Meer dan 2,3 miljard internetaansluitingen, 6 miljard mobiele abonnementen, meer dan een miljard gebruikers op Facebook: het is overduidelijk dat de technologie in een koortsachtig tempo evolueert. Gordon Moore, een van de oprichters van Intel, had gelijk toen hij in de jaren zestig voorspelde dat het aantal transistors op een chip om de twee of drie jaar zou verdubbelen.
...

Meer dan 2,3 miljard internetaansluitingen, 6 miljard mobiele abonnementen, meer dan een miljard gebruikers op Facebook: het is overduidelijk dat de technologie in een koortsachtig tempo evolueert. Gordon Moore, een van de oprichters van Intel, had gelijk toen hij in de jaren zestig voorspelde dat het aantal transistors op een chip om de twee of drie jaar zou verdubbelen. Die constant veranderende technologische omgeving was de kern van het debat dat op 21 en 22 juni in Knokke werd georganiseerd in het kader van de Trends Summer University. Aan de discussietafel zaten Philippe Rogge, general manager van Microsoft België en Luxemburg; Pierre Lorquet, vicepresident van Capgemini Consulting; Danielle Jacobs, general manager van BELTUG; en Jean-Marc Harion, CEO van Mobistar. In zijn inleiding toonde de baas van Microsoft zich van zijn pragmatische kant. "Om te weten hoe onze ondernemingen economisch profijt kunnen halen uit de technologische groei, is het belangrijk dat ze een duidelijke kijk hebben op de stand van de technologie en van de richting die we uitgaan", zei Philippe Rogge. Hij schilderde een beeld van de uiterst verbonden en almaar socialere wereld waarin we leven en werken, en legde de nadruk op de explosie van het volume van de ingezamelde gegevens. Dat beeld werd bevestigd door Jean-Marc Harion, die opmerkte dat zowel op het web als in de mobiele sfeer "de gebruiker zelf de informatie aandraagt die over hem wordt ingezameld. Men noemt dat de 'big data'. Tegenwoordig moet wereldwijd een massaal volume aan informatie worden gemanaged. Als telecomoperator voeren we meer operaties per milliseconde uit dan om het even welke andere industrie ter wereld." Die gegevensexplosie blijft echter niet beperkt tot de informatie die ingezameld wordt door de operators en de reuzen van het internet. In een hele reeks sectoren - zoals gezondheid, financiën, informatica en marketing - is gegevensverzameling belangrijk geworden. "Maar de interpretatie en de verwerking van die informatie, zal het verschil maken", benadrukte Rogge. "Het wordt voor de ondernemingen essentieel om op dat gebied competentie te ontwikkelen. Big data is boven alles een bron van kansen, zowel voor de openbare als voor de privésector", voegde de general manager van Microsoft België en Luxemburg eraan toe. In afwachting moeten onze ondernemingen zich aanpassen. Pierre Lorquet, vicepresident van Capgemini Consulting, haalde een studie aan die zijn firma samen met het MIT uitvoerde. "We onderzochten, op basis van een staal van 400 ondernemingen, het verband tussen het gebruik van digitale technologie in ondernemingen, hun financiële resultaten en hun rendabiliteit. We konden enkele bedrijfsprofielen distilleren. In de eerste plaats zijn er de zogenoemde 'digerati'. Dat zijn ondernemingen die intens en doordacht digitale oplossingen hebben gebruikt in hun procedures en activiteiten. Zulke bedrijven blijken gemiddeld 26 procent meer winstgevend te zijn. Dat is enorm. Ze hebben geïnvesteerd in technologie die hun omzet en klantenbestand deed groeien. Ook hun werknemers zijn efficiënter geworden." "We hebben vastgesteld dat de digerati de digitale omwenteling tot de top doorgetrokken hebben", analyseerde Lorquet. "Het initiatief moet komen van de directie, met een duidelijke, geïntegreerde en uitgesproken visie en een goed voorbereid transformatieplan. De digitale oplossingen moeten bijvoorbeeld doordringen in de verschillende geledingen van de organisatie. "Daarnaast definieerden we de 'fashionista's', bedrijven die maar stapvoets vooruitgaan of slechts enkele afdelingen betrekken bij de digitalisering. Hun omzet is weliswaar gestegen, maar hun rendabiliteit niet. Ze doen wel zware investeringen, maar het resultaat is echt mager in vergelijking met de ondernemingen die erin slagen de aanpassing te optimaliseren." Harion profiteerde van het debat om te wijzen op de netelige positie van België in de technologische evolutie. "We moeten ons dringend afvragen of België wel goed gewapend is om aanzienlijke technologische veranderingen op te vangen", zei hij. "Het is duidelijk dat onze infrastructuur een structureel en strategisch probleem heeft. In België hebben zich verschillende soorten infrastructuur tegelijk ontwikkeld. Dat heeft geleid tot duopolies, meer bepaald in de vaste verbindingen. Die zijn de duurste van Europa. Bovendien is België een van de slechtste leerlingen als het gaat over het gebruik van mobiele data." Danielle Jacobs van BELTUG ging daarop in: "Zonder performant netwerk, geen mobiele communicatie, geen mobiele gegevens en dus... geen cloud. De infrastructuur is van uitzonderlijk belang. Europees commissaris Neelie Kroes heeft belangrijke stappen gedaan, maar het is belangrijk om niet alleen rekening te houden met de consument, maar ook met de markt." Harion wees ook op de reglementering, die volgens hem aan de basis ligt van onze achterstand in infrastructuur. "Alleen al bij ons bestaan er verschillende soorten reglementen: een voor de kabeluitbaters, een andere voor de telecomoperators bijvoorbeeld. We concurreren dus niet volgens dezelfde regels. Die grote complexiteit is bijzonder nadelig voor België, maar ook voor de rest van Europa. Het is opvallend dat een tiental jaar geleden Europa leidinggevend was in telecommunicatie: we hadden de grootste fabrikanten van uitrusting, we hadden de gsm-norm, de 3G-norm, de grootste fabrikanten van telefoontoestellen enzovoort. Tegenwoordig is dat machtsevenwicht verschoven en zijn de grote constructeurs van netwerken en terminals Chinees of Amerikaans. Het is een uitdaging die Europa moet aangaan, wil het in de nieuwe technologieën competitief blijven." Daarop benadrukte de baas van Capgemini Consulting dat er inderdaad een verband bestaat tussen de achterstand die Europa steeds meer oploopt ten opzichte van de Verenigde Staten en het gebrek aan infrastructuur en middelen die de digitale transformatie van onze ondernemingen en onze maatschappij mogelijk moeten maken. Lorquet illustreerde dat met het volgende voorbeeld: "Neem de wijze waarop onze klanten communiceren met hun leveranciers in de Verenigde Staten. Meer dan de helft van die contacten loopt over digitale kanalen. In Europa halen we 10 tot 15 procent, de rest gaat via de traditionele callcenters. In de Verenigde Staten hebben sommigen zich tot doel gesteld 60 procent van de interactie met de consument te laten verlopen over digitale kanalen. Waarom? Omdat daar een echte vraag naar is: de Y-generatie begrijpt niet dat ze om 10 uur 's avonds geen boek meer kan bestellen of op dat uur geen cv meer kan sturen naar een geïnteresseerde werkgever." Die interventie sloot aan bij de vragen die Philippe Rogge van Microsoft in zijn inleiding voorlegde aan de aanwezige beslissingsnemers: "Hebt u uw onderneming al herdacht in het licht van de nieuwe technologie? Op welke wijze denkt u een competitieve meerwaarde te geven aan uw activiteiten? In uw interactie met de klanten? Uw partners? Uw leveranciers? Wat doet u om te vermijden dat morgen een kleine start-up van drie mensen uw economische model aan het wankelen brengt?" CHRISTOPHE CHARLOT