nieuwe regels en houdt er dus geen rekening mee. Met MiFID II wordt het voor spaarders en beleggers duidelijker welke kosten hen werkelijk worden aangerekend wanneer ze in fondsen of andere producten beleggen. "Een hoofdregel is dat fondsen geen kosten mogen aanrekenen die ze niet zelf hebben gemaakt, zoals commissielonen voor de verdeling, maar daar zijn uitzonderingen op", waarschuwt Lemmers. Een groot deel van de financiële sector past zich nog aan die nieuwe regels aan. "Het is een ware revolutie geweest", zegt BEAMA. Een aantal spelers verlaagt zijn kosten aanzienlijk. De toekomst zal uitwijzen welk effect dat op de rendementen heeft.