Vandaag brengen toekomstige professionals hun adolescentie door in een golf academy. Dat mocht Sam Snead nooit beleven. De Amerikaan werd in 1912 geboren en sleet zijn kinderjaren in de bossen van Noord-Carolina, waar hij iedere dag ging jagen of vissen. De ruwe omgeving waarin hij opgroeide, vormde een fel contrast met zijn imago van elegante en voorkomende golfspeler.
...

Vandaag brengen toekomstige professionals hun adolescentie door in een golf academy. Dat mocht Sam Snead nooit beleven. De Amerikaan werd in 1912 geboren en sleet zijn kinderjaren in de bossen van Noord-Carolina, waar hij iedere dag ging jagen of vissen. De ruwe omgeving waarin hij opgroeide, vormde een fel contrast met zijn imago van elegante en voorkomende golfspeler. Sam Snead vestigde als golfspeler records die nooit meer zullen worden verbeterd. Zo was hij op zijn 52ste de oudste winnaar ooit van een PGA-toernooi. Met 81 eenheden won hij ook het grootste aantal wedstrijden in de Amerikaanse Tour. In de PGA Tour overleefde hij de cut van de Quad Cities Open met scores van 67-66. En op zijn 73ste zette hij nog een 60 neer in een wedstrijd op het parcours waar hij had leren golfen. Snead was de zoon van een arme landbouwer en liep 's zomers altijd blootsvoets. Hij ontdekte de golfsport toen hij op zijn zevende al aan de slag ging als caddie. Na de werkuren trok hij stiekem de beboste hellingen van Hot Springs op om er te oefenen. Later ging hij jagen en ving hij vossen, wilde katten, arenden en wasberen. "Ik kreeg 75 cent voor de kop van een arend," herinnerde hij zich. Om de honger te stillen, viste hij forellen op met de blote hand. Hij had een ijzeren gezondheid, eindeloos veel geduld en een ongemeen scherpe zin voor coördinatie en gevoel. Zonder dat hij het besefte, bereidde hij zichzelf tijdens zijn jeugd voor op de golfsport. En langzaam maar zeker begon hij meer geld te verdienen als caddie dan als pelsjager.En dan begon hij zelf te spelen. Hij sneed zijn clubs uit dikke takken, met een knoest als kop en wat schors als handvat. Zijn balletjes waren eigenlijk grote keien en als hole gebruikte hij een leeg conservenblikje. Op die manier leerde hij perfecte approaches slaan. Op school blonk hij uit in atletiek, basket en Amerikaans voetbal. Op zijn 24ste kocht Snead eindelijk zijn eerste echte clubs, type Spalding Bobby Jones. Ze kostten vijf dollar per stuk en hij kocht ze een na een, want Snead verdiende maar 20 dollar per maand. Een jaar later speelde hij mee in het eerste proftoernooi dat door zijn club werd georganiseerd: hij werd derde en won 358,66 dollar. De directeur van een grote club uit de buurt raakte zo onder de indruk van zijn drive, dat hij Snead meenam als assistant pro voor 45 dollar per maand. Bovenop zijn loon kreeg hij gratis kost en inwoon, en ook nog eens de helft van zijn inkomsten als lesgever. Ondertussen speelde hij proftoernooien, en in januari 1937 besliste hij om met 300 dollar op zak de toernooien van de Westkust te gaan spelen. Een goede beslissing, want hij won meteen twee toernooien in Los Angeles en werd een paar maanden later tweede in de US Open. De US Open kon Snead nooit winnen (vier keer tweede), maar hij was wel drie keer de beste in de Masters, won ook drie keer het PBG Championship en een keertje de British Open. John Baete [{ssquf}]